Windows met uitzicht

Kerstnacht, Paaswake, Pinkstervuur, Stille Omgang, Sint Maarten, normaliter is er een Hogere Instantie voor nodig om de nachtrust te verzaken. Ook feesten tot de morgenstond is altijd nog een teken van een heilig ritueel. Zelfs het in een slaapzak afwachten van het begin van de uitverkoop heeft een respectabele noodzaak. Maar inmiddels is er een motief om bij nacht en ontij de straat op te gaan dat niets met spiritualiteit te maken lijkt te hebben: de lancering van een nieuw computerbesturingsprogramma. Het tarten van het bioritme gebeurt nu door toedoen van Microsoft en zijn nieuwe interface Windows 95.

Een miljard werd er aan directe en indirecte marketing uitgegeven en toegegeven, dat is voldoende voor een hype als nooit tevoren. Maar dat kan, zou je zeggen, toch nooit voldoende zijn voor een groepshysterie ter waarde van een biologische revolutie? Wat is zulke software nu meer dan een organisatorisch hulpmiddeltje?
Veel meer. Windows 95 is klaarblijkelijk zo belangrijk dat het wat aandacht betreft elk kunstwerk verslaat. Hoogstens een eenmalig concert van de Rolling Stones kan een vergelijkbare massapsychose teweegbrengen. Ze zijn dan ook gecontracteerd om dit programma van muzikale omlijsting te voorzien met het nummer ‘Start Me Up’.
In de berichtgeving over Windows 95 ontbreekt iets. Zelfs de meest serieuze media berichten dagenlang en paginabreed over produktpresentaties, marketingtechnieken en de run op de computerwinkels. Geen enkel produkt mag zich in zoveel free publicity verheugen. De opgekochte oplage van The Times, een afgehuurd megahotel in Las Vegas, het acute bijgeloof van een consument in Auckland op grond van de aanschaf van 'het eerste exemplaar’, alles is even buitengewoon boeiend. Veel minder aandacht is er voor de vraag waarom zoiets als een computerbesturing de wereld op zijn kop kan zetten. Terwijl de kritiek op zaken waarvan geen mens meer lijkt wakker te liggen, kunst, wetenschap en maatschappij, heel genuanceerd kan zijn, komt de beschouwing over wereldschokkender zaken als een computerinterface, niet verder dan besmuikt jolijt over het 'randgebeuren’. En dat terwijl interfaces toch de omgeving bepalen waarin een steeds groter deel van onze tijd wordt doorgebracht.
Dat laatste is natuurlijk ook de ware reden van alle ophef en vertier. Windows is niet alleen een aantrekkelijk en waardevrij organisatiemodel voor informatie en communicatie, het is ook de naam van onze nieuwe woning. Dat is niet meer het kale flatje van MS-Dos, maar een postmoderne woon-folly met veel toeters en bellen. Wat Macintosh al veel langer bood aan de echte liefhebber, wordt nu de norm voor iedereen: een tegelijk gedramatiseerde en getrivialiseerde interface, vol geinige icoontjes en symbooltjes. MS-Dos was nog duidelijk een carte blanche voor de geest. Windows echter is de geest, een communicatief totaalprogramma dat als Ersatz dient voor een schriele inhoud van de files.
Er is op termijn een eigenschap van Windows 95 die deze gebruikersinterface nog veel dwingender zal maken. Dat is de oprijlaan naar Microsoft Network, de online-dienst die zogenaamd gratis in het pakket wordt meegeleverd en die, 'als de gebruiker dat wil’ steeds een kopie maakt van de op de harde schijf aanwezige programmatuur. Met enige welwillende onwetenheid krijgt Microsoft dus toegang tot al haar eigen licenties alsmede die van anderen. Terwijl de wereld wordt herleid tot een set 'gegevens’, is dit de volgende stap in de totaalkoppeling van al die gegevens. Eerst had je sneaker net, waarbij je nog zelf met je diskette van terminal A naar terminal B moest. Toen kreeg je de groupware, waarin je binnen een bepaalde configuratie met elkaar kon communiceren. Nu is er dan MSN, de aanstaande coordinator van het bestaan. Je hoeft je gegevens niet meer 'uit de computer’ te halen, je stapt er zelf in. De computer is zijn status als kastje vol data eindelijk ontstegen en wordt, naar William Burroughs, het ankerpunt van onze terminal identity.