Winnie sorgdrager

Ze is ongekend populair. Liberaal, relativerend en pragmatisch. Minister van Justitie Winnie Sorgdrager is het idiale gezicht van Paars. Maar heeft zij zich verlikt in haar al dan niet geïnhaleerde stickie? Wist ze nu van de justiële drugsleveringen of niet?
ZO JONG EN dan al zo'n indrukwekkende loopbaan achter de rug. Meteen na het aantreden van minister Winnie Sorgdrager, september vorig jaar, putten de media zich uit in leuke bijnamen. ‘ Winnie in Wonderland ’, bijvoorbeeld, voor het kekste vrouwtje van het kabinet, dat met grote ogen de wereld in kijkt. Haar verschijning bezorgde alle journalisten vlinders in de buik, als we de vettige ouwe -jongens-krentenbroodverhalen mogen geloven waar de parlementaire pers het patent op lijkt te hebben. Het grootste dagblad van Nederland schreef ‘Winnie weet van wanten ’ boven een interview met de minister, een dubbelzinnige toespeling op de titel van een erotisch programma. Elsevier meldde verheugd dat ze zich doorgaans in een vlot mantelpakje kleedt, gecompleteerd met een bescheiden ketting en een armband. En - saillant detail - dat ze soms op haar rechterhand leunt.

Winnie Sorgdrager is getrouwd met internist Frits Lekkerkerker en heeft drie kinderen. Ze zou nooit carrière hebben gemaakt; die is haar gewoon overkomen. Stress? Welnee, alles kwam haar gewoon aanwaaien. ‘Het zit mij vreselijk mee in de stappen die ik beroepsmatig doe ’, zei ze, met die ergerlijke, typisch vrouwelijke zelfrelativering. 'Als ik iets leuk vind, doe ik dat. ’ In hetzelfde interview liet ze doorschemeren geen baantjesjager te zijn. Hoewel ze wordt getipt als de nieuwe partijleider van D66, vindt ze het absoluut niet interessant om over de toekomst te speculeren. 'Ik heb een baan en vind dat ik die goed moet doen. Ik ga niet zitten kijken wat er daarna komt. ’ Juist die houding ligt waarschijnlijk ten grondslag aan haar succes. Een ministerschap komt ten slotte niet uit de lucht vallen.
WINNIFRED SORGDRAGER (Den Haag, 1948) wil alles wat ze aanpakt inderdaad goed doen. Voordat ze in Groningen rechten ging studeren, zat ze een paar maanden op het conservatorium en doorliep ze in Leiden het propedeusejaar geneeskunde. Maar ze achtte haar muzikale talent ontoereikend en voor medicijnen moest ze te hard werken. Begin jaren zeventig studeerde ze af in staats- en volkenrecht en werd ze lid van D66. De democratiseringsgolf was aan Sorgdrager welbesteed: als enige vrouw kwam ze in de hogeschoolraad van de TH in Twente, vlak nadat ze met haar toenmalige man naar Enschede was verhuisd. Daar stapte ze over naar de VVD, de partij die ze tot 1984 trouw is gebleven.
In 1979 begon ze als officier van justitie in het arrondissement Almelo, later promoveerde ze tot advocaat-generaal bij het Arnhemse gerechtshof. Op voordracht van minister van Justitie Hirsch Ballin trad ze vier jaar geleden aan als eerste vrouwelijke procureur-generaal, aanvankelijk in Arnhem, daarna in Den Haag. Inmiddels was Winnie Sorgdrager weer actief voor D66, zonder zich overigens als lid van die partij in te schrijven. Dat gebeurde pas in juni 1994. Een paar maanden later werd ze tot ieders verrassing - niet in het minst die van haarzelf - de eerste vrouwelijke minister van Justitie.
De minister zegt alle aandacht voor haar persoon als iets onontkoombaars te beschouwen. Ze is zich terdege bewust van haar pioniersfunctie, wat niet wil zeggen dat ze veel op heeft met het feminisme. Haar betrokkenheid bij zowel de Maurikse incestzaak als de zaak-Finkensieper vermag mischien het tegendeel te suggereren, als advocaat-generaal in Arnhem had wat vrouwenzaken betreft geen structureel beleid. 'Ik ben nooit zo 'n feministe geweest en ben het nog steeds niet ’, vertelde ze dit jaar aan de Volkskrant. Die houding heeft ongetwijfeld bijgedragen aan haar niet-bedreigende uitstraling. Ze is ongekend populair. Liberaal, relativerend en pragmatisch: Winnie Sorgdrager is het ideale gezicht van paars.
Na het moralisme van Hirsch Ballin is Sorgdragers nuchtere instelling een verademing. Van een harde strafrechtelijke aanpak verwacht zeweinih heil; ze geeft de voorkeur aan taakstraffen bij lichte misdrijven. In tegenstelling tot de vorige minister van Justitie is ze niet van plan de criminaliteit te bestrijden met meer cellen, meer streefcijfers en meer blauw op straat.
In de korte periode dat ze in het kabinet zit, heeft Sorgdrager in ieder geval laten zien dat ze een genuanceerd denkster is. Voor sommigen zijn haar normen en waarden niet duidelijk genoeg, een trekje waar D66'ers vaker last van hebben. Tijdens een interruptiedebat eind vorig jaar wilden de drie kleine christelijke partijen weten of ze inzake kwesties van leven en dood gebruik maakte van een 'centraal ijkpunt’. Ze antwoordde dat de regering over euthanasievraagstukken eigenlijk geen algemeen waardeoordeel zou mogen hebben: elk geval kan het beste op zich worden bekeken. Sorgdrager is bovendien van mening dat het standpunt van de overheid grotendeels afhankelijk is van de maatschappelijke discussie. Met het Chabot-arrest van de Hoge Raad had ze moeite, maar tegelijkertijd gaat ze ervan uit dat de wil van de patiënt in beginsel de doorslag geeft. Dat wordt nog lastig. Wil het paarse kabinet bij de critici niet als normloos te boek komen te staan, dan zal de minister van Justitie op de een of andere manier grenzen moeten aangeven.
EEN ANDERE, buitengewoon gecompliceerde kwestie waar Sorgdrager haar tanden op stuk kan bijten: het drugsbeleid. Ook hier heeft ze geen concreet plan voor ogen, al is ze een voorstander van regulering. Begin dit jaar stelde ze voor ook de leverantie van softdrugs 'aan de achterdeur’ uit de illegaliteit te halen door alleen nog nederwiet en nederhasj te gedogen. Terecht noemde ze het huidige gedoogsysteem hypocriet. Haar plan kreeg veel kritiek in het buitenland, met name van de kant van Sorgdragers Belgische collega Vande Lanotte. Politieke eensgezindheid over dit punt zal nog lang op zich laten wachten, zeker nu het nationale beleid gebonden is aan de internationale ontwikkelingen. De minister van Justitie heeft zich intussen gestort op het schrijven van een drugsnota. Die zal ze dit voorjaar samen met minister Borst van Volksgezondheid presenteren.
Zelf heeft ze trouwens ook ooit een stickie gerookt. Zei ze desgevraagd in de talkshow van Karel van de Graaf. 'En, beviel het? ’ vroeg de gastheer gretig. 'Nee. Niets ’, zei ze. 'Had u wel geïnhaleerd, mevrouw Sorgdrager? ’ hield hij vol. 'Dat weet ik niet meer. Ik vond het niet interessant’, antwoordde ze met een glimlach. Daarmee was de kous af.
Misschien heeft ze het zich later weer herinnerd. Het geheugen liet haar vorige week ook al kortstondig in de steek. Toen werd ontdekt dat de Rotterdamse recherche begin 1994 twintigduizend kilo softdrugs op de vrije markt heeft gebracht in de hoop een drugsbende op te rollen. Dit gebeurde in samenwerking met de Criminele Inlichtingendienst (CID) van de Haarlemse politie en een van haar informanten. Het hanteren van dezelfde controversiële onderzoeksmethode van de 'gecontroleerde aflevering’, waarbij justitie drugstransporten toelaat, leidde vorig jaar nog tot de onmiddellijke ontbinding van het Interregionale Recherche Team (IRT) Amsterdam-Utrecht en de val van Sorgdragers voorganger. Voorzover bekend is ook deze infiltratiepoging hopeloos ontspoord en zijn weer miljoenen over de balk gesmeten, of op zijn minst verdwenen.
Belastend voor Winnie, die tijdens de IRT-affaire buiten schot bleef, is dat ze als Haagse procureur-generaal medeverantwoordelijk was voor de gang van zaken bij de toepassing van de onderzoeksmethode. In verband met de IRT-affaire had ze eerder gezegd de gewraakte methode op zich wel toelaatbaar te vinden: 'Als die informant alleen in softdrugs handelt en dit stap voor stap onder begeleiding van de offcier van justitie doet, dan denk ik dat het kan. ’
De regeringsfracties vroegen Sorgdrager of ze op de hoogte is geweest van het Rotterdamse onderzoek en of ze toenmalig minister van Justitie Hirsch Ballin daarover had ingelicht. Even wist Sorgdrager niet of ze het wist, maar een dag later verklaarde ze het stellig: zij was niet geïnformeerd over de undercover-actie. Afhankelijk van verder (parlementair) onderzoek zal Sorgdragers aandeel worden bepaald in wat kan uitgroeien tot een tweede IRT-affaire. Korthals, de woordvoerder van de VVD-fractie, merkte op dat Sorgdragers positie gevaar loopt als de berichten die tot nu toe naar buiten zijn gekomen, waar blijken te zijn. Het smetteloze blazoen van 'Winnie met de winning smile ’ heeft de eerste deuk opgelopen.