Wislawa wel en bob niet

Het schrijven van een curriculum LE:

Wat moet er gebeuren? Je moet een verzoek indienen en bij dat verzoek een curriculum insluiten.
Ongeacht de lengte van het leven moet het curriculum kort zijn.
Bondigheid en selectie zijn verplicht. Vervang landschappen door adressen en wankele herinneringen door muurvaste data.
Van alle liefdes volstaat de echtelijke, en van de kinderen alleen de geborenen.
Wie jou kent is belangrijker dan wie jij kent. Reizen alleen indien buitenslands. Lidmaatschappen waarvan, maar niet waarom. Onderscheidingen zonder waarvoor.
Schrijf zo alsof je nooit met jezelf hebt gepraat en altijd ver uit je buurt bent gebleven.
Ga zwijgend voorbij aan honden, katten en vogels, rommeltjes van vroeger, vrienden en dromen.
Liever de prijs dan de waarde, de titel dan de inhoud. Liever de schoenmaat dan waarheen hij gaat, hij voor wie jij je uitgeeft. Daarbij een foto met één oor vrij. Zijn vorm telt, niet wat het hoort. Wat hoort het eigenlijk? Het dreunen van de papiervernietigers.
(Uit: De mensen op de brug, 1986) Vertaling: Gerard Rasch
Archeologie
Tsja, arme man, op mijn gebied is vooruitgang geboekt. Er zijn millennia verstreken sinds je me archeologie hebt gedoopt.
Goden van steen en ruïnes met duidelijke inscripties erop heb ik nu niet meer nodig.
Laat me je doet er niet toe wat zien en ik zal je zeggen wie je was. Een bodempje van het een of ander en een dekseltje ergens van. Een brok van een motor. De hals van een beeldbuis. Een eindje kabel. Verstrooide vingers. Het mag zelfs minder zijn, nog minder.
Met mijn methode, die jij toen niet kon kennen, kan ik het geheugen wekken in talloos veel elementen. Bloedsporen blijven bestaan. Leugens lichten. Codes van documenten klinken. Twijfels en intenties worden manifest.
Als ik zin heb want of ik zin heb, wees daar nooit helemaal zeker van), kijk ik in de keel van je zwijgen, wat je uitzichten waren lees ik af aan je oogkas, tot in detail herinner ik je aan de dingen die je behalve de dood in het leven verwachtte.
Laat me het niets zien, dat van je over is, en ik zal er een bos, een snelweg, een vliegveld van aanleggen, gemeenheid, tederheid en een verloren huis.
Laat me je gedichtje zien en ik zal je zeggen, waarom het eerder noch later is ontstaan.
Nee, je begrijpt me verkeerd. Houd dat belachelijke papier met die lettertjes bij je. Voor wat ik wil heb ik genoeg aan jouw laagje aarde en je sinds oeroude tijden bedorven brandlucht.
(Uit: De mensen op de brug, 1986) Vertaling: Gerard Rasch