Wingewest

Met de toezeggingen van minister Kamp in Loppersum is het vertrouwen in de politiek niet zomaar hersteld. Want het wantrouwen zit diep, en niet alleen in Groningen.

Het nieuwe jaar is nog jong en wie weet wat 2014 nog in petto heeft. Toch denk ik dat de beelden van de persconferentie van minister Henk Kamp van Economische Zaken in het Groningse Loppersum al niet meer weg te denken zijn uit de geschiedenis van het jaar dat nog grotendeels moet komen.

Op die beelden zien we koele kikker Kamp die zich in het gemeentehuis door zijn op papier gestelde tekst heen praat, terwijl buiten emotionele Groningers joelen en tieren en een van hen zelfs letterlijk met de megafoon tegen het raam aan tikt. Heel symbolisch beeft en trilt dan even het doek dat achter de minister is opgehangen, alsof de kerktoren die daarop is afgebeeld door een aardbeving is getroffen. Het lijkt wel een beving met een kracht van 4.1 op de schaal van Richter, het officieel nieuw voorspelde maximum, waarvan veel Groningers buiten het gemeentehuis denken: ja, ja, het zal wel.

Wat er vorige week vrijdag in Loppersum gebeurde, staat voor meer dan alleen de clash tussen de Groningers die zich achtergesteld voelen en de Haagse politiek die daar jarenlang van heeft weggekeken. Hier protesteerden mensen wier veiligheid letterlijk is opgeofferd voor economisch gewin in vooral de rest van het land. Hier waren gewone burgers kwaad omdat ze zich ten diepste miskend en gebruikt voelen door Den Haag. Hier joelden mensen hun gevoelens van machteloosheid uit hun lijf tegenover een minister die twee dagen later in het tv-programma Buitenhof zou zeggen dat hun dorpen er toch goed uitzien en Groningen er toch niet verloederd bij ligt.

De politicus Kamp kwam dan – eindelijk – wel met een zak geld en ook met de toezegging van een beetje minder gaswinning, maar hij toonde geen enkel moment daadwerkelijk begrip voor de emoties van de Groningers. Hier werd een gapend gat zichtbaar dat ook elders door veel burgers wordt gevoeld: we hebben geen grip meer op ons leven, dat is wat ons zo kwaad maakt, en de politiek laat ons in de kou staan. Het is dit gapende gat dat de politiek al ruim een decennium doet schudden en beven.

In het geval van de gaswinning in Groningen zal het verweer in Den Haag zijn dat de regio nu toch 1,2 miljard euro krijgt. En dat er nu toch ook een dialoogtafel – waar halen ze het woord vandaan – in het leven wordt geroepen waaraan de bevolking mag meepraten over de investeringen die met een deel van dat geld in de economie van de provincie kunnen worden gedaan. Maar als de politiek verwacht dat daarmee het vertrouwen is hersteld vergeet ze dat een jarenlang en terecht opgebouwd wantrouwen niet zo maar weg is. En vergeet ze eveneens dat ook elders het wantrouwen diep zit.

Eén opmerking van minister Kamp in Buitenhof was extra opmerkelijk. Hij vond dat je nu niet moest redeneren dat de besluitvorming rondom het Groningse gas in het verleden anders had gemoeten. Het was destijds immers democratisch besloten. Alsof democratische besluiten geen besluiten kunnen zijn die in het licht van de gevolgen achteraf als verkeerd kunnen worden beoordeeld.

Met zijn opmerking veegt Kamp in één keer alle reeds gehouden en toekomstige parlementaire enquêtes en onderzoeken naar democratische besluiten uit het verleden van tafel. Alsof het achteraf zinloos was dat Tweede-Kamerleden constateerden dat ze in de jaren voorafgaand aan de financiële crisis onvoldoende actief waren geweest en onvoldoende financiële kennis van zaken in huis hadden gehad. Alsof het eveneens achteraf zinloos was dat de Kamer concludeerde dat de onderwijsvernieuwingen uit voorgaande decennia mede het gevolg waren van een tunnelvisie bij de verantwoordelijke bewindspersonen.

Mogelijk maakte Kamp zijn opmerking om de discussie over het overnemen van de Britse één-procentsregeling in de kiem te smoren. In de Tweede Kamer gaan stemmen op om naar Brits voorbeeld regio’s waar economische bedrijvigheid, zoals het winnen van schaliegas, zowel gewin als schade en ongemak oplevert een procent van de opbrengst te geven. Dat geld kan worden gebruikt om te investeren in de regionale economie en om geleden schade te compenseren. Met een dergelijke één-procentsregeling zou de Nederlandse politiek dan indirect erkennen geleerd te hebben van een verkeerd besluit uit het verleden, namelijk dat in ons land daarover tot nu toe niks is afgesproken.

De grootste regeringspartij, de vvd, ziet niks in een één-procentsregeling. Die zou NoordOost-Groningen namelijk veel meer geld kunnen gaan opleveren dan wat vorige week is afgesproken, zeker als de regeling met terugwerkende kracht zou gelden. Ook de regio rond Schiphol zou bij het rijk kunnen gaan aankloppen, want de bedrijvigheid rond de luchthaven levert eveneens zowel inkomsten voor het gehele land als schade en ongemak voor de regio op.

Mogelijk steekt dan ook de regio rond de Maasvlakte de vinger op. Of die gebieden waar ze last hebben van horizonvervuiling door windmolens. Of die gemeenten waar in de toekomst overlast zou kunnen ontstaan als de rijksoverheid toestemming zou geven voor het winnen van schaliegas.

Aan een één-procentsregeling kleven inderdaad haken en ogen. De politiek moet daar goed over nadenken voordat ze een besluit neemt. Maar voorbijgaan aan de schade die economische activiteiten een regio bezorgen, kan uiteindelijk leiden tot opgekropte woede en emotie. Zoals in Groningen, dat zich – terecht – een wingewest ging voelen. Hetgeen niet alleen daar schade berokkende aan de politiek, maar ook in de rest van het land.

We hebben geen grip meer op ons leven, en de politiek laat ons in de kou staan