Windkracht

Een brede coalitie zou na 15 maart de politieke storm moeten temperen. Maar is die storm niet juist het resultaat van vier jaar ‘verbinden’?

‘De kritiek op het functioneren van de media heeft de laatste jaren orkaankracht aangenomen.’ Ik heb even opgezocht of er op de schaal van Beaufort een windkracht bestaat die sterker is dan die van een orkaan. Het antwoord is nee. Toch slaat die eerste zin niet op het huidige tijdsgewricht, maar is het de openingszin van het boek Politiek en media in verwarring waarin wordt teruggeblikt op de verkiezingscampagne van 2002, het jaar van de opkomst en moord op politicus Pim Fortuyn.

Ik weet niet of die openingszin het huidige diskwalificeren van de media doet relativeren of dat de conclusie moet zijn dat het de afgelopen vijftien jaar alleen nog maar harder is gaan waaien, ook al hebben we voor de windkracht-van-nu geen naam.

Er was deze week veel discussie omdat rtl4 het ‘premiersdebat’ aanvankelijk had afgelast. Het was achteraf niet verstandig van de commerciële omroep om vooraf af te spreken alleen de vier grootste partijen in de peilingen mee te laten doen. Met peilingen die elkaar niet ver ontlopen, was dat niet vol te houden. Daarom wilde rtl4 GroenLinks als vijfde partij uitnodigen.

Maar kijk eens naar wat politieke partijen doen. De pvv zei als eerste: dan doen we niet mee, want dat was niet de afspraak. De vvd volgde meteen. Eigenbelang telt bij pvv en vvd zwaarder dan open debat. Na het nodige kritische commentaar heeft rtl4zichzelf geen speelbal laten maken van de twee grootste partijen in de peilingen. Er komt toch een debat, zondag 26 februari, met cda, d66, GroenLinks, SP en pvda.

Ook DENK van Tunahan Kuzu heeft, net als de vvd en de pvv, maling aan echt debat. De partij belaagt andere politici liever via Twitter met nepaccounts. Het verwijt van politici aan de media dat ze niet over inhoudelijke zaken berichten, krijgt er een wrange smaak door.

Op de wandelgang van de Kamer is al menig brede coalitie uitgedacht

Deze week kan het debat gaan over de miljarden euro’s die partijen kunnen uitgeven aan zaken die hun na aan het hart liggen. De economie trekt weer aan en de overheid zit daardoor weer ruimer bij kas. Vergelijk dat eens met ruim vier jaar geleden toen er voor miljarden euro’s moest worden bezuinigd. Een wereld van verschil. Moet dat extra geld naar lastenverlichting, zoals de vvd wil? Zo ja, bij wie komt dat geld terecht? Bij iedereen, staat in het vvd-verkiezingsprogramma. Ook d66pleit voor miljarden aan lastenverlichting. Net als GroenLinks, maar die wil dat deze gericht is op werkgevers en werknemers zodat de werkgelegenheid groeit; daarnaast moeten grote vermogens en de uitstoot van co2 juist zwaarder worden belast. De pvda wil de miljarden inzetten voor extra conciërges, het flexibiliseren van de aow-leeftijd en krimpregio’s. Het cda breekt een lans voor de koopkracht van ouderen.

Je hoofd gaat ervan duizelen, van al die doelen. Daarom is het van belang dat politici uitleggen wat de maatschappijvisie is achter hun plannen. De ongelijkheid in inkomens verminderen of juist niet. Werkenden meer laten profiteren dan niet-werkenden of juist niet. De overheid laten investeren of juist geloven dat de consumentenkoopkracht de stimulans voor de economie moet zijn. Van oordeel zijn dat banen alleen gecreëerd kunnen worden door de markt of juist vinden dat bepaalde groepen werkenden gebaat zijn bij ‘overheidsbanen’. De vraag is of die onderlinge verschillen voldoende uit de verf komen of worden ondergesneeuwd door de focus in deze verkiezingsstrijd op nationalisme, grenzen, en identiteit.

Het laatste lijkt het geval. Zo schrijft lijsttrekker Alexander Pechtold op de d66-website: ‘Mijn gevoel zegt me dat deze tijd van onzekerheid eerder vraagt om een kabinet gestoeld op verbinding en samenwerking.’ Daarmee zet Pechtold zich af tegen de politiek van grenzen dicht, Nederlanders eerst en alleen mijn normen-en-waarden tellen. Pechtold is de enige niet. Op de wandelgang van de Kamer is al menig brede coalitie uitgedacht. Steeds regeert dan de ‘verbinding’. Altijd zonder pvv. Soms met, soms zonder vvd. Soms neemt heel ‘links’ deel, soms alleen GroenLinks. Altijd zijn d66 en cda van de partij.

Toch zijn er argumenten om tegen een heel brede, ‘verbindende’ coalitie te zijn. Was de opkomst van Fortuyn in 2002 niet juist het gevolg van het smoren van het politieke debat over maatschappijvisies? Waren de puinhopen van Paars niet juist ontstaan omdat pvda en vvd, zeg maar sociaal-economisch links en rechts met daar tussenin d66, acht jaar lang hadden geregeerd? Is het antwoord daarop ja, dan is dat na ruim vier jaar een coalitie van vvd en pvda mogelijk weer gebeurd. Dat zou de winst in de peilingen van de pvv en het afbladderen van vooral de pvda verklaren. Omdat opnieuw het verschil tussen sociaal-economisch links en rechts is vervaagd. En het liberale marktdenken wederom van links onvoldoende tegenspel kreeg.

Achter de roep om dichte grenzen en Nederland eerst, gaat in deze redenering dan eigenlijk de wens van veel kiezers schuil om beschermd te worden door de overheid tegen werkloosheid, oneerlijke concurrentie of inkomensverlies als gevolg van ziekte of ouderdom, kortom tegen de negatieve gevolgen van het liberale marktdenken. In deze verkiezingsstrijd zou het daarom dan ook niet echt gaan om identiteit, ook al lijkt dat zo, en ook niet om meer economische groei, maar om de vraag hoe je welvaart eerlijk deelt en beschermd wordt als het tegenzit. Na 15 maart past daar dan geen brede coalitie bij. Verbinden is goed, maar er zijn grenzen.