Reliant Energy wil weg

Wisselstroom

De Amerikaanse energiegigant Reliant Energy stortte zich begin maart 1999 op de Nederlandse stroomproducent Una. De Texanen betaalden 4,5 miljard gulden voor wat het «bruggenhoofd op het Europese continent» moest worden. Nu willen ze weg, maar Una blijkt onverkoopbaar.

Kopen, verkopen, toch maar niet verkopen. Wat ging er mis? De sprong voorwaarts van de Texanen was weloverwogen. Het oude continent lag weerloos te wachten op de verovering door een ervaren energiekapitalist. Langzaam opende de poort van fort Europa zich, waarachter een enorme energievraag lonkte. Nederland was een logisch beginpunt omdat alleen hier de relatief kleine stroomproducenten als hapklare brokjes te koop lagen. Fusie gesprekken tussen de vier bedrijven — Una, EPZ, Epon en EZH — waren immers mislukt. Drie jaar koortsachtig onderhandelen en persoonlijke inspanningen van minister Hans Wijers van Economische Zaken liepen stuk op een mengsel van tegenstrijdige belangen van de aandeelhouders, de verdeling van onrendabele stroomcontracten uit het verleden en onderling wantrouwen tussen de directeuren. Wat velen vreesden, gebeurde niet lang daarna. Een voor een vielen de Nederlandse producenten in handen van grote buitenlandse energieconcerns.

Reliant Energy, eerder opererend onder de wat regionaal klinkende naam Houston Industries, kocht 3400 megawatt opwekcapaciteit door de overname van Una-centrales, een mooie basis om de markt mee op te gaan. Schoenen verkopen is nog altijd deftiger dan schoenen maken, zei Multatuli in Woutertje Pieterse al. En ook de Amerikanen gebruiken stroom liever niet om het licht mee te laten branden. Ze willen er geld mee verdienen. Als de markt vrij is, gaat de prijs schommelen. Het concern kent allerlei trucs (opties, futures, verzekeringen en risicomanagement) om die vluchtigheid uit te buiten. De oud-monopolisten in Europa moeten zich het goochelen nog eigen maken.

Toch lijkt het miljardenconcern uit Houston zich danig te hebben verslikt in de Europese markt. In september 2001 kondigde het ineens de terugtocht aan. Vriend en vijand verbaasden zich. In mei sprak topman Steve Lettbetter bij de opening van een nieuw handelskantoor op Schiphol nog strijdlustig: «Dit hoofdkwartier symboliseert ons vertrouwen in de kansen die de geliberaliseerde Europese energiemarkt ons biedt.» Minister Jorritsma kwam braaf opdraven om de officiële openingshandeling uit te voeren. Drie maanden later staat Una in de etalage. Het handelsvehikel doen de Texanen ook maar in de aanbieding, in de hoop dat de twee zaken samen sneller te verkopen zijn.

Professor Coby van der Linde, verbonden aan het instituut Clingendael, was destijds zeer verbaasd over de U-bocht van Reliant. Zij stelt dat het een combinatie van factoren is waardoor Reliant weg wil: «Het is niet alleen een verkeerde inschatting van de liberalisering in Europa. Het economisch klimaat in de Verenigde Staten is totaal veranderd.» De hoogconjunctuur heeft plaatsgemaakt voor een recessie. Van der Linde wijst erop dat Reliant, als een van de betrokkenen, te maken heeft met de naweeën van de energiecrisis in Californië. Een grote klant van Reliant, Southern California Edison, ging kopje onder. Bovendien is er komende jaren genoeg te doen op het thuisfront. In mei kwam president Bush met het langverwachte rapport om de energiecrisis in de VS te bestrijden. Er zijn de komende twintig jaar 1300 tot 1900 stroomcentrales nodig.

Daarnaast verschuiven posities op de Amerikaanse markt door de spectaculaire ondergang van Enron. Dat betekent enerzijds nieuwe kansen — er valt door het wegvallen van deze gigant immers een enorm gat waar Reliant in kan springen —, anderzijds moet Reliant maar afwachten of uit het bankroet van Enron genoeg overblijft om openstaande rekeningen mee te betalen. Enron raakte, dronken van de vrije markt, steeds verder weg van de basis. Het ontpopte zich als durfkapitalist die her en der geld stak in schimmige projecten. Jarenlang schoof Enron tegenvallende resultaten onder het tapijt. Toen de rooksluier verdween, draaide de papierversnipperaar overuren. Saillant detail: de spookwinsten verdwenen deels in de lobbymachinerie bij politici.

Reliant heeft vorige week bekend ook te hebben geknoeid met winsten. Het bedrijf wilde reeds behaalde opbrengsten uit energie opties pas in 2002 en 2003 op de balans zetten, opdat de toekomst er veelbelovend uit zou zien. Dat mag niet. De winst over 2001 komt nu weliswaar hoger uit, maar de verwachting voor dit jaar is naar beneden bijgesteld. Het geknoei stelt misschien niet veel voor vergeleken bij het creatieve boekhouden van Enron, maar het vergroot de argwaan: wat ligt er nog meer verborgen onder de cijfers?

Tijdens hun ruim tweejarige verblijf in Nederland hebben kopstukken van Reliant Energy zich vaak beklaagd over het trage tempo van de liberalisering in Europa. Nederland loopt hierin evenwel voorop. Vanaf 2004 is iedereen (van Hoogovens tot huishouden) af van de verplichte winkelnering bij de regionale energiebedrijven. Hoewel de Europese Commissie veel sneller wil, houden de andere Europese landen een deadline van 2007 aan. De zakelijke markt is in Nederland al geliberaliseerd. Dat hebben de vier stroomproducenten gevoeld. De omzet van Una zakte in 1999 met 21 procent tot 1,27 miljard gulden. Het resultaat daalde met 32 procent tot 141 miljoen gulden. Geen leuk begin voor de Amerikanen. Vanaf 1 januari 2001 verviel de vaste afspraak tussen de Nederlandse producenten en distributeurs over levering en tarieven. Voortaan moesten ze maar zien aan wie ze hun stroom verkochten. Dat klinkt als een kolfje naar Amerikaanse hand. Helaas: de distributiebedrijven importeren onvervaard goedkope (kern)stroom uit het buitenland, terwijl de verkoop van dure Nederlandse (gas)stroom over de grens moeilijk is. Zeker omdat landen als Frankrijk de grens potdicht houden. Ook de onrendabele contracten uit het verleden zijn Reliant een blok aan het been. De Texanen gruwen van dit soort meerjarige contracten, waardoor je aan een vaste leveringsprijs vastzit. Als klap op de vuurpijl besloot Jorritsma in oktober 2000 onder druk van het parlement het hoogspanningsnet van de producenten te kopen, zodat het net een onafhankelijke positie behoudt.

«Het bleek een springplank zonder veren», aldus vakbondsbestuurder Nico Saalbrink van de Abvakabo. Hij denkt dat de terugtocht van Reliant is ingezet door de Amerikaanse aandeelhouders. «Als een koopsom van deze omvang het eerste jaar nog weinig oplevert, zien ze dat wel aan. Het tweede jaar moet het rendement te zien zijn. Zo niet: verkopen die handel.» De afgelopen jaren hebben er talloze cultuurbotsingen plaatsgevonden, vertelt Saalbrink. Het ziekteverzuim bij de medewerkers is hoog. «De Amerikaanse stijl van leiding geven is heel dominant. De managers dulden geen tegenspraak. Dat geeft veel conflicten. Het personeel zal er geen traan om laten als de Amerikanen afdruipen.» Saalbrink stelt dat de Amerikanen niet erg veel hebben geïnvesteerd in de Una-centrales. «Reliant laat de centrales soms maanden achter elkaar op volle kracht draaien als het dat nodig vindt. Voorheen vonden er periodieke onderhoudsbeurten plaats.» Oud-voorzitter van de ondernemingsraad Paul Slagmolen drukt het anders uit: «Amerikanen zijn opportunisten pur sang. Zij denken op korte termijn. Een elektriciteitsbedrijf moet verder nadenken.»

De angst dat de Texanen banen zouden gaan schrappen, bleek niet terecht. Het vet van de onderneming was er al af door een reorganisatie voor de komst van Reliant. Het personeelsbestand slonk van 900 tot 550. Hiervoor was een sociaal plan afgesproken, waar Reliant zich aan heeft gehouden.

De toenmalige aandeelhouders van Una (de gemeenten Utrecht en Amsterdam en de provincies Utrecht en Noord-Holland) moeten het zich begin 1999 anders hebben voorgesteld. Zij hadden zich door de ambitieuze directeur Paul Koppen de Neve laten vertellen dat de stroomproducent beslist een financieel sterke partner nodig had om te overleven. Zij zetten hiermee de eerste privatisering van een traditioneel nutsbedrijf in gang, waarbij de commissarissen van Una (wethouders en gedeputeerden) ook de aandeelhouders zijn. Zij eisten dat de partner ervaring moest hebben in een geliberaliseerde markt, een langdurige financiële verplichting moest willen aangaan en een bedrijfscultuur moest hebben die niet te veel mocht afwijken van Una. Koppen de Neve stuurde aan op Reliant Energy omdat de Amerikanen beloofden alle activiteiten op het continent via Una te laten lopen — hij kon niet weten dat topman Steve Lettbetter twee weken na de aankoop alweer zou terugkomen op die belofte. Alle bezwaren werden uiteindelijk gesmoord in het vette bod van 4,5 miljard gulden.

De negatieve verhalen over Reliant, onder meer van de Amerikaanse econoom Greg Pallast, komen te laat. Onbetrouwbare levering, personeelsonvriendelijk beleid, overtreden van veiligheidsregels bij een kerncentrale, extreem wanbeheer en verschillende rechtszaken — allemaal opgeblazen, reageerde Reliant. We hebben ook de ethische kant van de onderneming bekeken, bezwoer de Una-directie. De Texanen zetten hun persoonlijke ronselaar Koppen de Neve echter binnen een jaar buiten de deur.

De terugtocht is gestaakt. De Texanen blijven. Niet omdat ze ineens toch weer wél brood zien in de Europese markt, maar omdat ze Una gewoon niet kwijtraken. Het zijn andere tijden en de stroomfabriek is te duur. Reliant wil er naar verluidt minimaal 1,3 miljard dollar voor hebben. Daarmee incasseren de Amerikanen al een verlies van bijna eenderde op de som die zij betaalden. Maar banken staan, met het Enron-debacle vers in het geheugen, niet te springen om overnames in de energiesector te financieren. Belangstellenden, waaronder het Nederlandse Nuon en het Brits/Nederlandse Shell, haakten een voor een af. Zelfs de sterk verlaagde prijs vinden ze te hoog. Voorlopig zijn de Texanen, met Una zwaar op de maag, gestrand in de Europese markt die zij zo verachten.