Het gestuntel van Balkenende

Winterslaap in het torentje

Het hele land is al weken in rep en roer over de aantijgingen van prinses Margarita tegen haar tante Beatrix, maar demissionair premier Balkenende deed er lang het zwijgen toe. En nu hij eindelijk actie onderneemt, is zijn reactie onvoldoende.

Bijna een maand heeft het ministerie van Algemene Zaken nodig om uit te zoeken op welke wijze onderzoek is verricht naar Edwin de Roy van Zuydewijn, de echtgenoot van prinses Margarita. Vier lange weken, want al op 12 februari verschijnen in HP/De Tijd en Stern de eerste artikelen over de verstoorde relaties van het echtpaar in Auch met de rest van de koninklijke familie. Meteen ook is er sprake van een uitgelekt dossier van de Sociale Dienst en van vermoedens van afluisterpraktijken. Maar ondanks de zware beschuldigingen lijkt in de stad van demissionair premier Balkenende half februari geen enkel belletje te rinkelen.

Dat gebeurt pas na het televisie-interview van Nova, vorige week dinsdag. Het gesprek levert weliswaar geen nieuwe informatie op, maar voor het departement van Balkenende is de maat vol en wordt de tegenaanval ingezet. De lichten in de studio zijn amper gedoofd of Eef Brouwers, directeur-generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst, razend over de aantijging dat hij stiekem zou afluisteren, laat De Telegraaf en de Volkskrant weten dat de landsadvocaat een smaadklacht onderzoekt. «Wij hoeven ons niet alles zo maar te laten aanleunen», verkondigt Brouwers strijdvaardig. Triomfantelijk toont de RVD-baas woensdagochtend de schroef die door het paar voor een microfoon is aangezien: niet de RVD is gek, maar het echtpaar spoort niet. Wat HP/De Tijd niet lukt, lukt Nova echter wel: door de bemoeienis van Brouwers is de koninklijke rel niet meer louter een familiezaak, maar een serieuze politieke affaire.

Op verzoek van de koninklijke familie belegt de demissionaire premier diezelfde woensdagochtend een persconferentie. Hij noemt de aantijgingen van het paar «te gek voor woorden» en maakt duidelijk dat inderdaad informatie is verzameld over De Roy van Zuydewijn. Volgens de premier is dat een normale procedure als mensen aanstalten maken toe te treden tot de koninklijke familie. Maar op de vraag of Laurentien Brinkhorst ook is gescreend, antwoordt Balkenende weer niet volmondig. Hoewel prinses Laurentien als echtgenote van derde kroonprins Constantijn toch hoger in de hiërarchie staat dan De Roy van Zuydewijn, die nooit en te nimmer voor vorstelijk nageslacht kan zorgen. Terloops bevestigt Balkenende, in navolging van de gemeente Amsterdam, dat bij de Sociale Dienst het dossier van De Roy van Zuydewijn is gelicht.

De persconferentie pakt rampzalig uit. Diezelfde avond nog blijkt dat de ministers Korthals van Justitie, waaronder de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging ressorteert, en De Vries van Binnenlandse Zaken vorig voorjaar het paar in Auch juist hebben verzekerd dat er géén onderzoek door de BVD is verricht. Als Margarita en Edwin op 9 april 2002 in een brief aan Korthals en De Vries op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur inzage vragen in het BVD-dossier, antwoorden beide bewindslieden dat er in het geheel geen veiligheidsonderzoeken zijn verricht. Namens De Vries schrijft secretaris-generaal Holtslag zelfs: «De omstandigheden zijn van zodanige aard dat niet gesteld kan worden dat de BVD, gelet op de wettelijke taak van deze dienst, daarin enige taak heeft. Dientengevolge is de BVD ook niet bevoegd bijzondere middelen in te zetten. […] Dit zo zijnde is het voor mij dan ook niet mogelijk de door u gevraagde gegevens, die er immers niet zijn, te verstrekken».

Daags na de persconferentie van Balkenende kunnen de opvolgers van Korthals en De Vries, respectievelijk Piet Hein Donner en Johan Remkes, niet anders dan hun verontschuldigingen aanbieden: «tot onze spijt», «abusievelijk» en «achteraf bezien ten onrechte» is er wel degelijk onderzoek geweest. Eén beschuldiging van prinses Margarita is kennelijk toch niet «te gek voor woorden».

Balkenende, door zijn collega’s Donner en Remkes in verlegenheid gebracht, geeft aan de precieze gang van zaken bij het onderzoek naar De Roy van Zuydewijn te zullen nagaan en hierover op vrijdag een brief aan het parlement te sturen. Tot maandagavond laat blijkt hij nodig te hebben om alles in kaart te brengen.

Wat ging er mis? En waarom duurde het allemaal zo lang? De demissionaire premier was niet op de hoogte van de brieven van De Vries en Korthals, zou hij later verklaren. Hij wist niet beter of er was nooit onderzoek verricht. Maar had ook hij niet beter kunnen weten? Zijn secretaris-generaal Wim Kuijken had namens Balkenendes voorganger Wim Kok al eerder met het echtpaar gecorrespondeerd. Uit de brieven van Margarita en De Roy van Zuydewijn moet toen al duidelijk zijn geworden dat er een zaak was. Maar zelfs als de stukken in HP/De Tijd en Stern verschijnen, gaan er bij hem nog geen alarmbellen rinkelen. Een omissie die des te opmerkelijker is omdat Kuijken van Algemene Zaken afkomstig is van Binnenlandse Zaken en dus op de hoogte is van het precaire karakter van het interview. Bovendien is zijn echtgenote Pien Zaaijer tot de komst van Kuijken naar het torentje in oktober 2000 zelf een hoge ambtenaar op Algemene Zaken en sinds begin 2002 persoonlijk adviseur van prinses Máxima. Toch zegt Balkenende op zijn persconferentie dat hij pas net over het dossier-Margarita is geïnformeerd.

Een rationele verklaring voor deze trage ontbranding in de ambtelijke top van het ministerie van Algemene Zaken is niet te verzinnen. Of ze moet zijn dat de raadsadviseurs op het departement onder leiding van Kuijken er geen heil in hebben gezien de premier onverwijld bij te praten en met hem een risicoanalyse te maken van de interviews in HP/De Tijd. Het is nog net geen publiek geheim dat de ambtelijke top in de zomer van 2002 bij het CDA kanttekeningen heeft geplaatst bij Balkenende als potentiële premier. De voorkeur ging uit naar oude bekende Donner — tussen 1993 en 1998 voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en nadien lid van de Raad van State. Wanneer het toch Balkenende wordt, voelen de hoogste ambtenaren zich bevestigd in hun (voor)oordeel dat de premier niet in de wieg is gelegd voor het ambt. Balkenende is een academicus die eerst het hele overzicht wil hebben voordat hij tot een afgewogen oordeel kan komen. Vliegensvlugge communicatie, analyse en besluitvorming zijn minder aan hem besteed. En die laatste vaardigheden worden juist door ambtenaren gewaardeerd, al is het maar omdat hun machtspositie ten opzichte van de collega’s op andere departementen grotendeels afhankelijk is van de kracht van hun minister. Anders gezegd: sterke ambtenaren die een zwakke bewindsman moeten dienen worden vanzelf ook zwakker dan ze eigenlijk zijn.

Pas op maandagavond slaagt Balkenende erin zijn brief naar de Kamer te sturen. In januari 2000, meldt hij, neemt directeur Felix Rhodius van het Kabinet der Koningin contact op met het plaatsvervangend hoofd van de BVD. Kuijken is dan nog secretaris-generaal op Binnenlandse Zaken, waaronder die BVD ressorteert. Plaatsvervangend diensthoofd Onno Koerten is tevens directeur Staatsveiligheid van de BVD. Rhodius vraagt Koerten, nu werkzaam als Nederlands vertegenwoordiger op de Antillen, om onderzoek naar De Roy van Zuydewijn, omdat die als «mogelijk aanstaand echtgenoot» van Margarita «toegang zou kunnen krijgen tot het staatshoofd en de directe omgeving van het staatshoofd», aldus Balkenende. Volgens bronnen op Binnenlandse Zaken heeft de behandelend BVD-medewerker bij het verlaten van de dienst het dossier De Roy van Zuydewijn echter niet overgedragen aan zijn superieuren. Die konden misschien daarom niets vinden toen het echtpaar in 2002 op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur inzage vroeg. Hoe dan ook: door deze chaotische samenloop van omstandigheden werd indertijd niet de ministeriële verantwoordelijkheid geactiveerd toen het kon en moest.

Het onderzoek waar Rhodius om vraagt, kan alleen plaatsvinden als er een «ernstig vermoeden» bestaat dat er gevaar is voor «het voortbestaan van de democratische rechtsorde, dan wel voor de veiligheid of voor andere gewichtige belangen van de Staat». In dit geval was de «integriteit van het Koninklijk Huis» in gevaar, schrijft Balkenende. Het Kabinet der Koningin is weliswaar een overheidsorgaan, maar is, volgens Balkenende, «niet hiërarchisch ondergeschikt aan een minister» en «vice versa bestaat ook geen verantwoordingsrelatie». Minister Peper van Binnenlandse Zaken, die zich in februari 2000 vooral verweert tegen aantijgingen van onheus declaratiegedrag, is van alle navorsingen al met al niet op de hoogte. Zijn opvolger De Vries weet ook van niets en schrijft twee jaar later de ontkennende brief aan het echtpaar De Roy van Zuydewijn.

Opmerkelijk is dat wel. De politieke verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken voor de BVD, tegenwoordig AIVD, is geen sinecure. Minstens eenmaal per maand vergaderen de minister van Binnenlandse Zaken en diens secretaris-generaal met de top van de BVD. Veel vaker moet de bewindsman ad hoc beslissingen nemen op verzoeken van de BVD, bijvoorbeeld om telefoons te mogen aftappen. Dat gebeurt volgens ingewijden met een «ijzeren discipline».

Conform de in 2000 geldende bepalingen was er desondanks geen noodzaak de minister op de hoogte te brengen, verzekert Balkenende in de brief aan de Kamer. Toch moet dat in de toekomst anders. Niet alleen een kamermeerderheid vindt dat, ook het kabinet is het daarover eens. De koningin zou hierover, volgens hofbronnen in de Volkskrant, not amused zijn. Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat de brief van Balkenende zo lang op zich liet wachten omdat het staatshoofd dwars lag. Andere redenen zijn althans nauwelijks aan te dragen, want behalve het opmerkelijke feit dat wel de vader en de nu 91-jarige grootvader van de prinses, maar niet de moeder van de inhoud van het BVD-rapportage op de hoogte zijn gebracht, bevat de brief weinig nieuwe informatie. Mede daarom is zelfs de PvdA, hoewel ze toch onder druk staat van de kabinetsformatie, niet tevreden met de verdediging van de premier.

Wellicht dat bij verhoren onder ede meer boven tafel komt. Als het Openbaar Ministerie de strafzaak tegen de oud-ministers Kok, De Vries en Zalm ontvankelijk verklaart, is de schade voor het Koninklijk Huis niet te overzien en wordt wederom de bestendigheid van de feitelijke en formele ministeriële verantwoordelijkheid op de proef gesteld.