Dromen lopen stuk op Fort Europa

Winnaar van De Europese Literatuurprijs 2011

Europa, het is een nieuw woord dat Khady Demba hoort, nadat de brakke houten boot al in het diepst van de nacht is vertrokken. Ze is op het laatste moment uit de houten schuit gesprongen en dat die naar Europa zou varen, begrijpt ze later pas.

Medium a9516f4fa7db93a0d56b2a1241300c5e

Wat en waar Europa is, weet ze niet, dat het een belofte inhoudt, leert ze snel. In Europa komen of sterven, een andere oplossing bestaat niet voor het probleem dat het leven is in Afrika. De reis naar Europa kan maanden duren, jaren en sommigen proberen eindeloos naar het continent te komen, maar het lukt ze nooit, of ze hebben er een poos gewoond en zijn uitgezet. Om naar Europa te gaan heb je geld nodig, dat je zorgvuldig moet verstoppen in je ondergoed, want overal liggen de wanhopigen op de loer, moet je stugge mannen betalen die geen woord tegen je spreken, moet je aanmonsteren op een rammelende boot of een afrastering beklimmen terwijl de kogels om je oren vliegen.
Khady Demba is een van de sterke vrouwen uit het gelijknamige drieluik subtiel samenhangende verhalen van de Frans-Senegalese schrijfster Marie NDiaye (1967), waarin, met een brede armzwaai gezegd, de verhouding tussen Afrika en Fort Europa de achtergrond vormt. Het meest direct is dat het geval in het laatste, aangrijpende verhaal over Khady Demba, een jonge weduwe die door de familie van haar overleden man naar Fanta wordt gestuurd, een nicht die met een Fransman is getrouwd en daar in de campagne woont. Frankrijk - nog zo'n woord waar Khady haar hersenen op breekt. Om Fanta draait het in het tweede verhaal. Zij is meegevoerd uit Dar el Salam door haar man, Rudy Descas, die haar welvaart en geluk heeft beloofd in zijn vaderland, maar haar de waarheid over zijn leven en achtergrond niet heeft verteld, waardoor hun huwelijk in een woestenij is veranderd. De advocate Nora reist juist op verzoek van haar vader naar Senegal, naar hetzelfde Dar el Salam, om haar broer te verdedigen voor een misdaad die hij waarschijnlijk niet heeft gepleegd.
Europa is in de verhalen de plek waarop dromen geprojecteerd kunnen worden, hoe vaag en onwaarachtig die ook zijn. Op Europa lopen de dromen evengoed stuk. Khady Demba strandt op weg naar het beloofde continent in de woestijn, waar ze gedwongen wordt zichzelf te prostitueren. Fanta komt niet in luilekkerland terecht, maar in een armzalig huisje in de Franse provincie, waar haar man steeds dieper gefrustreerd raakt. De lichte tred die ze in Afrika nog had, alsof er vleugels zaten aan haar ranke enkels, is veranderd in lusteloos sloffen. Alsof ze haar voeten maar beter stevig op de grond kan houden, met hoeveel tegenzin ook, want in de laatste vreselijke ruzie riep haar man nog: ‘Je kunt teruggaan naar waar je vandaan komt.’ En Nora groeide, toen haar Afrikaanse vader er vandoor was gegaan, bij haar Franse moeder op in een vreugdeloze voorstad van Parijs, maar zij volgde naast simpele baantjes een studie en wist zich op te werken tot een beter bestaan.
Fort Europa als achtergrond, verhalen die zich gedeeltelijk in de verzengende hitte van Afrika afspelen, de armoede en hardvochtigheid daar, het verlangen naar een beter leven, waardoor diefstal en bedrog altijd op de loer liggen - je zou denken dat dat stof is voor zware, sociaal-realistische verhalen. Niet bij Marie NDiaye, die een zinderende poëtische stijl heeft, zeer zintuigelijk schrijft en de informatie in haar verhalen geraffineerd doseert. Ze kreeg dan ook de Prix Goncourt voor dit boek.
NDiaye kan als geen ander in de huid van haar personages kruipen, hun gedachten en gevoelens vatten, zelfs die waar ze zich zelf nauwelijks bewust van zijn. Het werkelijke drama verwoordt ze nooit expliciet; ze laat zien hoe het uitwerkt op haar hoofdpersonen. Hoe ze lijden aan de onachtzaamheid van hun ouders, met name vaders, hoe ze worstelen met verraad, leugens, zelfbedrog en toch telkens ook hopen op verlossing. En ze maakt fijnzinnig gebruik van licht surreële ingrediënten - de verslonsde vader van Nora die zijn slaapplaats heeft gekozen in een flamboyant en ruikt naar de weeïge geur van de bloemen van die boom; Rudy Descas die meermaals aangevallen wordt door een buizerd en zich verbeeldt dat die op hem is afgestuurd door de boze Fanta; Khady Demba die zich verwant voelt met vogels denkt dat ze als een vogel aan haar lot kan ontsnappen.
Drie sterke vrouwen, de titel lijkt obligaat, er hangt een geur van ouderwets feminisme omheen, totdat je bedenkt dat de vrouwen die NDiaye opvoert over het algemeen als alles behalve sterk worden gezien, eerder als slachtoffer, van achtereenvolgens een dominante, wrede vader, een gefrustreerde echtgenoot en mensenhandel. Maar het mooie is dat zij steeds de innerlijke kracht van de vrouwen laat zien, het wankele evenwicht beschrijft tussen zelfbewustzijn en de overgave aan de weinig rooskleurige omstandigheden waarin ze verkeren.
Zoals Khady Demba, die als ze vernederd wordt door haar schoonfamilie, als ze bruut behandeld wordt door de mensensmokkelaars, als ze gedwongen wordt haar benen te spreiden op een grauw, stinkend stuk schuimrubber, als ze zich meer dood dan levend in een vluchtelingenkamp bevindt, er nooit aan twijfelt dat ze ondeelbaar en waardevol is en dat ze niemand anders kan zijn dan zichzelf. 'Zoveel had ze niet verloren, zou ze denken - en met die ongrijpbare trots, dat bescheiden maar onwrikbare zelfvertrouwen, zou ze ook denken: ik ben ik, Khady Demba.’

MARIE NDIAYE
DRIE STERKE VROUWEN
Vertaald uit het Frans door Jeanne Holierhoek,
De Geus-Oxfam Novib, 285 blz., € 19,90