Wip met een sjikse

Mirjam Rotenstreich (red.), Macho’s en prinsessen: Eros en joden. Uitgeverij Vassallucci, 175 blz., f34,90
In haar inleiding op de bundel Macho’s en prinsessen: Eros en joden stelt Mirjam Rotenstreich geinspireerd te zijn door de Amerikaanse cultuur, waarin de schlemiel en de jap (‘Jewish American Princess’) tegenvoeters hebben gekregen in de obscene joodse man en de erotische joodse vrouw. Rotenstreich is nieuwsgierig naar de Nederlandse situatie: ‘Bestaat er zoiets als een typisch joodse seksualiteit? Hoe zit het hier met de cliches: het vermeend hysterisch gedrag van joodse vrouwen; joodse mannen die liever een gojse blondine zouden willen? Hoe is het gesteld met seks als vorm van assimilatie?’

De kwalitatief sterk wisselende bijdragen bieden een scala aan invalshoeken: vrouwen en mannen, homo’s en hetero’s, seculieren en orthodoxen passeren de revue. Macho’s en prinsessen geeft vooral een beeld van de mechanismen die de seksuele relaties van joden onderling en met niet-joden bepalen. Hierin speelt de joodse minderheidspositie en het effect van de Tweede Wereldoorlog een grote rol.
Een interessante bijdrage is die van de Duitse schrijver Andreas Sinakowski. Hij schetst een historisch kader. Te beginnen in Amerika, waar hij de jap en de joodse macho duidt als fenomenen van een zich inburgerende joodse middenklasse. ‘Voor de “wasp” (White Anglo-Saxon Protestant - LG) is de “jap” inderdaad een prinses. Met haar te slapen betekent dat hij zich maatschappelijk naar boven slaapt. Daarheen dus waar de wereld wordt beheerst. Waar haar vader - wie weet een van de Wijzen van Zion - ook hem met zijn intriges beheerst. Voor de joodse macho is een wip met een sjikse een wip naar beneden, naar de gelukzaligheid van het gewone, die hij als jood nooit mocht delen. Tegelijk echter is het een wip naar boven, namelijk daarheen waar een meerderheid beslist over het wel en wee van een minderheid.’ Via omwegen komt Sinakowski uiteindelijk bij zichzelf. Moet hij zich als jood angstvallig in de buitenwereld bewegen of opgaan in de Duitse massa? Hij kiest voor een koers in de lijn van de verlichte traditie in het jodendom. 'Onder het wezen van het jodendom versta ik vooral de opdracht om in dit leven op te treden tegen een denken in fetisjen, waarbij alleen meerderheden nog tellen en het individu tot een ding wordt.’ Hiervoor roept hij de tweede naoorlogse generatie joden op zich te ontdoen van een 'misvormd jodendom’; zowel de orthodoxie ('religieus fundamentalisme’) als het liberale jodendom moeten het ontgelden. Volgens Sinakowski hebben joden baat bij een modern jodendom met de grootst mogelijke individuele vrijheid, omdat eros hierbij optimaal floreert.
Van een geheel andere orde is 'Hoe ik de feestdagen overleefde en toch bleef lachen’ van Daphne Meijer. In dit compacte verhaal wordt het liefdesleven van een jonge joodse vrouw ontrafeld. Affaires met twee blonde Hollandse jongens hebben haar van het idee afgeholpen dat ze voor hen te lelijk zou zijn. Niet seks maar de emotionele kloof tussen haar en deze niet-joodse mannen onderkent ze achteraf als probleem. Dat lag met haar joodse ex-vriend anders. Hij wreef haar in dat ze qua aantrekkelijkheid niet kon tippen aan zijn vroegere niet- joodse vriendinnen, maar herkenning en intimiteit was er te over.
Een algemene conclusie voor Nederland is onmogelijk, daarvoor waaieren de verhalen te veel uiteen - verklaarbaar, gezien het vrijwel ontbreken van een joodse leefwereld in Nederland. Een tot Europa uitgebreide, diepgravender opzet was beter geweest. Wel wordt met de mythe van de joodse seksualiteit afgerekend. Zoveel joden, zoveel seksuele attituden.