Domenico Bianchi, Untitled, 2021. Olieverf en was op glasvezel en houten paneel, 140 x 110 cm © Courtesy of the Artist & Galleria Lorcan O’Neill

Een schilderij van Domenico Bianchi begint doorgaans rond het midden met een rond gedraaide figuur. Dat motief is typisch in zijn werk. Meestal is het in één kleur zodat ook de lijn ervan vlijmscherp getekend is. Op het kleine, witte schilderij hier op de bladzijde is het motief in een slank zwart. Eerst leek de vorm een bol, dan iets wat rond en plat is. Daarna begonnen er lijnen los te raken zoals draden losraken uit een bol van garen als die ronddraait.

Ik gebruik een beeld om duidelijk te maken hoe in het midden lijnen losraken en gaan slingeren. Ook bij het kijken naar abstracte vorm zoek je houvast bij wat je herkent. Toen ik langer geleden het werk van Bianchi leerde kennen, vergeleek ik het gedraai van de grillig bewegende motieven met het wapperen van lange wimpels hoog aan masten hier aan de winderige kust. Soms waait het hard, dan weer minder. Als het zachter waaide bleef een wimpel eerst even hangen – alsof de stille wind even pauzeerde – maar dan was er plotseling een vreemde knak in de wimpelbeweging.

Net zo, ongeveer, zie ik hoe in het kleine witte schilderij uit het motief zich zwarte lijnen losmaken die onvoorspelbaar gingen slingeren. Het lijken smalle linten. Terwijl ze slingeren draaien ze ook. Het lint lijkt dán weer breder, dán weer smaller. Zo is het motief een almaar draaiende, impulsieve vormbeweging die het hele schilderij vol in beweging zet. De bewegingen van het motief zijn abrupt, zoals ook wind met vlagen komt. Indertijd heb ik zulke wonderlijke motieven ook wel vergeleken met het sierlijke gekronkel van sigarenrook in lamplicht. Ook die geruisloze rook kronkelt maar.

Het motief beweegt snel en buitelt als een zwaluw

Dat bleek echter een te zacht beeld. Het zwarte, slingerende lint dat zich in het witte schilderij uit het motief losmaakt, is tegelijk ook een slanke, lichte beweging. Ook als het motief losraakte, bleef de lijnvoering toch uiterst beheerst. Zo is het intense wezen van Bianchi’s vormgeving: hoe hij lijn en figuur vasthoudt in zijn schilderijen. Er begint een vormgeving. Dan gaat het schilderij verder en zoekt zijn weg. Het wordt een onnavolgbaar proces van ver-vormingen. Hoe dat verloopt? Om te beginnen was het gedraaide motief een zorgvuldig ontwerp van vormgeving. Het werkt als een schematisch midden, een beginpunt, van waaruit de dwaaltocht van het schilderen kan beginnen. De schilder schildert op zijn eigenaardige manier. Dat zien wij gebeuren. Wij zien het gedrag van vorm en kleur zoals de schilder dat in gang zet. Eigenlijk is het een vraaggesprek dat wij voeren met een schilderij.

Domenico Bianchi, Untitled, 2009. Olieverf en was op linnen en fiberboard, 80 x 60 cm © Peter Cox / Slewe Gallery Amsterdam

Laatst kreeg ik nieuw werk van Domenico onder ogen: een schilderij uit 2021 dat er ineens veel strenger uitzag dan ik het van vroeger kende. Het was straffer in elkaar gezet. Waar de werken in het midden mee beginnen, een los rond motief, was hier een strakke donkergrijze figuur. Het is een bonkig harde verknoping, geenszins een sierlijke strik waarvan losse linten door de beeldruimte gaan zweven en die in beweging zetten. Het motief in het zwart-witte schilderij was een lichte figuur van linten. Het beweegt snel en buitelt als een zwaluw. In het nieuwe strenge schilderij is het motief steviger rond. In kleur is het strakker. Het motief is een zware figuur die, vanwege zijn donkergrijze gewicht, de verdere vormen in de vertoning langzamer laat bewegen.

Een schilderij is voor alle vormen en figuren die erin optreden ook een speelveld. Dit beeldvlak hier is streng en vlak en rechthoekig. Het is 140 centimeter hoog, 110 centimeter breed. Dat is een compacte vorm als die aan de muur hangt. Het is een schilderij dat je frontaal aankijkt. Zo moet je ook terugkijken. Rondom het harde loodkleurige midden, zwaar en rond, bestaat de beeldruimte uit een puntig patroon van harde hoeken en rechthoeken. Ze lijken bijvoorbeeld op gebroken ijsschotsen die tegen elkaar botsen. Tegelijk zijn het omzichtige bewegingen, van die stukken vorm tegen elkaar. Ze drijven rond met afgemeten regelmaat – als woorden die op elkaar rijmen. De pauzes en botsingen tussen hen in worden onderbroken door spitse, grillige tussenruimtes. Dat web lijkt wel een netwerk van aderen die zelfs nerveuze beweging brengen in het oppervlak van het schilderij.

De rechte en hoekige vormen zijn gemaakt van dunne plakken bijenwas met olieverf vermengd en op kleur gebracht. Ze waren plat en scherp en met passende kanten precies in vorm gesneden als in een mozaïek. Die hoekige scherpte, dat snijden, is de kern van Bianchi’s handschrift. In vroeger werk waren vormen overwegend gebogen. De figuren slingerden meer en waren navenant zachter en ronder. Nu in een strenger patroon zien we kantige vormstukken die elkaar, horizontaal en verticaal, hard raken. Er is in het ritme van vorm een hard verloop. De kleuren zijn die van geel gedroogde klei. Het speelveld ziet er gebarsten uit. De oppervlakte van het schilderij is ook een vlak van scheuren en barsten dat ook vol spleten zit. In het stugge midden is het donkere motief van grijze cirkelvormen hard als ijzer. De toon werd hard. Ik merk de strenge toon van Jannis Kounellis, van zijn meedogenloze zwarte schilderijen van teer.