Winnaar de principes achter het d66-pragmatisme

D66 begint hoe langer hoe meer op het CDA te lijken. De sleutelpositie in de kabinetsformatie, het gedraai aan alle kanten. Maar hebben de Democraten 66 ook zoiets als een ideologie? ‘In dat soort termen denken wij niet, he.’ Op zoek naar de principes van de anti-ideologen.

Rijk Het blijft ironisch. De partij die al achtentwintig jaar een groot deel van haar bestaansrecht ontleent aan het bevechten van de machtspositie van het CDA, neemt na volgende week die machtspositie over. Als de voorspellingen niet bedriegen, is er zonder D66 straks geen kabinet. En even vernuftig als het CDA altijd deed, laat nu D66 alle coalitiemogelijkheden open. En de parallel gaat nog verder. Want zoals jarenlang het CDA (al is dat nu bijna niet meer voor te stellen) zich buiten de schijnwerpers van de media wist te houden, zo slaagt nu D66 daar uitstekend in. Waar de andere partijen er belang bij hebben zich inhoudelijk te profileren, heeft D66 dat net zo min als het CDA - zichzelf uitroepen tot de gedoodverfde winnaar is precies genoeg. D66 heeft daar ook een redenering voor: iedere poging tot inhoudelijke definitie is slechts een uiting van het volkomen achterhaalde denken in ideologieen. En wee degene die de partij dan nog durft te duiden.
Okee, daar gaan we dan.
Politicoloog Ruud Koole mag D66 graag een ‘protestparkeerpartij’ noemen. D66 groeit niet dank zij zichzelf, maar dank zij het falen van de andere partijen. Hij bestrijdt dan ook dat D66, zoals die partij zelf beweert, dank zij de afkeer van ideologieen beter dan anderen aansluit bij het 'levensgevoel’ van de huidige tijd. Koole: 'Volgens mij is er geen sprake van ontideologisering, maar van ideologische convergentie. Er bestaat nog wel degelijk ideologie, maar voor alle partijen ongeveer dezelfde. En daarin is D66 dus niet noemenswaardig anders dan de anderen.’ Koole’s Amsterdamse collega Siep Stuurman: 'Er is in Nederland altijd een behoorlijke groep vrijzinnig-democratische of sociaal-liberale kiezers. In tijden dat de PvdA die groep niet aan zich weet te binden, wordt D66 groter. Maar ik vind het flauw om ze daarom een protestpartij te noemen, want bij iedere partij is de aanhang deels afhankelijk van hoe anderen het doen.'Bij het begin van het huidige kabinet beloofde Van Mierlo oppositie te zullen voeren voor een centrum-links beleid. Getuige het stemgedrag van D66 van de afgelopen vier jaar heeft hij die belofte zeker gestand gedaan; GroenLinks en D66 trokken grotendeels samen op. Nu was het gezien de aard van het kabinet niet erg moeilijk om links-liberaal oppositie te voeren, maar vanuit de beweerde middenpositie kon D66 evengoed met de VVD meestemmen. Grootste hobby van de partij bleef echter het analyseren van de besluitvorming binnen de coalitie, de geschillen tussen de coalitiepartners - kortom, het stellen van, zoals het CDA dat zou noemen, indringende vragen. Allemaal heel correct, maar daarmee wel het beeld versterkend dat politiek vooral een kwestie van vliegen afvangen is.Waar de andere partijen hun Scheffers, Zijdervelds, Kalma’s, Van der Listen en Teulingsen hebben, mengt D66 zich niet of nauwelijks in het publieke debat. 'Ideologen?’ vraagt de secretaresse van het wetenschappelijk bureau hoorbaar verbaasd, 'In dat soort termen denken wij niet, he.’ Een artikel op een opiniepagina en een debat in een zaal vragen om samenhangende ideeen en uitgesproken meningen. Aan beide heeft D66 een hekel. Toen het wetenschappelijk bureau onlangs toch een poging deed en een discussie in de Amsterdamse Balie organiseerde, viel het publiek collectief in slaap. Ter discussie stond de brochure De ruimte waarin wij leven: De verstoring van de verhouding tussen private en publieke ruimte en de consequenties voor de democratie.
Als er een partij is die weinig te klagen heeft over de media, is het D66. Maar op het partijbureau zijn ze diep, diep teleurgesteld in de journalistiek. En openlijk wantrouwend. Wie materiaal over de partij opvraagt, wordt onderhouden over de aard van het te schrijven artikel, medewerkers willen niet over D66 praten. Want riep de pers niet altijd dat D66 te weinig realistisch was? Nou, en toen kwam er een realistisch partijprogramma en was het weer niet goed. En D66 brengt de prachtigste nota’s uit, maar denk maar niet dat er een letter over in de kranten verschijnt.
Die nota’s maar eens gelezen. De afgelopen drie jaar verschenen er drie over het politieke stelsel (De veranderende rol van politieke partijen, Referenda en politiek en Denken over democratie). Daarnaast boog het bureau zich over het verschijnsel migratie, duurzame ontwikkeling, drugs en 'relatie en huwelijk’. Boordevol keurige overwegingen, en minder vatbaar voor het gezonde volksgevoel dan de PvdA. Maar niet vernieuwend, laat staan nieuw.
D66 zou bij uitstek de partij kunnen zijn die een hernieuwde visie op de verzorgingsstaat ontwikkelt, waarin een sociale politiek en een individualiserende samenleving worden verbonden. Maar juist op dit gebied is D66 niet op een idee te betrappen. De sociaal-economische paragraaf in het verkiezingsprogramma is een keurige samenvatting van alle op dit moment gebezigde economische cliches die, zoals het CPB berekende, nooit meer dan zo'n honderdduizend banen in vier jaar opleveren en hoe dan ook de inkomensverschillen vergroten. De riedel is bekend: de wig tussen bruto en netto moet verkleind, het aantal banenpoolplaatsen uitgebreid, de ruimte tussen minimumloon en CAO-loon benut. En verder is de partij voor het vergroten van het verschil tussen lonen en uitkeringen, moet het hoogste belastingtarief omlaag, dienen de inkomensverschillen groter te worden om de economie op te peppen, en zijn al die regeltjes maar slecht voor de Nederlandse concurrentiepositie.
Het sociaal-economische hoofdstuk werd geschreven door Bert Bakker, nu nog voorlichter bij de Ser en met zijn 21stePubliek en Politiek. plaats op de lijst straks sociaal-economisch specialist van de fractie. Door het gebrek aan economische expertise in de partij viel hij meteen omhoog. Hij was tevens voorzitter van de programmacommissie. 'De uitkeringen moeten ondergeschikt gemaakt aan banengroei’, zei hij onomwonden in HP/De Tijd. Het blijft een vreemde paradox dat de kiezers vooral overliepen van PvdA naar D66 vanwege het asociale beleid van de sociaal-democraten, terwijl D66 juist op dit gebied niet meer te bieden heeft dan de concurrent.
Dat D66 zich de laatste vier jaar in sociaal opzicht toch van de PvdA wist te onderscheiden, komt - behalve door de oppositiepositie - door de nadruk die D66 legt op de rechtszekerheid. Zorgvuldig bestuur betekent dat je niet zomaar de verworven rechten van mensen nietig mag verklaren. Wat dat betreft is de sterke juridische orientatie van de partij niet louter academische lucht. Maar met evenveel gemak kan Van Mierlo opeens roepen dat alleen de beroepsrisico’s in de WAO moeten, of dat iemand die maar voor een bepaald percentage arbeidsongeschikt is, geen WAO-uitkering behoeft. Het is de eenvoud van de sociaal-economisch weinig onderlegde politicus.
Toch is het niet datgene waar Jeroen Sprenger, woordvoerder van de FNV, het meest over in zit. Sprenger: 'Inhoudelijk is er goed met ze te praten, merkten we bij de WAO en bij de AOW. Maar ik houd m'n hart vast voor de manier waarop ze politiek willen bedrijven. D66 koerst op een veramerikanisering van het bestuur: belangengroepen en individuen die zonder tussenkomst van de zo verfoeide instituties rechtstreeks de ambtenaren en politici belobbyen. Zonder openbaarheid en zonder maatschappelijke verantwoording te hoeven afleggen. Er is van alles aan te merken op de huidige stroperigheid, maar hun alternatief lijkt me nog minder wenselijk.
'Bovendien is D66, al was het maar omdat ze de minste leden heeft van alle partijen, de laatste om te kunnen beweren dat ze weet wat er onder het volk leeft. Sprenger: 'Waar zitten de problemen op dit moment in Nederland? Niet bij de well-to-do-achterban van D66. En reken maar niet dat de mensen die nu uit de boot dreigen te vallen, zich weer betrokken voelen als ze mogen stemmen over de Betuwelijn.
'Politicoloog Koole: 'D66 vergeet dat het ook aan de consensusdemocratie, aan die zogenaamde stroperigheid te danken is dat we hier verschoond zijn gebleven van een vorm van thatcherisme.’ Bang als D66 is om zich aan wie dan ook te lieren, ging de partij niet in op de uitnodiging van zowel de FNV als de ouderenbond Anbo om eens langs te komen. Jan Lakeman van de Anbo: 'Ze hebben niks met ouderen en weten niet hoe ze met het verschijnsel belangenbehartiging moeten omgaan. We hebben ze al een paar keer uitgenodigd, maar ze komen gewoon niet.
'In een tijd dat het gros van de politieke partijen louter pragmatisch politiek bedrijft, is het verwijt dat D66 pragmatisch zou zijn nogal flauw. Maar de redenering is wel om te draaien. Kon D66 bij haar oprichting nog bestaansrecht ontlenen aan het bekritiseren van visies en blauwdrukken, nu langzamerhand iedere partij in een ideologisch vacuum vist, is er een andere pioniersfunctie te vervullen. Maar de democraten vertrouwen erop dat zij, juist zonder een omschreven visie, steeds de beste beslissingen kunnen nemen. Dat zou kunnen. Toch gaat juist het nemen van beslissingen en bestuursverantwoordelijkheid de partij niet altijd even makkelijk af. Het waren de D66-wethouders die de afgelopen jaren het vaakst het veld moesten ruimen en uit een enquete onder burgemeesters bleek dat zij over D66-wethouders het minst te spreken zijn.Op een punt kan D66 geen onduidelijkheid worden verweten: de bestuurlijke vernieuwing. Hier lijdt de partij echter aan de wet van de remmende voorsprong. Want terwijl langzamerhand de ganse samenleving discussieert over de kloof tussen burger en politiek, staat D66 stil. En terwijl de rest van de samenleving ondertussen weet dat die kloof niet bestaat, dat de burger wel degelijk is geinteresseerd en dat er hoogstens iets aan de hand is met de partijpolitiek, verhaalt Van Mierlo nog immer over de niet-geinteresseerde burger. Met als oplossing, inderdaad, het referendum, de gekozen burgemeester, de gekozen minister- president en het districtenstelsel.
Het referendum is onmiskenbaar een goede manier om macht over te dragen aan de burger, en dat referendum zal er de komende kabinetsperiode wel komen. Of we enig belang hebben bij die andere stokpaarden - het districtenstelsel en de gekozen minister-president - is echter zeer de vraag. Een gekozen minister-president vergroot de macht en neiging tot alleenheerschappij van de regering ten nadele van het parlement. Het districtenstelsel heeft weliswaar voordelen, maar leidt ook tot eindeloos gekonkel, bijvoorbeeld over de grenzen van een district, die immers doorslaggevend kunnen zijn voor de uitslag. 'Kieswetgeografie’ heette dat spottend in de periode tussen 1848 en 1917, toen Nederland een districtenstelsel had. Stuurman: 'Misschien moet je zeggen dat Van Mierlo te oud wordt. In 1966 waren die voorstellen geniaal, nieuw, maar we zijn inmiddels bijna dertig jaar verder.’ Met name GroenLinks is D66 voorbijgestreefd in het denken over een werkelijke aanpassing van de partijpolitiek en de democratie aan de mondige en geschoolde burger.
De vraag is ook in hoeverre D66 werkelijk macht over wil dragen aan het volk. De partij vindt vooral dat de kiezer zich weer moet kunnen identificeren met de politici, en dat is iets anders dan het overdragen van macht. Dat blijkt ook in de gemeenten waar een referendum totstandkwam of werd voorgesteld. In Amsterdam was het de D66-wethouder die de uitslag van het autoreferendum naast zich neerlegde, in Zaanstad was het D66 die een referendum over al dan niet aansluiting bij het stadsgewest Amsterdam blokkeerde. Henriette de Vos, voorzitster van de Jonge Democraten: 'Zo'n referendum en gekozen minister-president zijn best goed hoor, maar D66 staart zich er blind op. De partij zou op veel meer terreinen moeten pleiten voor echte democratisering, door werknemers meer zeggenschap te geven in bedrijven bijvoorbeeld.
'Deze week maken Milieudefensie en de stichting Natuur en Milieu de 'rapportcijfers’ voor het milieubeleid van de politieke partijen bekend. D66 krijgt een zes-min, hetzelfde als de PvdA, terwijl GroenLinks een zeveneneenhalf haalt en ook RPF en GPV het beter doen dan D66. Bij de rapportcijfers is er rekening mee gehouden dat het in de oppositie makkelijker praten is. De afgelopen vier jaar gedroeg D66 zich op milieugebied vrij redelijk, men stemde vrijwel altijd met GroenLinks mee. Maar in het nieuwe verkiezingsprogramma is D66, wetend dat de regeringsverantwoordelijkheid wacht, zeker zo voorzichtig als bijvoorbeeld de PvdA.
Dat D66 zich desondanks juist met dit verkiezingsprogramma als milieupartij weet te profileren, is vooral een optische kwestie. Letterlijk, want D66 komt op voor het landschapsschoon: de Betuwelijn moet ondertunneld, de hogesnelheidstrein langs het bestaande spoor en Schiphol moet aan voorwaarden gebonden. Maar bij 'Nederland-distributieland’ als economische koers zet ook D66 geen vraagtekens.
Het is een publiek geheim dat Van Mierlo geen man van het milieu is. Hij bevindt zich bovendien in een lastig parket. Twaalf jaar geleden liet de kiezer D66 als een baksteen vallen toen de D66-bewindslieden het voor elkaar kregen om in amper anderhalf jaar het bos van Amelisweerd te kappen voor een snelweg, atoomafval in zee te dumpen en proefboringen toe te staan op Ameland. En Van Mierlo sluit niet uit dat D66 straks opnieuw moeilijke beslissingen zal moeten nemen, dus is het zaak de verwachtingen van de kiezers enigszins te temperen. Hij doet er dan ook alles aan om zich niet vast te pinnen op de uitspraken van het verkiezingscongres, waarin de achterban het standpunt over Schiphol, de Betuwelijn en de hogesnelheidstrein aanscherpte. Van Mierlo: 'De mensen associeren ons met een paar dingen: staatsrechtelijke vernieuwing, milieu, en misschien tegenwoordig voor het eerst ook wel sociale kwesties. Ik voel me moreel verplicht om ons voor een paar kwesties erg sterk te maken. Maar we kunnen niet alles he, we leven in een coalitieland. Daarom praten we ook niet over zogenaamde breekpunten.
'Op milieugebied, en dat geldt ook voor het migratievraagstuk, heeft D66 - anders dan de PvdA - het voordeel dat ze niet wordt geplaagd door ouderwetse sentimenten en in onzekere tijden niet terugvalt op het verdedigen van de arbeider. Siep Stuurman ziet ook om een andere reden wel mogelijkheden voor D66. 'Het gaat nu niet zozeer om het maken van nog verdergaande milieuplannen, maar om het uitvoeren wat besloten is. En juist daar kan D66 vanuit die drang naar correct bestuur heel goed pragmatisch en beginselvast doorduwen.’
En ondertussen blijft Van Mierlo hameren op een paarse coalitie. Paul Kalma, directeur van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk instituut van de PvdA: 'Dat verbaast me. Je kunt toch moeilijk als belangrijkste programmapunt hebben dat je een ander er buiten wilt houden. Als D66 en PvdA samen kijken met wie je het beste je ideeen kunt verwezenlijken, kom je toch echt eerder bij het CDA uit.
'In het jongste nummer van Socialisme en Democratie schetst Joop van den Berg, Eerste-Kamerlid van de PvdA, een nieuwe polariteit tussen enerzijds partijen die voor individualisering van de samenleving zijn, en anderen die dat willen tegenhouden. Vanuit die optiek ligt een paarse coalitie weer meer voor de hand. Maar behalve Marcel van Dam en Hans Van Mierlo lijken er weinig Nederlanders te zijn die de individualisering als belangrijkste politieke waterscheiding van de volgende eeuw zien.
Hoe kan D66 een voorkeur hebben voor de VVD terwijl die partij op alle grote problemen van de komende tijd - migratie, werkloosheid, milieu, de groeiende onderklasse - er een heel andere visie op nahoudt? Van Mierlo: 'Kijk, als de VVD vasthoudt aan haar standpunten, dan gaat het niet door, heel simpel. Maar ik weet zeker dat ze zullen veranderen. Door het vastgeroeste Nederlandse krachtenveld zijn PvdA en VVD tot nu toe gedwongen geweest zich antithetisch op te stellen. Du moment dat je het midden openbreekt, zoals straks hopelijk gebeurt, zullen ze veranderen.’ En: 'Ik zeg niet dat dat paarse kabinet er komt. Ik zeg alleen dat het er kan komen, en dat het net zo goed heel sociaal kan regeren als andere combinaties. Kijk, ze hebben mij toen in 1989 gevraagd of ik een kabinet met de VVD en het CDA wilde maken, en dat heb ik niet gedaan omdat er zoveel dingen waren waarvan ik dacht dat alleen een linkse regering die kon oplossen. Maar ik denk nu wel eens dat een kabinet met VVD en D66 zich nooit had durven permitteren wat dit kabinet met de WAO heeft gedaan.
'Een belangrijke oorzaak van de totale chaos die D66 in de kabinetten-Van Agt II en Van Agt III beving, was de rolverwarring rond Terlouw. Terlouw was minister en opereerde ook vooral zo: trouwer aan de regering dan aan zijn partij, meer communicerend met de regering dan met zijn partij. Maar hij bleef tegelijkertijd de natuurlijke leider van de partij, die vervolgens zwaar teleurgesteld raakte in hem. De parallel met Van Mierlo ligt voor de hand. Good old Zeevalking heeft daarom al eens gezegd dat Van Mierlo, als hij geen premier kan worden, gewoon fractievoorzitter moet blijven en de ministerschappen aan andere D66'ers overlaten. Alleen als premier zal hij het beleid zo naar zijn hand kunnen zetten dat de kiezer en de fractie niet teleurgesteld raken in zijn ministerschap en in D66 zelve. D66 zal het al regerend al moeilijk genoeg krijgen met de verschillen tussen de 'zakelijk liberale’ en de 'sociaal-liberale’ stroming in de partij.
De belangrijkste vraagstukken voor de komende jaren, zo betoogde socioloog Abram de Swaan in de lezing die hij een kleine drie jaar geleden hield op het jubileumcongres van D66, zijn migratie en milieuvernietiging. En juist die vraagstukken, aldus De Swaan, vragen een leidende overheid. Maar de overheid kan bar weinig doen als de belangrijkste politieke krachten het beleid naar het midden zuigen. Want het midden, dat is de status quo, dat is niet-doen.
D66, aldus De Swaan, is door haar positionering in het midden medeverantwoordelijk voor het gebrek aan daadkracht en verandering. 'Niet alle belangen kunnen telkens ontzien worden, niet alle verworven rechten en posities hebben recht van eeuwigheid. Om sommigen in hun belang te kunnen korten en om andermans belang recht te kunnen doen, is een visie nodig op een rechtvaardige verdeling die boven die belangen uitstijgt. D66 is te koket in de rol van een partij zonder program maar met een persoon. Achter dat pragmatisme gaan principes schuil. Misschien is nu toch de tijd aangebroken voor een beginselverklaring van de sociaal-liberale staatspartij.’