Universitair hoofddocent filosofie, Universiteit Tilburg

Wim Dubbink

Maakbaarheid als plicht

Wie zou anno 2011 het project van de Verlichting nog willen verdedigen? Dat lijkt een wat Don Quichotte-achtige missie. De afgelopen 200 jaar is het onder kritiek bedolven geraakt. Toch kan ik het niet anders zien: de Verlichting is het beste wat de Westerse cultuur is overkomen. Kernwaarden van onze cultuur zijn de vrijheid, solidariteit en de waardigheid van elk individu. Het is de verlichting die deze idealen centraal in ons denken plaats en die ook kan beargumenteren waarom die idealen ertoe doen. We vergeten wel eens hoe groot die prestatie is. Het moet ’t wellicht nog eens gezegd: vrijwel geen enkele andere cultuur, inclusief de premoderne Europese, erkent de waardigheid van elke mens; in vrijwel elke andere cultuur betekent “recht” het voorrecht van sommigen en het onrecht voor velen.

Als de Verlichting onze maatstaf is, dan moet de vraag naar “het grootste probleem van onze tijd” beantwoord worden door te kijken of we de erfenis van dit project goed beheren en bewaken. Dat is helaas niet zo. Een groot probleem lijkt me te zijn dat we een cruciaal aspect van het ideaal van “maakbaarheid” uit het oog lijken te verliezen, althans als collectief ideaal.

Sommigen zullen zich nu mogelijk afvragen in welke bibliotheek ik de laatste 50 jaar verdwaald ben geraakt. Is het ideaal van de “politieke maakbaarheid” niet volstrekt failliet en terecht afgeschreven na het voortdurende falen van de staat? Ter verdediging merk ik op dat het ideaal van de politieke maakbaarheid in de praktijk allesbehalve is opgegeven. Het heeft zich alleen verlegd naar andere idealen, in het bijzonder het veiligstellen van het (basis)geluk, tevredenheid en zekerheid van burgers. Als in een land een opkomende griep epidemie met een megalomane preventie campagne afgeweerd gaat worden en niemand dat raar vindt, dan kan het ideaal van politieke maakbaarheid niet anders dan reusachtig aanwezig zijn. Als de politiek zich druk maakt over private ondernemingen die treinen die een paar minuten (!) te laat laten rijden, dan geloven we op een onvoorstelbare manier in politieke maakbaarheid. Als we denken dat de politiek de financiële crisis van de vrije markt kan beteugelen en meer in het algemeen onze economie kan redden, dan is politieke maakbaarheid een ontzaglijke realiteit. En in welke andere tijd zou de staat het in z'n hoofd halen de pensioenvoorziening van al haar burgers te beschermen? En welke samenleving heeft zich ooit ten doel gesteld het aantal van 200 mensen die vanwege ernstige gedragsstoornissen permanent vastgebonden zitten, terug te brengen naar 50? Ik zeg niet dat het verkeerd is, ik zeg alleen dat we niet moeten ontkennen dat we geloven in politieke maakbaarheid.

Mijn tweede reactie is dat de Verlichting het ideaal van “maakbaarheid” maar zeer ten dele als politieke maakbaarheid interpreteerde. Kant omschreef de Verlichting als een proces van mondig worden. “Mondig worden” betekent in zijn denken dat we de “moed en vastberadenheid” moeten hebben ons te laten leiden door de rede c.q. onze redelijkheid. Bij een idee als “heerschappij van de rede” gaan onze gedachten wellicht snel uit naar een collectieve heerschappij van de politiek over de buitenwereld die ons leven beïnvloedt. Maar in het Verlichtingsdenken is de heerschappij van de rede ook zeker, primair zelfs, een morele categorie die onze binnenwereld betreft. We moeten de moed en de vastberadenheid hebben onszelf te beteugelen. We moeten ervoor zorgen dat onze preferenties en verlangens redelijk blijven, dat onze neigingen en emoties redelijk blijven. Onredelijke preferenties, verlangens, neigingen en emoties moeten we de baas worden. In de morele uitleg slaat de maakbaarheid op de unieke menselijke eigenschap zichzelf te veranderen en te constitueren. “You make me wanna be a better man” zegt de nukkige klootzak Melvin Udell (Jack Nicholson) tegen Carol Connelly (Helen Hunt) in As Good As It Gets; dat is precies de morele maakbaarheid waar het in de Verlichting om draait (al is het dan de rede en niet de verliefdheid die ons motiveert). Lukt ons die bijstelling niet, dan zullen we niet vrij en gelukkig zijn; en dan zijn we beide ook niet waard.

Morele maakbaarheid en politieke maakbaarheid hoeven we overigens niet te zien als elkaar uitsluitende tegenpolen. Ik zeg dus niet dat politieke maakbaarheid onzin is en morele maakbaarheid het enig belangrijke. Ik wil er vooral op wijzen dat we het ideaal van morele maakbaarheid steeds meer uit het oog verliezen. “Preferenties” zijn de objectieve basisgegevens van het huidige economische denken; het zijn gegevens, die boven elke verdenking verheven zijn. Niettemin is het ook zeker waar dat de Verlichtingsdenkers politieke maakbaarheid zonder een behoorlijke dosis morele maakbaarheid, als een illusie van de hand zullen doen. Vanwege de fragiliteit van het bestaan loopt politieke maakbaarheid snel tegen zijn grenzen op, zeker als geluk en tevredenheid van de burgerij daar deel van uitmaken. Onze gerealiseerde politieke maakbaarheid is daarmee een unicum te noemen: vrijwel geen andere staat heeft grote rampen, schaarste, grootschalige corruptie, oorlog, ziekten en ga zo maar door, zo lang op afstand weten te houden. En veel meer dan dat hebben de meesten mensen in de meeste culturen niet van de politiek durven vragen.

Illustratief voor het verlies van het ideaal van morele maakbaarheid is de manier waarop de betekenis van het begrip vrijheid wordt gereduceerd. Vrijheid staat tegenwoordig steeds meer synoniem met keuzevrijheid: “vrijheid” is kunnen doen wat je wilt omdat je vrij bent van externe dwang. Onze gegeven preferenties, verlangens, concepties van het eigenbelang zijn daarbij onze leidsman - bepalend voor onze identiteit zelfs. Voor de verlichtingsdenkers is vrijheid, vrij zijn van externe dwang en vrij zijn van interne dwang. Je kan een slaaf zijn van een ander maar ook een slaaf zijn van jezelf. In de ogen van de verlichting is een vrij mens niet iemand die al zijn preferenties kan bevredigen of iemand die “zichzelf vindt”. Het is iemand die zichzelf in alle redelijkheid constitueert.


Bekijk ook de pagina van Wim Dubbink bij de Universiteit van Tilburg