Wispelturig

Door de onbestendige vormen van Mario Merz merkte Arnulf Rainer dat zijn kruisen geen kruisen zijn, maar breed wiekende vogels.

Eigenlijk is het schilderij van Arnulf Rainer, Gelehntes Kreuz, hier wat scheef gereproduceerd zodat het er, naast de iglo van Mario Merz, uitziet als een vlieger die strak aan de lijn boven het strand heen en weer zwaaiend tegen de wind omhoog klimt. Normaal is het schilderij bedoeld loodrecht aan de muur te hangen met de onderkant parallel aan de vloer. Maar het kruis is zelf een niet helemaal regelmatige vorm die aan de onderkant ietwat scheef is afgesneden. Als je het dan parallel met de vloer hangt, leunt het kruis, zoals de titel ook zegt, iets naar links. Dat wil zeggen: het ding staat vast op zijn voeten en maakt dan een lichte buiging.

Die lichtvoetigheid van vorm was lange tijd in Rainers schilderkunst ongewoon. Op de vroege geschiedenis van het werk wil ik nu niet uit­gebreid ingaan. Hij begon rond 1950 met wonderlijk surrealistische fantasieën en raakte wat later, zoals ongeveer iedereen van zijn generatie, in een informeel (abstract) idioom verzeild. Om daarin strakkere stevigheid te zoeken, begon hij met wat Über­malung ging heten. Hij ging bestaande schilderijen overschilderen. Of dat werk van hemzelf was of van een andere schilder, was nooit helemaal duidelijk. Door de dichte overdekking met vooral zwarte in elkaar verweven streken was wat eronder was sowieso onzichtbaar. Hooguit had het als aanleiding gediend – voor wat uiteindelijk neerkwam op een zware, donkere dichtschildering (Zumalung) van het oppervlak. Het zijn strenge, ondoorgrondelijke schilderijen, roerloos en donker als stilstaand water. Rainer sprak toen over zijn verlangen het schilderij te bezweren en stil te leggen. In die tijd ging hij ook de kruisvorm gebruiken, meestal een gedrongen versie met een korte dwarsbalk, waarvan de gedragen symmetrie goed past bij dat stilleggen van het oppervlak.

Begin jaren tachtig werd het schilderen van Rainer veel beweeglijker toen hij met hand en vingers ging werken. De fysieke energie van zulke beweging laat sporen na die dan compacte vorm worden, en expressie. Het zijn agressieve bewegingen, als van slaan, of slepende gebaren – en alles daar tussenin. In principe gaat het om aan elkaar geschakelde en afzonderlijke bewegingen waarbij dan, per beweging, ook voor wisselende kleuren kan worden gekozen. Zulk een sluierachtige en wispelturige kleurigheid zien we ook dit Gelehntes Kreuz.

Een paar weken geleden hebben we het (in het kader van een expositie Arnulf Rainer Mario Merz) met nog andere scheve kruisen opgehangen in een hoge ruimte in een museum nabij Wenen. In Rainers atelier is het gewoonte schilderijen aan één enkel punt te hangen waarna ze vanzelf, door hun gewicht, hun rechte evenwicht vinden. Maar bij een van de kruisen was er een vergissing gemaakt zodat het werk uit het lood en scheef ging hangen. Maar toen we dat toch al rare kruis zo zagen, kwam de vraag op waarom schilderijen eigenlijk met hun onderkant parallel aan de vloer moeten hangen. Toen Rainer dat kruis zelf zo zag, was hij erg geïntrigeerd. Rondom stond en hing er ook werk van Mario Merz waarin symmetrie juist vermeden wordt. De boogvorm die het geraamte is, bijvoorbeeld, van Igloo di Pietra is natuurlijk een regelmatig cirkelsegment. Maar daaroverheen liggen de vlakke, gebroken stukken natuursteen tegen elkaar in een los, impulsief patroon van wonderlijke schubben die ook nog eens grillig geschakeerd licht vangen. Als Rainer tot vervelens toe gevraagd werd of zijn strakke, hiëratische kruisen religieuze betekenis hadden, had hij dat nooit ontkend omdat hij het niet wist. Beweegredenen zijn voor een kunstenaar meestal ondoorgrondelijk. Maar nu hij in Baden een scheef kruis bij toeval nog schever zag hangen merkte hij, met een half oog naar de onbestendige vormen bij collega Merz, dat het geen kruisen waren maar eigenlijk breed wiekende vogels. ‘Flugobjekte’ ging hij ze noemen.

Toen dat zover was, begon ook in veel van zijn late werken die wispelturigheid meer op te vallen, zoals trouwens ook in het werk van Mario Merz. Ooit heeft moderne kunst zich een plek moeten bevechten. Het kon voorkomen dat allerlei zaken in dat proces als overmatig ernstig beschouwd ging worden en zelfs verbeten. In het late werk van Rainer en Merz zit echter ook onbekommerde humor. Vooral in elkaars nabijheid laten ze die mooie losheid duidelijker zien, evenals het plezier van het maken.


PS De expositie Mario Merz/Arnulf Rainer: Tiefe Weite (Fragmente) in het Arnulf Rainer Museum in Baden bij Wenen duurt tot in oktober. Zie arnulf-rainer.museum.at en ook de catalogus die is verschenen in de Verlag der Buchhandlung Walther König in Keulen