Wim, jacques en felix

Even nadat ik op het terras was neergestreken, werd het belendende tafeltje bezet door een viertal jongens en meisjes met ringetjes door hun oren en een decoratieve hanekam op de schedel. Zij werkten bij de Partij van de Arbeid, zo bleek uit hun conversatie, zo te horen als medewerker van het twee huizenblokken verder gelegen partijbureau. Zij spraken over het lief en leed van Wim, Jacques en Felix en andere dingen die mij niets aangaan, maar ik kon daar, boven de blauwe Spa, toch moeilijk een prop uit Het Parool in m'n oren stoppen, dat ik zonovergoten aan het lezen was.

En ik moest denken aan een beroemde affaire uit de late jaren zestig, aangezwengeld door de Vrije Volk-journalist Willy Levie. Die had in zijn krant een rubriek die ‘Moet u horen!’ heette. Daarin vertelde hij eens hoe hij onvrijwillig getuige was van de luidruchtige restaurantpraat van Siebe van der Zee, het toenmalige hoofd van de tv-sectie van de Avro. Van der Zee was q.q. voor commerciele televisie, iets waar de socialisten in die tijd nogal tegen waren. Het gegeven emotioneerde Van der Zee dusdanig, dat hij plotseling, voor iedereen verstaanbaar, riep: 'Die rooie rothonden… van mij mogen ze ze vier maal klieven!’ Iemand riep nog geschrokken 'Ssst!’, maar de Avro-functionaris liet met stemverheffing weten dat 'gerust iedereen’ dat mocht horen. Afmaker van chroniqueur Levie: 'En omdat toch iedereen het horen mag, dacht ik: Kom, ik zal Siebe es een pleziertje doen.’
Het is nog een hele rel geworden, die Van der Zee bijna de kop heeft gekost. Levie werd op zijn beurt door De Telegraaf voor SD'er en Gestapo-agent uitgemaakt, want dit inmiddels vrij suffe dagblad had die tijd een helder en overzichtelijk standpunt rooie rothonden betreffende.
Zo zat ik plotseling met de kleinkinderen van die rooie rothonden op een terras en beluisterde hoe Felix, ondanks het tegenstribbelen van Jacques… Nee, de jongens en meisjes vertelden geen partijgeheimen, en als zij dat wel hadden gedaan, had ik dit stukje niet geschreven. Waarom zou ik ze in moeilijkheden brengen? Voor zoiets triviaals als politiek kabouternieuws?
Of doe ik mij nu beter voor dan ik ben? Stel dat er sprake zou zijn geweest van een geheime missieve van Thijs, vanuit Straatsburg door Hedy ondersteund, met het doel om Wim voortijdig door Schelto te laten vervangen…
Het is de socratische probleemstelling waar Marcel een serie voortreffelijke tv-programma’s over heeft gemaakt, en ik ben blij dat ik zelf in mijn journalistieke loopbaan nooit voor dit soort dilemma’s ben gesteld.
Ik draag mijn nieuwsjagende collega’s alle achting toe, maar voor mijzelf is dat allemaal niks. Mijn journalistieke ideaal is niet Argus, de wakkere reporter van de Rommeldamse Courant, maar wijlen Andre Luyendijk, de senaatsverslaggever van de Nieuwe Rotterdamse Courant. Als die toevallig iets nieuws uit de wandelgangen plukte, schonk hij dit genereus aan een collega van een concurrerend dagblad en schreef er zelf vervolgens ’s anderendaags een deftig commentaar bij.