Vluchtelingenstroom - Duitse bedrijven zetten asielzoekers aan het werk

Wir schaffen das

De Duitse ‘Willkommenskultur’ staat onder druk nu het land tienduizenden asielzoekers per dag binnenkrijgt. Maar het bedrijfsleven is vol vertrouwen dat het grote groepen vluchtelingen in Duitsland kan opnemen en integreren. Berlijn is alvast begonnen.

Medium rts1kv6

Voetstappen klinken op de gang, maar de deur blijft nog even gesloten. ‘Ze nemen eerst nog even zijn vingerafdrukken’, verklaart Kabeya Kabambi van het ‘Bundesagentur für Arbeit’, een soort uwv.

Geduldig kijken Kabambi en zijn collega Arman Hamidi, beiden met een migrantenachtergrond en opgegroeid in Berlijn, uit het raam naar de binnenplaats, een soort kazerneterrein. Felgekleurd plastic speelgoed ligt voor de ingang van een van de lage opslaggebouwen, als voor een souvenirshop in een badplaats. Er is niemand te zien, zo laat op de middag. ‘Ze slapen daar niet’, verzekert Hamidi, wijzend op de loods. Waar de honderden vluchtelingen die zich hier iedere dag melden na hun registratie wél naartoe gaan, weet hij niet.

Dan komt een kleine, Arabische man van middelbare leeftijd het kantoortje binnen. Omar Hamdi (1962) uit Syrië, zo staat te lezen op de identiteitskaart die hij op tafel legt. Hij draagt een verzorgd baardje, een net overhemd en heeft een pen in zijn borstzak. Achter hem volgt een tolk.

Aarzelend schudt Hamdi de beide arbeidsbeambten de hand. ‘Shokran’, zegt hij zacht. Dank u wel.

‘Er worden in Duitsland veel arbeidskrachten gezocht’, begint Kabambi als Hamdi zit. ‘Mocht u interesse hebben om snel aan het werk te gaan, dan zijn wij er om u te helpen.’ Hamdi knikt en zegt nogmaals ‘shokran’.

‘Wij zijn gescheiden van het bureau hiernaast, waar u zojuist uw asielaanvraag heeft ingediend, en hebben geen enkele invloed op de asielprocedure. Het is belangrijk dat u dat goed begrijpt. Welnu, zou u willen werken en bent u bereid uw gegevens over opleiding en werkervaring met ons te delen?’

Hamdi zwiept zijn rugzak op tafel en begint aan de rits te trekken. ‘Ik ben vier jaar werkloos geweest door de oorlog’, zegt hij opgewonden. ‘Maar ik wil zo snel mogelijk weer aan de slag. Ik heb mijn diploma’s bij me.’

Heel goed, maar dat komt later, tempert Kabambi, die eerst van de Syriër zelf wil horen wat voor beroep en studie hij heeft gedaan. Hamdi vertelt dat hij architect is, opgeleid aan de universiteit van Aleppo en negentien jaar werkervaring heeft. Dan duikt hij toch in zijn rugzak en tovert een geplastificeerde kaart te voorschijn. ‘Order of Syrian Engineers’ staat er in grote letters op.

Het moet een opmerkelijke overgang zijn voor Hamdi. Tien minuten nadat zijn asielaanvraag is ingediend in het ‘Erstaufnahmezentrum’ in Berlijn Spandau zit hij twee deuren verderop aan tafel om zijn kansen op de Duitse arbeidsmarkt te bespreken. Maar er is geen tijd te verliezen, benadrukken het Bundesagentur für Arbeit en de Berlijnse Industrie und Handelskammer (ihk), een veredelde Kamer van Koophandel.

Samen hebben ze deze zomer het initiatief genomen om asielzoekers met een ‘hoge blijfwaarschijnlijkheid’ al bij hun eerste registratie een arbeidsmarktoriëntatiegesprek aan te bieden. Niet dat vluchtelingen in Duitsland direct aan het werk kunnen – de eerste drie maanden na aankomst hebben asielzoekers geen toestemming om te werken – maar er is genoeg te doen.

Vluchtelingen moeten in de juiste taalcursussen instromen, diploma’s laten vertalen en erkennen en vooral: zo snel mogelijk in de databases belanden van de arbeidsbemiddelingsbureaus die zo cruciaal zijn voor de Duitse banenmarkt. Alles om de doorstroom zo soepel mogelijk te laten verlopen.

De nood is hoog. Bij de vluchtelingen, vanzelfsprekend, maar ook binnen het Duitse bedrijfsleven. Het ‘Wir schaffen das’ waarmee bondskanselier Angela Merkel de vluchtelingen welkom heette, is niet alleen ingegeven door een idee van solidariteit en barmhartigheid. Dat het Duitsland economisch al jaren heel goed gaat, is ook een reden om de deur open te zetten voor vluchtelingen. Want er is een enorm gebrek aan gekwalificeerde arbeidskrachten ontstaan, in Duits ‘Fachkräftemengel’ genoemd. Volgens sommige studies kan het tekort de komende jaren oplopen tot 390.000. Alleen al in Berlijn zijn er dit jaar 27.000 vacatures onvervuld, vertelt Constantin Terton van ihk in de Duitse hoofdstad.

Bedrijven staan te springen om die lege plekken te vullen met asielzoekers. Ze halen nu vaak al studenten uit het buitenland om die zelf op te leiden en een vaste baan te geven. Met de nieuwkomers kunnen ze datzelfde doen, veertig procent is namelijk jonger dan achttien jaar en moet in Duitsland worden opgeleid.

Daarnaast azen gerenommeerde bedrijven op oudere, goed opgeleide asielzoekers. ‘Het is een kans om die getalenteerde mensen een baan op onze werkplaatsen of in de fabrieken te geven’, zei Martin Winterkorn, bestuursvoorzitter van Duitslands grootste concern Volkswagen over de vluchtelingenstroom. Autofabrikanten als Volkswagen en Daimler (van Mercedes) willen net als andere grote Duitse bedrijven speciale stageplekken voor vluchtelingen creëren.

De tekorten op de arbeidsmarkt zijn deels het gevolg van snelle vergrijzing, een trend die de komende decennia naar verwachting alleen maar sterker wordt. Nergens ter wereld worden zo weinig kinderen geboren als in Duitsland. Terwijl het land nu tachtig miljoen inwoners heeft, kan dat aantal in 2060 zijn teruggelopen naar 68 miljoen. Zorgelijk voor de economie is dat vooral het aantal mensen in de werkende leeftijd in hoog tempo terugloopt.

‘De overgrote meerderheid van de mensen die wij aan tafel krijgen wil aan het werk en het verleden vergeten’

De Duitse industrie schreeuwt kortom om extra mensen. Op korte termijn. ‘We zitten op de goede plek in de economische conjunctuur’, zegt Terton van ihk. ‘We groeien, hebben een begrotingsoverschot van twintig miljard euro, de werkloosheid is historisch laag.’ Maar hij vreest dat het sentiment zich tegen asielzoekers keert. ‘Nu moeten politiek en bedrijfsleven duidelijk maken dat vluchtelingen bijdragen aan de economie en voorkomen dat het volk bang wordt. In Frankrijk en Griekenland gaat het minder goed en daar is de komst van vluchtelingen moeilijker uitlegbaar.’

Ondanks de hoogconjunctuur zijn er, onvermijdelijk, langdurig werklozen en is een deel van de Duitsers bang dat hun banen worden ingepikt. De vele demonstraties tegen de komst van opvangcentra voor asielzoekers en de opkomst van een rechts-extremistische beweging als Pegida zijn daar voorbeelden van.

Terton wijst er daarom nadrukkelijk op dat de Duitse maatschappij wordt ‘beschermd’ tegen de vele vluchtelingen door de ‘Vorrangsprufung’, een regel die bepaalt dat EU-burgers voorrang hebben bij het vervullen van een vacature. Pas als een vluchteling vijftien maanden in Europa is, heeft hij dezelfde arbeidsrechten als EU-burgers. En bedrijven mogen vluchtelingen niet voortrekken in de sollicitatieprocedure, haast Terton te zeggen.

Zijn voorzichtige houding bewijst nog eens dat tolerantie in de Bondsrepubliek geen gegeven is. In de jaren negentig was het sentiment immers precies tegenovergesteld, toen er honderdduizenden vluchtelingen uit de Balkan kwamen. Duitsland was ‘geen immigratieland’, benadrukte toenmalig bondskanselier Helmut Kohl meermaals. En net als in Nederland werden krachten uit landen als Turkije decennialang ‘gastarbeiders’ genoemd. Het idee was dat ze tijdelijk in Duitsland waren en zouden terugkeren. Daardoor was er nauwelijks aandacht voor integratie.

Die fout maken we niet nog een keer, klinkt het nu in de Duitse politiek en het bedrijfsleven. Integratie van de honderdduizenden vluchtelingen is ‘topprioriteit’, zei Merkel begin september. Noodzakelijk daarvoor is dat de nieuwkomers snel de Duitse taal leren en een baan vinden.

Maar ondanks de goede bedoelingen van het Duitse bedrijfsleven is de praktijk weerbarstig. Het Berlijnse project met directe arbeidsbemiddeling bij de asielaanvraag staat vooralsnog op zichzelf. Het is een ‘pilot’, zoals ze het zelf noemen, die op z’n vroegst later dit jaar navolging krijgt in andere steden en deelstaten.

Logistiek is op dit moment een acuter probleem. Duitsland is overvallen door de stroom vluchtelingen, die vooral de laatste weken gigantisch is. Op sommige dagen komen er alleen al op het station van München meer dan tienduizend binnen. Deelstaten zijn blij als ze alle mensen een dak boven het hoofd kunnen bieden en genoeg vrijwilligers vinden om in de opvangcentra bij te springen.

Genoeg personeel om de mensen te laten integreren, komt op het tweede plan. Aan docenten Duits is daarom een groot gebrek. Vooral de dunbevolkte delen van het land komen handen te kort. In een opvangcentrum in het dorp Torgelow is dat goed te merken. Omdat er in de krimpgemeente in de noordelijke deelstaat Mecklenburg-Vorpommern alleen een paar gepensioneerde leraren zijn die alle 210 asielzoekers af en toe een uurtje Duits geven, springen andere vrijwilligers bij. Zoals de gepensioneerde soldaat Harald Ringens: ‘Ik ben niet de beste leraar, maar probeer de mensen zo snel mogelijk de basis bij te brengen.’

Ook de vraag naar arbeidskrachten is in Mecklenburg-Vorpommern veel kleiner dan in bijvoorbeeld Berlijn. De verveling is voelbaar in het tot opvang omgebouwde flatgebouw. Immigranten uit landen als Ghana of Afghanistan kunnen vaak niet solliciteren omdat nog niet duidelijk is of ze mogen blijven of niet. Anderen mogen en willen wel, maar kunnen geen passende baan vinden. En dan zijn er ook nog mensen die wel een baan of stageplek hebben gevonden maar ongeschikt blijken.

Zo nam de ijzergieterij in Torgelow vier Eritreeërs aan voor een stage. Bij succes zouden ze een leerwerkplek krijgen. Eén van hen haakte af omdat hij elders in het land ging wonen, vertelt directeur Peter Krumhoff. Twee wilden wel maar bleken fysiek niet opgewassen tegen het zware werk. De vierde, een 28-jarige Eritreeër, slaagde wel: hij begint op 1 oktober.

Mensen met bijzondere vaardigheden vinden in het noordoosten van Duitsland gemakkelijker hun weg op de arbeidsmarkt. Een Pakistaanse tandarts bijvoorbeeld werd in Loitz, een dorp vlak bij Torgelow, met open armen ontvangen.

Natuurlijk is niet iedereen tandarts of architect. Arbeidsbemiddelaars Kabambi en Hamidi zien in het registratiecentrum in Berlijn Spandau van alles voorbij komen. Hoogopgeleid, laagopgeleid en onopgeleid. Bovendien kampen sommige vluchtelingen met oorlogstrauma’s.

Toch zijn ze optimistisch. ‘De overgrote meerderheid van de mensen die wij aan tafel krijgen wil zo snel mogelijk aan het werk en het verleden vergeten’, zegt Hamidi. ‘En de Duitse economie vraagt niet uitsluitend universitair geschoolden. In Berlijn bijvoorbeeld is er onder meer een groot tekort aan werknemers in de horeca.’

Architect Omar Hamdi krijgt een formulier met telefoonnummers en adressen van Berlijnse vrijwilligers die taalcursussen geven en van een bureau dat gratis diploma’s vertaalt en toetst. Over een maand mag hij nog eens langskomen voor een uitgebreid gesprek. Dan in het centrum van de stad bij het hoofdkantoor van het Bundesagentur für Arbeit, waar ondernemingen hun vele duizenden vacatures en opleidingsplekken aanmelden. Snel Duits leren is nu het belangrijkste, benadrukt Kabambi. Hamdi knikt begrijpend, zegt nog maar eens ‘shokran’ en vertrekt.

Hij heeft een goede uitgangspositie, concludeert Kabambi als de Syriër de deur achter zich heeft gesloten. ‘Als hij Duits spreekt is hij interessant voor ingenieursbedrijven, vooral voor partijen die projecten doen in het Midden-Oosten. Maar het kan ook een totaal andere technische functie worden en misschien aan de andere kant van het land. Hij moet flexibel zijn, dan maak ik me over Hamdi geen zorgen.’


Beeld: Tijdelijke opvang in Freilassing, 17 september. Foto Michaela Rehle / Reuters