Wim dik

In dezelfde week dat hij als juryvoorzitter van de Libris-prijs literair Nederland in de ban hield, wachtte politiek Nederland gespannen op de mededeling dat hij D66-lijsttrekker werd. Maar Wim Dik bedankte voor die eer. Jammer, want het had zo leuk kunnen worden. Alleen al omdat Felix Rottenberg zo'n pesthekel aan hem heeft.
WIM DIK (58), topman van KPN, heeft bedankt voor het lijsttrekkerschap van D66. Hij voelde er ‘niets’ voor. Tot voor kort wilde hij nog ‘niets’ uitsluiten, maar met het aanzwellen van de geruchtenstroom begon het lijsttrekkerschap kennelijk een serieuze bedreiging te worden. Het is ook wat onoverzichtelijk bij D66 de laatste tijd. Het vacuüm in de top van de partij zuigt harder en harder, nu partijleider Van Mierlo heeft laten weten minister te willen blijven bij een eventueel vervolg van Paars. Er moet een opvolger komen en snel ook. Anders zou de eigenwijze Statenfractie van Zuid-Holland wel eens navolging kunnen krijgen. Daar werd luidkeels Wijers op het schild geheven, met de oproep aan partijgenoten in het land de keuze te steunen. Nota bene Wijers, die over het lijsttrekkerschap nog terughoudender was dan Dik.

Nu Dik zich heeft teruggetrokken, is de druk op de minister van Economische Zaken toegenomen. Wijers wordt door velen gezien als iemand die genoeg gezag heeft om de partij te leiden en genoeg thuis is in marktmechanismen om de democraten politiek gewin te laten smaken.
Juist om deze redenen zou D66 een allerlaatste poging moeten doen om Dik alsnog voor de kandidatenlijst te winnen. Dik is een opgevoerde Wijers. Waar de minister van Economische Zaken een liberaal in democratenhuid is, daar is Dik de kruising tussen een veldheer en een straatvechter. Liberalisme voegt nauwelijks iets toe aan D66, de kwaliteiten van Dik des te meer. Bovendien is het aannemelijker dat Dik uiteindelijk ‘ja’ zegt. Wijers zegt zijn gezin te willen sparen, de workaholische Dik heeft er al één scheiding op zitten.
WIM DIK KOMT uit een rood nest. Zijn moeder was zijn grote voorbeeld. Actief bij de Rooie Vrouwen, raadslid en net zo opvliegend en eigenwijs als hijzelf. Rood was zijn opvoeding en rood zou hij gebleven zijn, als die sociaal-democraten niet zulke zeurkousen waren geweest. Hij gruwde van die arbeidereske vuisten op tafel, de ondertoon van misdeling was niets voor hem. Daarom koos hij voor de doctorandussenpartij van Van Mierlo.
Dat was niet lang na het behalen van zijn diploma’s voor elektrotechnisch ingenieur aan de Technische Hogeschool te Delft en voor economoom aan de Nederlandse Economische Hogeschool Rotterdam. De studiebol kon direct aan de slag bij Unilever, waar hij tien jaar later toetrad tot de directie van Unox. Hij veroorzaakte daar een kleine revolutie door met bulderstem te verkondigen dat 'de koffietijd niet hoeft uit te monden in verjaarspartijtjes’.
Vijftien maanden lang was hij staatssecretaris in het laatste kabinet-Van Agt. 'Een weinig politieke functie’, zei hij daar later over. 'Ik moest vooral het Nederlandse bedrijfsleven verkopen en dat deed ik. In verkopen ben ik goed.’ Na dit gouvernementele intermezzo klom Dik van een lokaal vleesbaasje snel op tot directievoorzitter van de Nederlandse Unilever Bedrijven BV. Toen het Rijk op zoek was naar een succesvolle manager om de verzelfstandiging van de PTT op zich te nemen, liet het zijn oog vallen op Dik. Na enig getob stemde die in.
Want de zaken stonden er allerminst rooskleurig voor. Nogal wat delen van het postbedrijf, met negentigduizend werknemers het grootste bedrijf in Nederland, maakten verlies. Hij trof een bureaucratie aan met een weelderige parafeneconomie en een dienst van negentien psychologen. Dik stond voor de onmogelijke taak om deze ambtelijke moloch wakker te schudden en in beweging te krijgen. Met harde hand joeg hij zijn legioenen uit de ambtelijke lethargie. Postkantoren werden bijvoorbeeld zelfstandige bedrijven, ondergebracht in een apart onderdeel. 'Wie dit niet bevalt, mag nu naar voren komen. Dan regelen we dat even’, bulderde hij zijn troepen toe. Maar de directeuren van de postkantoren bleven staan waar ze stonden. Bijna tien jaar later moeten ze het hoofd boven water zien te houden met de verkoop van wenskaarten en snoepgoed. Met de totale BV gaat het daarentegen voorspoedig. In 1993 nog 23 miljoen verlies, twee jaar later al een winst van 325 miljoen.
DIK IS EEN grootmeester in de peptalk. Er zijn weinig mensen die zo veel woorden in een minuut weten te proppen als hij. Des te bewonderenswaardiger als je bedenkt dat iedere lettergreep nog eens een maximaal stemvolume meekrijgt. Zijn oratorische gaven grenzen aan die van Felix Rottenberg, de gewezen partijvoorzitter van de PvdA, die zijn woorden eveneens in zulk een hoog tempo afvuurt dat semantiek plaatsmaakt voor pneumatiek: een lange reeks van luchtstootjes die de luisteraars murw trilt en aldus een aanzienlijke overtuigingskracht oplevert. Dik heeft de trommelvliezen van zijn werknemers geteisterd, en met succes. Het bedrijf is in bijna tien jaar aanzienlijk efficiënter gaan werken. De gemiddelde KPN'er schudt meewarig het hoofd als hij terugdenkt aan het ambtenarenbestaan bij de PTT.
Dik deed meer. Hij bracht zijn bedrijf, getooid met het voorvoegsel 'koninklijke’, naar de beurs. Hij breidde uit naar het buitenland. KPN zit in Indonesië, in Hongarije, in China. Hij smeedde bondgenootschappen tegen internationale kanjers als British Telecom, het Duitse DBP Telecom en France Telecom. En hij bracht de techniek in stelling: van giromaten tot de draagbare telefoons. Hij moest ook wel eens een veer laten, zoals de investering van tien miljoen in Sport7, die samen met de zender verloren gingen. 'Het achterwiel van mijn fiets loopt ook wel eens aan’, merkte hij schouderophalend op.
Op de verwijten over zijn arrogantie reageerde hij aanmerkelijk feller. Hij een monopolist? Critici moesten zijn slechte wil maar bewijzen, anders getuigde hun geweeklaag van beroerd ondernemerschap. Toen KPN in zee ging met een Amerikaanse producent van pornofilms, riep Vara-voorzitter Marcel van Dam: 'Dik als pornobaas, geen cabaretier had het kunnen verzinnen.’ 'Opgeklopte moraalridderij van een omroepbaas in het nauw’, sneerde de KPN-topman terug. Bovendien behoefde men over de smaak van Jan met de Pet geen illusies te hebben. 'Bovenaan staat voetbal. Dan komt een hele tijd niets, en als je mensen in isolatie een enquête laat invullen, komt vervolgens de erotiek om de hoek kijken.’ Waar in deze schaal de politiek staat, vertelde hij niet.
EEN POLITICUS moet ijdel zijn, heeft hij wel eens gezegd. Wat dat betreft scoort Dik in ieder geval hoog op zijn eigen criterium. Over zijn politieke gedachtengoed heeft hij echter nooitveel losgelaten. Op uitnodiging van fractieleider Wolffensperger nam hij plaats in een denktank die zich boog over de toekomstige koers van D66. Vernieuwing was niet nodig, eerder 'een tienduizendkilometerbeurt’, aldus Dik. Wellicht dat partijprogrammatuur ook niet aan hem is besteed. Hij is beter in verkopen.
Partijleider Dik. Het zou het definitieve einde betekenen van de era-Van Mierlo. Van Mierlo is altijd de grondlegger gebleven, een man die onvermoeibaar overal de filosofische implicaties van aanwijst en nogal eens vergeet dat de rondvraag al is afgelopen. D66 heeft nog altijd veel van een politiek atelier, waar eenieder in vrijheid aan zijn eigen standpunt kan figuurzagen. Naast vrijheidszin is het de atmosfeer van redelijkheid en nuance die de leden bindt. Vervolgens vereist het dan de wijsgerige souplesse van een Van Mierlo om al die gezellige gesprekken enige samenhang te verlenen.
Standpunten zijn er bij D66 inmiddels genoeg, maar veel lijkt dit niet te helpen. Als 'wrijfhoutje’ tussen de twee coalitiepartijen PvdA en VVD delven de democraten te vaak het onderspit. Redelijke standpunten garanderen niet dat die ook aan de kiezer worden gebracht, of dat ze triomferen in de slangenkuil bij de interruptiemicrofoon in het parlement. D66'ers kunnen aan zichzelf vaak nauwelijks een gebrek ontdekken en komen na enig aandringen steevast met de opmerking 'dat wij eigenlijk te vriendelijk zijn’. Maar omdat ze dat geen echt gebrek vinden, verandert er niets. Het goede nieuws is Dik.
De inmiddels als adviseur rondklussende Felix Rottenberg zag onlangs in een vertoog over zoiets onpersoonlijks als ruimtelijke ordening kans een opmerking over Dik te maken. 'Wim Dik’, siste Rottenberg, 'wat heb ik een gloeiende hekel aan die man.’ Waarom? is de vraag. Omdat hij zo veel op hem lijkt? Omdat hij net zo zelfingenomen is? En net zo agressief? Met Wim Dik hebben de democraten de kans iemand binnen te halen met kwaliteiten die in de eigen gelederen nog niet eens in homeopatische verdunning beschikbaar zijn. Van Dik zal niemand zeggen dat hij 'te vriendelijk’ is. De antipathie van Rottenberg is wat dat betreft veelbelovend.