Going to the dogs

Winst-honden

De oostelijke wijk Romford herbergt de laatst overgebleven hondenrenbaan van Londen. De auteur beproeft er zijn geluk.

© Justin TALLIS/AFP/ANP

Ants Riera heeft een goede dag. Precies om twaalf over twee schiet de bruine hazewindhond uit de blokken op het circuit van Romford. Hij is sneller dan de andere vijf greyhounds, sneller bijna dan de trein die voorbij rijdt. ‘Come on darling!’ roept een man die zijn geld had gezet op favoriet Headleys Serena. Maar ‘mijn’ hond, een outsider, houdt stand en 25 seconden later voltooit Ants Riera als eerste het vierhonderd meter tellende parcours. Glunderend loop ik naar de bookmaker die ik een paar minuten eerder twee pond had overhandigd. Hij geeft me er negen terug. ‘Beginner’s luck, my friend’, voegt hij eraan toe.

Veel klanten heeft Michael Tyler niet tijdens de ‘meeting’ op deze donderdagmiddag. In de kantine zitten ongeveer vijftig hondenliefhebbers en gokkers, die elke twintig minuten naar buiten gaan om de honden te zien rennen. In het paviljoen, dat een fraai uitzicht biedt op het circuit, volgen nog eens vijftig ‘punters’ de wedstrijden, tijdens een eindeloze lunch die met het uur vloeibaarder wordt. ‘Op vrijdag- of zaterdagavond zitten de twee tribunes wel vol. Dan zie je ook meer gezinnen’, verzekert Darren, een paramedicus die in de gaten moet houden of de veelal oude bezoekers niet bezwijken onder de on-Engelse hitte.

Romford, een Brexit-gezinde arbeiderswijk in het verre oosten van Londen, herbergt de enige overgebleven Greyhound Racecourse van de stad. Door de jaren heen zijn alle banen opgeslokt door projectontwikkelaars die er appartementen of supermarkten hebben neergezet, of een voetbalstadion. Voorbij zijn de tijden dat een belangrijke hondenrace op Wembley met zich meebracht dat een WK-wedstrijd moest worden verplaatst, zoals in 1966 gebeurde. Het aantal Britten dat jaarlijks een meeting bezoekt, zo blijkt uit cijfers van de Greyhound Board of Great Britain, schommelt rond de twee miljoen.

De 56-jarige Tyler herinnert zich de hoogtijdagen. ‘Ik ben opgegroeid met de honden’, zegt hij. ‘Mijn vader was als bookie aanwezig bij de opening, en bij de sluiting tachtig jaar later, van de baan van Walthamstow. Als puber zat hij op een stilstaande fiets waarop hij keihard moest trappen om de “haas” in beweging te houden, het lokaas voor de honden. Onze familie had een eigen baan in Stratford, waar nu het Olympic Park ligt. Het liefst stond ik bij de races in het oude Wembley-stadion. Daar renden ze om het veld heen. Mijn honderd jaar oude pa heeft het er nog dagelijks over.’

‘Ants Lazer geeft zelfs in verloren positie niet op’

De trage teloorgang van de windhondenrennen staat in schril contrast met de stijgende populariteit van de paardenrennen. In de Racing Post, de bijbel van de race minnende Britten en lievelingslectuur van hare majesteit de koningin, komen de hazewindhonden pas na tachtig pagina’s paarden ter sprake. Het weerspiegelt de krimp van de arbeidersklasse en, navenant, de groei van de middenklasse. Door de stijgende welvaart kunnen steeds meer Britten zich een dagje naar Ascot, Cheltenham of Aintree veroorloven, de ‘King of Sports’ die voorheen het exclusieve domein van de gegoede klassen was.

Volgens Greyhound-journalist Jonathan Hobbs, die tussen de windhonden opgroeide in Zuidoost-Londen, heeft de sport desondanks potentieel. ‘Het probleem is dat de sport minder zichtbaar is. Vroeger moest een gokker naar de baan komen, dat hoeft niet meer. De interesse in de honden is nog steeds groot. Iemand die met een windhond de kroeg binnenkomt, krijgt meteen vragen. Daar moeten we beter van profiteren.’ Er worden pogingen gedaan om de arbeiderssport nieuw leven in te blazen. Zo heeft Lord Hesketh, noblesse oblige, de belangrijkste race naar Towcester gehaald. Op dat paardencircuit rennen overdag de paarden, ’s avonds de honden.

De aristocraat hecht daarbij veel waarde aan het welzijn van de honden, die als koningen worden behandeld zolang ze vlug als water zijn, maar als paupers worden gedumpt zodra ze zijn uitgerend. De bond erkent het probleem. ‘Adopteer een hazewindhond via de Retired Greyhound Owner Association’, staat prominent in het programmaboekje van de Romford Races.

‘Ik hoop dat het helpt’, zegt de tachtigjarige John Beacon, die aantekeningen maakt in het boekje. ‘Ik had in de jaren zeventig vijftien honden en het zijn schitterende, intelligente dieren die allemaal een eigen persoonlijkheid hebben.’ Ook de oude baas, die heeft gewerkt in de transportwereld, blijkt een paar pond te hebben gezet op Ants Riera. ‘Van de eigenaar, een vriend, weet ik dat Riera wint wanneer ze als eerste weg is’, zegt Beacon. ‘Ze houdt niet van gedrang en daarom is het goed dat ze in een buitenbaan start. Het is een alles-of-niets-hond. Ik heb voor de zekerheid ook een paar pond gezet op stalgenoot Ants Lazer. Dat is juist een vechtersbaas, die geeft zelfs in verloren positie niet op. Maar ik gok voor de lol, ik ben niet van plan om mijn karige pensioen hier kwijt te raken. Het is beter dan de hele dag thuis zitten.’ Voor Beacon is het kijken naar de races meteen een rookpauze.

Voor de meeste aanwezigen is het gokken een spel. ‘Ik kies gewoon nummers’, zegt Gill, een gepensioneerde computerprogrammeur die de races heeft uitgekozen als plek om haar verjaardag te vieren. Haar zwager Ron kiest nooit de favoriet. ‘Drie jaar geleden won ik 250 pond nadat ik mijn geld per ongeluk op twee outsiders had gezet. De twee favorieten kwamen in botsing, waardoor mijn honden eerste en tweede werden. Volgens Darren is het handig om na te gaan of er loopse bitches mee rennen. Die laten zich nooit achterhalen door hitsige mannetjes. Ik zou in deze hitte ook niet gokken op honden met een zwarte vacht.’

Volgens Michael Tyler zitten de echte gokkers achter een computerscherm, tot in Hongkong aan toe. ‘Er zijn mensen die uren naar beelden kijken van gelopen races en elke statistiek bestuderen. Met deze professionele benadering kun je een heel eind komen, maar je moet wel de tijd hebben. Opvallend veel hobbyisten gaan af op de namen van de honden.’

Aan het einde van de middag blijk ik met Ants Riera inderdaad beginnersgeluk te hebben gehad. De honden waar ik later op goed geluk op wedde – Halls Charlie, Colonel Fergie, Phantom Ray, So Sumi en Thatcher’s Spirit – wonnen geen van alle en ik eindig de dag met drie pond verlies. ‘Je hebt een beginnersfout gemaakt’, lacht de vriendelijke bookmaker. ‘Je kunt beter een biertje kopen van je geld en genieten van die prachtdieren. Je weet wat het gezegde “going to the dogs” betekent?’