Nieuwe mannenbolwerken

Winning teams: de Hacker (m), de Hipster (m) en de Hustler (m)

Ze zijn jong, pienter, digital native en risicojunkie. En o ja, bijna allemaal man. Nu vrouwen in rap tempo grote delen van de arbeidsmarkt veroveren, creëren slimme jongens hun eigen plek. Vijf dagen in een startup-accelerator.

Medium 2 opening 2017 11 06 startup rockstar

Dag 1: competitie

Terwijl de jongens nog koortsachtig de laatste hand leggen aan hun presentatie voor de oefenpitch ‘hoe overtuig je de investeerder’ vult een meisje alvast een slakom met pinda’s en zet een krat Grolsch tegen het ongeverfde tuinhuisje dat midden in de rommelige kantoortuin dienst doet als belhok. En verdwijnt weer.

Freerk Bisschop – een vijftiger, Nike-sneakers en T-shirt met ‘If you can’t dream it you can’t do it’, klapt in zijn handen: ‘Oke, I want you guys here in one minute’, waarop de jonge ondernemers van de tien duurzame-energiestartups die in deze ruimte kantoor houden, komen aanrollen op hun bureaustoelen en zich verzamelen rond een whiteboard waarop een beamer scheef staat afgesteld. Freerk is programmadirecteur van de smart-energiestartups die samen met nog dertig andere startups deelnemen aan het programma van ‘accelerator’ Rockstart, een bedrijf dat investeert in startups en ze een intensief coachingstraject van honderd dagen biedt. Hij verdeelt de groep jongens, qua afkomst variërend van Afrikaans, Duits, Filippijns en Fins tot Nederlands, in tweeën: ‘Jullie zijn investeerders die Solar Creed zien zitten, de andere helft niet. Beargumenteer waarom.’ En hij geeft Saheed, de founder van Solar Creed, als eerste de vloer.

‘Honderd miljoen boeren in Afrika hebben geen elektriciteit’, zegt Saheed met gevoel voor dictie en hij laat een dia zien met een kaartje van een donker continent met maar een paar lichtpuntjes. ‘Nigeria heeft evenveel kippenboeren als Zuid-Afrika, maar ze verdienen veel minder omdat ze geen elektriciteit hebben…’ Hij houdt een lang verhaal over oorzaken, kansen, de manier om wat te doen aan de problemen, het bedrag dat hij nodig heeft om Nigeria van zonne-energie te voorzien en het rendement.

Freerk klopt hem bemoedigend op zijn rug en wendt zich tot de groep: ‘Oké investeerders, wat vinden jullie? Ted?’

Ted drukt zijn Derrick-brilmontuur steviger op zijn neus en komt vermoeid uit zijn liggende positie over twee bureaustoelen: ‘Man, ik was in het begin hartstikke enthousiast, wilde meteen investeren maar daarna ging je zoveel uitleggen, dat kan me allemaal echt niet schelen.’ Hij haalt zijn benen van de stoel. ‘Ik geloof meteen dat jij dat kunt handelen. Ik ben geïnteresseerd in het rendement.’

‘Good point’, zegt Freerk. ‘Next.’ En hij nodigt Sander van Efficiator uit voor de volgende pitch. Saheed noteert de feedback.

Ongeveer 3500 startups telt Nederland naar schatting. En er komen er volgens de Rabobank zo’n vierhonderd per jaar bij – een aantal dat de komende jaren sterk gaat groeien, vermoedt de bank. Startups hebben vaak door een innovatieve online component de potentie enorm te groeien. En vaak zijn ze flink disruptief: ze verstoren de traditionele markt (zoals WhatsApp de telefoonmarkt en Uber de taximarkt). Ze hebben ook een onweerstaanbaar hip en feestelijk imago – er zijn summits, meet-ups, global startup fests. Popster Bono noemde ze een paar jaar terug de rockbands van de zakenwereld. Degenen die in de jaren tachtig en negentig een band zouden zijn begonnen, richten volgens hem nu een startup op.

En dat blijken vooral jonge mannen. Van de veertig startups bij Rockstart is er één met een volledig vrouwelijk foundersteam (ze werken aan een soort oppascentrale voor toeristen met kinderen op stedentrip). Uit een onderzoek uit 2015 van Deloitte bleek het aandeel startups met vrouwelijke founders landelijk rond de elf procent te zijn, terwijl het aantal gemengde teams rond de twee procent lag. Startups lijken een mannenzaak, zegt ook Rockstart-oprichter Oscar Kneppers die zich in jeans en op blote voeten over het marmer van het monumentale pand aan de Herengracht beweegt. ‘Hoe jammer ik dat ook vind.’

En dat is opvallend omdat het een nieuw, onontgonnen terrein is, geen eeuwenoud mannenbastion met een ingesleten patriarchale, ouderwetse cultuur, maar een nieuwe sector waar jonge, moderne mannen de dienst uitmaken. Terwijl vrouwen een groot deel van de voorheen mannelijke sectoren overnemen – de vroegere notabele (van tandarts tot rechter) is over een jaar of tien vrouw – ontstaan er dus nieuwe mannenbolwerken.

Waarom ontstaan die man cave-werkplekken? Wat leveren die op? Of scheppen ze vooral de macho-corpsballencultuur waar Silicon Valley van vergeven is en die Uber-topman Travis Kalanick onlangs zijn kop kostte?

Dag 2: startupromantiek

Rond één uur, als de ergste lunchdrukte voorbij is in de gemeenschappelijke ruimte van Rockstart, komen de jongens van Kollekt.fm met hun picknickmand naar beneden om te eten. Bij het koffieapparaat (behalve espresso natuurlijk ook gravity coffee) is het nog druk, er spelen een paar jongens en een meisje luidruchtig tafelvoetbal en op de oranje ribfluwelen loungebanken aan de raamkant wordt nog wat overlegd, maar aan de lange tafels is plaats om rustig te lunchen.

Small 2017 11 06 dag2 romantiek

Toen ze in 2015 meededen aan het Rockstart-programma geloofden ze nog heilig in hun eerste idee: een soort Pinterest voor muziek. Maar inmiddels verdienen ze hun geld met het leveren van speciaal door dj’s geselecteerde achtergrondmuziek voor bedrijven als Coffee & Coconuts, Marqt en Spaces – bedrijven die muziek willen die past bij hun merk. Ze kennen elkaar van de TU Delft, waar Elger Lambert (32) informatica studeerde en Rolf Dröge (27) zes jaar deed over zijn bachelor werktuigbouw en stopte ‘toen dit serieuzer werd’.

Dat startups aantrekkelijk zijn voor jonge mannen heeft volgens hen alles te maken met het romantische beeld dat leeft van startup-entrepreneurs: de university drop-out die alles opgeeft om zijn briljante plan uit te voeren en daar schathemeltjerijk mee te worden. ‘Hoewel het eerder een marathon dan een sprint is, denkt iedereen na het succes van Facebook, Airbnb en Coolblue dat er zoiets bestaat als een overnight succes’, zegt Rolf. ‘Dat succes voor het opscheppen ligt; gewoon een periode dag en nacht keihard werken en leven op pizza en bier en dan op je dertigste binnen zijn.’

Want in de huidige technologiecultuur word je als techneut niet meer gezien als een onhandige sociaal gehandicapte, maar als een gevierde jongen met skills die anderen niet hebben en die goud waard zijn. En van die romantiek hebben ze zelf natuurlijk ook wel iets meegekregen. Elger: ‘Toen ik vijf jaar geleden als ingenieur op de arbeidsmarkt kwam dacht ik: je hebt aan de ene kant de vernieuwers, de jongens met de kennis. Aan de andere kant de managers die de beslissingen nemen. Ik had geen enkele behoefte om te werken voor iemand zonder inhoudelijke kennis.’ In Silicon Valley heb je volgens hem wel ceo’s die ingenieur zijn en die een bepaalde innovatieve cultuur hebben weten neer te zetten. Hier zijn dat soort bedrijven er nauwelijks. ‘Bij startups doe je alles zelf. Je gebruikt je kennis zowel uitvoerend als om richting te bepalen.’

Zonder dat je daar per se een diploma voor hebt gehaald. De grote voorbeelden zijn allemaal college drop-outs; Steve Jobs, Bill Gates, Mark Zuckerberg, Michael Dell – allemaal maakten ze hun opleiding niet af. En allemaal gaan ze er prat op. Er is behalve de game-industrie geen sector te bedenken waar diploma’s zo weinig waard zijn als hier. Terwijl continu leren en kennis uitwisselen hoog in het vaandel staan. Bij startups heerst een soort über-meritocratie waarbij alles om portfolio’s draait. ‘Niemand is geïnteresseerd in een papiertje’, zegt ook directeur Oscar Kneppers. ‘Kennis veroudert snel. Dus het zegt niets. Je hebt liever een hardcore gamer die zichzelf op zijn twaalfde heeft leren programmeren dan eentje die dat op zijn achttiende tijdens de opleiding informatica heeft aangeleerd.’

Waar de opkomst van vrouwen in hoog gekwalificeerde banen vooral terug te voeren is op hun opleiding (vrouwen zijn hoger opgeleid dan mannen, studeren sneller en vaker af en vallen minder vaak uit), is de onbelangrijkheid van opleiding misschien wel een verklaring voor de vele mannen bij startups. Als je het ergens kunt maken zonder papiertje, of opgepimpt cv met bestuursfuncties en vrijwilligerswerk, is het hier.

Ook de oprichter van Peerby, een online platform dat het mogelijk maakt om spullen van je buren te lenen en uit te lenen, heeft een bijna multatuliaans negatief idee over onderwijs. Helemaal boven in het pand houden ze kantoor. Grote ramen bieden een panoramisch uitzicht over de stad. Aan de muren droedelachtige tekeningen met teksten als: ‘Doe niet zo bezitterig.’ Tegen een bureau een scrum-bord met rijtjes ‘do’, ‘doing’ , ‘done’ en twee geel gestreepte strandstoelen ervoor. Een wenteltrap leidt naar een Pluk-van-de-Petteflat-achtige torenkamer, waar founder Daan Weddepohl (in de vijfde van het gymnasium van school gegaan om zijn eigen softwarebedrijf op te richten, dat hij later goed verkocht) vertelt waarom je als startupondernemer zo weinig aan school hebt.

‘Iedereen denkt dat succes voor het opscheppen ligt: een tijd keihard werken en dan op je dertigste binnen zijn’

In 2011 brandde zijn huis af, terwijl hij net zijn baan had opgezegd en dus zijn auto kwijtraakte die bij de baan hoorde. Tot overmaat van ramp kwam er ook een eind aan zijn relatie. ‘Ik had niets meer, zo gezegd, en moest voor spullen en slaapplaatsen een beroep doen op mijn omgeving. En ik merkte dat mensen elkaar eigenlijk graag helpen.’

Daar wilde hij iets mee. In 2012 deed hij met een klein team mee aan Rockstart en haalden in totaal 3,7 miljoen op. ‘Anderhalf jaar geleden dachten we hét verdienmodel te hebben gevonden: een huurplatform – mensen voelen zich soms ongemakkelijk als ze iets waardevols lenen of als ze vaak lenen: ze betalen dan liever een klein bedrag.’ Het team werd uitgebreid tot twintig (en héél uitzonderlijk was zestig procent vrouw), tot de groei afvlakte. Nu zijn ze met acht: zes mannen en twee vrouwen.

‘Ik heb één ding geleerd: er is nooit een enkelvoudige oplossing’, zegt Weddepohl. ‘Het is continu iets bedenken en het uitproberen en weer aanpassen. Het is maar goed dat ik van school ben gegaan zodat mijn natuurlijke leermethode niet kapotgemaakt is. Het schoolsysteem klopt niet meer voor deze tijd: heel veel leren en dan maar één meetpunt hebben. Er is geen startup die zo werkt. Wij beginnen, maken een prototype en testen, in kleine feedbackloops en dan weer fiksen. Dat is toch ook veel logischer?’

Dag 3: risicosuckers

Zelf vinden de jonge ondernemers dat er maar één echte verklaring is voor de oververtegenwoordiging van mannen bij startups – waarover ze trouwens zonder uitzondering allemaal ongevraagd zeggen dat ze daarvan balen. En dat is dat vrouwen ‘risico-averser’ zijn, zoals Rolf Dröge het noemt. ‘Van nature’.

Elger haalt een hand door zijn baardje: ‘Kan ook nurture zijn.’

Rolf: ‘Whatever. We hebben een vrouwelijke ontwerper gehad, twee vrouwelijke stagiaires en doen ons best om ook vrouwelijke dj’s te krijgen. Wij willen echt meer diversiteit.’

Maar je moet ‘onbezonnen zijn om erin te stappen en alles te geven’, vindt Wouter Heijnen (zeven jaar ‘van alles gestudeerd’ van commerciële economie tot communicatiewetenschappen). Zijn digital health-startup Totem maakt health wearables (draagbare gezondheidsmeters) waarbij je zelf eigenaar bent van de verzamelde data. Hij heeft een beetje tabak van het startupwereldje ‘waar de producten duurzaam zijn, maar de bedrijfsvorm alles behalve, en wil Totem liefst ombouwen tot een steady groeiend consultancybedrijf. ‘Die jonge geeks hier hopen maar één ding: hun idee verkopen voor zes miljoen en er zelf drie aan overhouden. Dat is een beetje hoe iedereen er hier in zit. Dat is de droom. Maar er zijn er extreem weinig die dat kunnen. En er zit weinig tussen: óf je boomt óf je faalt. De kans op niets is veel groter als je redelijk nadenkt. Maar juist dát doe je niet als je twintig bent en man.’

Small 2017 11 06 dag1 competitie

Eén op de tien startups overleeft. Al heeft Rockstart volgens directeur Kneppers een veel hoger slagingscijfer van tachtig procent door de intensieve begeleiding en voorselectie (jaarlijks melden zich tweeduizend startups van over de hele wereld aan, waarvan er veertig doorgaan).

Het hele Rockstart-programma is ook op die jonge leeftijdscategorie gebouwd, vindt Wouter: ‘De doorlooptijd is zes maanden. Dan moet je van idee tot een prototype komen dat klaar is om te testen. Daarvoor krijg je van Rockstart een investering van vijftienduizend euro “pizzageld” (genoeg om twee tot drie founders gedurende de opstartfase in leven te houden met pizza). Als je een kind in de opvang hebt, zoals ik, ben je dat bedrag al kwijt, dus het kan ook alleen maar op een bepaalde leeftijd. Jongens zonder verantwoordelijkheid. Op die leeftijd nemen ze van nature meer risico’s, simpelweg omdat ze die niet zien.’ Je moet een beetje stom zijn om dit te doen, staat niet voor niets in de pitch van Rockstart.

Hoogleraar neuropsychologie Jelle Jolles vindt het fascinerend dat het juist jonge mannen zijn die de startupwereld bevolken. Het jonge brein is dol op experimenteren, grenzen verleggen en risico’s nemen. En het mannelijke, jonge brein helemaal.

Uit onderzoek blijkt dat jongens gemiddeld ondernemender zijn, vaker gevaarlijke situaties opzoeken en nieuwsgieriger zijn dan meisjes. Niet zozeer van nature, als wel door het verschil in prikkels die ze van jongs af aan krijgen (opvoeding, opleiding, spelletjes). Of zoals de HR-manager van Rockstart Floran van de Herst het verwoordt: ‘Jongens nemen risico, hebben schijt aan dingen, terwijl meisjes toch meer leren om zich aan de regels te houden. Netjes, hard te werken, je best te doen. Zorgen voor anderen, en niet alles voor jezelf opeisen. Het begint al met het popje verzorgen. Brrr! – maar hoor mij, want ik zit precies in zo’n ondersteunende functie. Maar ik zie het om me heen: die opvoeding helpt niet om deze stap te zetten, je zekerheden op te geven en te denken: fuck you! Ik doe het gewoon.’

Dag 4 : vriendenteams

Toch is dat innovatieve idee niet het meest belangrijke voor een startup. Eigenlijk draait alles om het team. ‘Mensen denken vaak dat het bij startups gaat om dat ene briljante idee op de achterkant van een bierviltje’, zegt Oscar Kneppers, ‘maar het gaat om het team. Ideeën zijn er genoeg, maar welk team heeft de kracht, het doorzettingsvermogen om het eindeloos te tweaken, om te gooien, van voren af aan te beginnen?’ Idealiter bestaat een startupteam uit een Hacker (die kan programmeren), een Hustler (die het idee kan verkopen) en een Hipster (die het vorm kan geven). ‘Investeerders en ook wij letten daarop. Klopt het team?’

In zo’n veertig procent van de gevallen bestaat het foundersteam bovendien uit vrienden, schat de Harvard Business School in een onderzoek. Dat heeft voordelen, vinden de founders zelf. Niet alleen omdat het prettig is als je het een beetje met elkaar kunt vinden wanneer je tachtig tot honderd uur per week op elkaars lip zit, het communiceert ook makkelijker.

‘Als je daar met z’n vieren voor het whiteboard zit, is het lekker als je aan een half woord genoeg hebt’, zegt Roemer Claassen, 45 jaar en inmiddels toe aan zijn derde startup, Frosha, dat met behulp van artificiële intelligentie klantenbestanden opschoont. ‘Een beetje tunnelvisie en geloof in eigen kunnen is in de eerste fase wel goed’, denkt hij. ‘Je hoort hier vaak Henry Fords uitspraak: “Als ik naar mijn klanten had geluisterd had ik een sneller paard gemaakt.”’ Wouter vindt het daardoor ook een beetje een gang. Er wordt natuurlijk hard gewerkt, maar ook veel gelummeld, vindt hij. ‘Lekker met elkaar tot ’s avonds laat hangen in zo’n gebouw. Biertje erbij. Tafelvoetballen. Een soort verlengde studententijd. Iedereen helpt elkaar, de gunfactor is groot, maar je meet je ook continu met de ander. Je krijgt als je in zo’n acceleratorprogramma zit iedere week een overzichtje van waar je staat ten opzichte van de anderen. Dat is toch een beetje van wie heeft de grootste piemel.’

‘Soms zitten ze elkaar met waterpistolen achterna door het trappenhuis’, zegt gastvrouw Jeske (afgestudeerd psycholoog); het is hier wel een beetje een jongenscultuurtje.

Die vriendensfeer erin houden, is ook wat veel startups als ze eenmaal in de groeifase zitten, proberen te doen, zegt Martijn Arets, deskundige op het gebied van platformeconomie, die bezig is met een boek waarvoor hij vierhonderd startups wereldwijd heeft geïnterviewd. ‘Een tafelvoetbal en een glijbaan in je kantine – het is ook bedoeld om een hecht team te smeden. Iedereen moet hart voor de zaak hebben. Veel meer nog dan in een corporate bedrijf.’ Airbnb deed er volgens hem een jaar over om zijn eerste werknemer aan te nemen: niemand voldeed.

Small 2017 11 06 dag3 risicosuckers
‘Die jonge geeks hier hopen maar één ding: hun idee verkopen voor zes miljoen en er zelf drie aan overhouden’

Bleeve (inmiddels van naam gewijzigd in GreenHome), een startup die woningen energiezuinig maakt met behulp van een online adviestool, zit in die fase. Begonnen met vier vrienden zijn ze nu met z’n twintigen (waaronder drie vrouwen). Paul Geurts van Kessel (29) had tijdens zijn studie technische bedrijfskunde in Groningen voor een stage een half jaar in Indonesië gezeten. ‘Ik zat in het oerwoud waar Planet Earth is opgenomen; je beseft hoe prachtig mooi de wereld is, maar op de achtergrond hoor je de kettingzagen al. Je weet op zo’n moment dat we echt anders om moeten gaan met de wereld.’ Terug in Nederland wilde hij iets doen: een schaalbaar bedrijf opzetten dat een maatschappelijk probleem zou oplossen. ‘Huizen slurpen energie. Energiebesparing is echt laaghangend fruit: mensen krijgen nul procent rente op hun bankrekening, maar als je het in je muren stopt, rendeert het tien procent. Maar rapport na rapport laat zien dat mensen het niet doen. Omdat het veel gedoe is, blijkt.’

Inmiddels is Bleeve op de markt, en werkt samen met diverse partijen zoals de gemeenten en energieleverancier Eneco.

Bij een groeiende startup verandert alles. Het excessieve werken moet bijvoorbeeld plaatsmaken voor productief werken. En dus komt er aandacht voor gezond eten, genoeg slapen door je ‘persoonlijke energiecurve’ te volgen, alleen op vaste momenten je mail checken; to do-lists die zo ontworpen zijn dat je bij het afvinken meer dopamine aanmaakt en speciaal door een neuroloog geselecteerde concentratiemuziek. Maar belangrijker nog: het groter wordende team.

Om te zorgen dat nieuwe mensen echt bij Bleeve passen kijkt Paul niet alleen naar talent, maar ook of iemand dezelfde kernwaarden heeft als het team. Een growth mindset is belangrijk, integriteit (‘gecorreleerd aan werkperformance’), maar ook fun maken (sollicitatievraag: ‘wanneer heb je voor het laatst een huisgenootgrap uitgehaald?’). Om de band te verstevigen zijn er regelmatig borrels, uitjes, businessupdates, lunches en een wekelijks gezamenlijk ontbijt.

In de hoge witte zolderruimte recht tegenover Rockstart zetten collega’s inmiddels brood, bananen, avocado’s en beleg op de overlegtafel voor het ontbijt.

‘Heeft iemand die documentaire van de bbc gezien waarbij ze een obees opensnijden om met een arts en patholoog te kijken wat dat met je lichaam doet?’ vraagt Theodoor, terwijl hij een boterham smeert.

‘Gatver – echt een onderwerp voor het maandagochtendontbijt’, reageert Kirsten. Vanuit de keuken is te horen hoe iemand voor de vijfde keer constateert dat de koffiebonen op zijn.

’Je ziet bijvoorbeeld dat het hart helemaal is uitgelubberd.’ Hij dist nog wat gore details op.

‘Heb je gister Michel nog gevonden?’ vraagt een ander aan Reinier die net aanschuift.

‘Michel heeft de vierdaagse gelopen’, legt hij uit, ‘en we zijn een pool gestart waarbij je kon wedden wanneer hij zou afhaken. Maar hij heeft hem uitgelopen. Alleen heeft bijna niemand daarop ingezet.’

Dag 5: seksisme

8.00 uur ’s ochtends. Hoewel Rockstart iedere dag om 7.00 uur zijn deuren opent (en om 00.00 uur sluit) is het nog rustig in het gebouw. In de ‘ballroom’, de achttiende-eeuwse zaal in het startupgebouw met vergulde plafonds, damast behang en parketvloer, steekt Lovely (‘mijn echte naam’) Uhlenbeek waxinelichtjes aan, zet een relaxmuziekje op en legt yogamatjes en meditatiekussens klaar. Wekelijk geeft ze bij Rockstart ontspannende yin yoga (yin betekent vrouwelijke energie). Meestal aan zo’n tien man. Maar vandaag zijn er vanwege de vakantieperiode alleen een jongen en meisje. De laatste vraagt om schouderoefeningen vanwege kramp in haar kaak en schouders. Ze doet de communicatie van de startup van haar broer. Lovely begint de les klassiek met ‘Anahatasana’ – de ‘melting heart’-houding.

De weinige vrouwen die bij startups werken, komen er vaak pas in de tweede fase bij, zegt Oscar Kneppers: als communicatie, marketing en sales belangrijk worden. Bijna alle startups bij Rockstart zeggen ongevraagd dat ze balen van de monocultuur en dat ze graag vrouwen in hun team zouden willen. Omdat diversiteit goed is voor innovatie: hoe meer verschillende visies en invalshoeken, hoe beter voor het product.

Medium 2017 11 06 dag4 vriendenteams

Roemer Claassen was bijvoorbeeld vastbesloten om met zijn derde startup een divers team te bouwen. ‘Maar zelfs twintig procent vrouwen is niet gelukt: we zijn met vijf mannen.’ Volgens hem is het grootste probleem opleiding. ‘Ik zoek vooral techies. En er komen hier in Nederland nu eenmaal heel weinig vrouwen van technische opleidingen en ze zitten ook niet vanaf hun twaalfde op hun zolderkamertje te programmeren.’

Dat er weinig vrouwen bij startups te vinden zijn, ligt dus aan de vrouwen zelf: ze zijn niet technisch opgeleid, zijn risico-averser en zoeken meer zekerheid. Als je hier solliciteert heb je geen idee wat je de komende twee jaar gaat doen, of dat je nog een baan hebt, zeggen de founders bij Rockstart. Er is geen ‘programma’ zoals bij corporate organisaties. Trainingen? Vergeet het. Niemand die je iets leert. Je leert met elkaar. Want je bent bezig met iets innovatiefs, met iets wat nog niet eerder is gedaan; niemand weet hoe het moet. ‘Je weet alleen dat het totaal anders is dan je dacht’, zegt Roemer. ‘Je moet je eigen functie zelf maken, iedereen praat op gelijk niveau mee.’

Vrouwen hebben wellicht meer behoefte aan een duidelijk carrièrepad omdat ze al rekening houden met hun kinderwens, denkt Kirsten Ripken van Bleeve: ‘Mijn vriendinnen plannen hun loopbaan minutieus: ze weten al precies waar ze op hun dertigste – voor ze kinderen krijgen – moeten zijn.’

Seksisme, waar Silicon Valley van vergeven lijkt, speelt daarbij geen rol, denken de Rockstarters. Dat kennen ze niet – waarbij ze de indruk wekken seksisme vooral te interpreteren als seksuele intimidatie. En ook startupexpert Martijn Arets ziet het niet in Nederland. Natuurlijk heb je ook hier nerds die van outcast ineens de most wanted employee worden en die onder gelijkgestemden een soort besloten corpsballencultuurtje creëren, maar de Nederlandse startupcultuur is echt anders dan de Angelsaksische. ‘Er gaat veel minder geld in om. In de VS zijn het vooral durfkapitalisten die miljoenen pompen in een startup en daar ook weer heel snel geld uit willen halen, waardoor de druk om te presteren veel hoger is; wat ook de onderlinge verhoudingen op scherp zet.’

Small 2017 11 06 dag5 seksisme

En investeerders hebben een overweldigende voorkeur voor pitches van mannen, blijkt uit onderzoek van mit, zelfs als die inhoudelijk hetzelfde bleken als die van vrouwen. Ze halen dan ook tot vijf keer meer geld op, laat ander onderzoek zien dat onlangs gepubliceerd werd in de Harvard Business Review. Een mogelijke oorzaak volgens de onderzoekers: vrouwen kregen bij hun pitches een ander soort vragen. Ongeveer zestig procent van de vragen ging bij mannen over potentiële successen (winsten, vooruitgang, idealen) en bij vrouwen over mogelijke bedreigingen (verliezen, verantwoordelijkheid en zekerheid).

Seksisme kan soms subtiele vormen aannemen. Zo concluderen onderzoekers van Catalyze Seattle op basis van een onderzoek onder driehonderd founders en werknemers van startups in Seattle dat een typische mannencultuur resulteert in minder vrouwelijke werknemers omdat deze door een misschien wel milde, maar continue stroom inside jokes, opmerkingen en gedrag een gevoel krijgen van ‘er niet bij te horen’.

Kirsten denkt wel dat dat geldt voor een bepaald type vrouw. Zij houdt van de jongensachtige cultuur, de grappen, de energie. ‘Je moet alleen oppassen dat je geen typische vrouwendingen gaat doen. Zoals nu. De jongens gaan waarschijnlijk de hele ochtend constateren dat de koffiebonen op zijn. Mijn handen jeuken om die bonen gewoon te regelen. Maar ik doe het niet. No way.’