Het witwasschandaal opnieuw bekeken

Wist ING echt, echt, echt van niets?

Het gerechtshof wil ING en voormalig bestuursvoorzitter Ralph Hamers opnieuw verhoren in verband met de witwaspraktijken van enkele jaren geleden. Net op het moment dat Hamers naar een Zwitserse bank vertrekt.

Ralph Hamers bij de presentatie van de ING-jaarcijfers, 31 januari 2018 © Maarten Hartman / ANP

Het witwasschandaal waarbij ing betrokken was, blijft Ralph Hamers achtervolgen. In de week waarin hij afscheid nam als bestuursvoorzitter van ing kondigde het gerechtshof in Den Haag aan dat de rechters zowel de bank als Hamers opnieuw willen verhoren in verband met de witwaspraktijken waarvoor het Openbaar Ministerie ing bijna twee jaar geleden een recordboete oplegde. Het is een pijnlijke smet op het blazoen van Hamers. Op 1 september treedt hij aan als de nieuwe bestuursvoorzitter van de Zwitserse bank ubs in Zürich, waar hij naar verwachting vier à vijf keer zoveel gaat verdienen als in Amsterdam. De Nederlandse en de Zwitserse bank verschillen sterk van elkaar – ing is een consumentenbank, ubs legt zich toe op privaat vermogensbeheer –, maar ze hebben twee traumatische ervaringen met elkaar gemeen. Beide banken werden door hun respectievelijke overheden van de ondergang gered ten tijde van de financiële crisis van 2008 en 2009, en beide kregen hoge boetes opgelegd voor hun betrokkenheid bij witwassen.

Op 4 september 2018 maakten het Openbaar Ministerie en de fiscale opsporingsdienst Fiod bekend dat met ing een schikking was getroffen in verband met jarenlang gedoogde witwaspraktijken. ing kocht strafvervolging op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme af met 775 miljoen euro: 675 miljoen boete plus 100 miljoen ontneming van inkomsten verkregen uit de financiering van criminele activiteiten. Volgens advocaten van betrokken partijen zou een deel van dit bedrag zijn verrekend met de sec, de Amerikaanse toezichthouder die zich ook met onderzoek naar ing heeft beziggehouden. Een woordvoerder van het Functioneel Parket van het OM ontkent dit en verzekert dat het hele bedrag is overgeboekt naar de staatskas.

Onder de codenaam ‘Houston’ (ontleend aan de legendarische zin van de Apollo-13-bemanning in 1970, ‘Houston, we had a problem here’) hadden het OM en de Fiod bij ing onderzoek gedaan naar tekortkomingen om witwassen tegen te gaan in de periode tussen 2010 en 2016. Vier specifieke gevallen werden er uitgelicht, in totaal ging het om miljarden euro’s. De bevindingen waren ontluisterend: de interne systemen van ing waren niet op orde, bezuinigingen hadden de controles uitgehold, nieuwe klanten werden niet of oppervlakkig gescreend, dubieuze transacties werden niet of onvoldoende gecheckt, waarschuwingssystemen werkten gebrekkig, interne verantwoordelijkheden waren zoek, risico- en nalevingsafdelingen werkten langs elkaar heen en waren onderbezet. Criminele klanten konden nagenoeg ongestoord geldstromen via ing-rekeningen laten lopen. De grootste bank van Nederland stond erbij en keek er naar.

De onthullingen over het witwasschandaal volgden op de bijna-ondergang van de toenmalige bankverzekeraar tijdens de financiële crisis van 2008 en 2009. Jarenlang had ing het streven naar rendement boven risicomanagement gesteld. De Nederlandse overheid zag zich gedwongen ing in twee etappes van in totaal 32,5 miljard euro te redden. De framing vanuit ing was dat het bedrijf geen blaam trof, maar slachtoffer was van de crisis. In Brussel, waar het directoraat-generaal Mededinging van de Europese Commissie de staatssteun aan ing moest goedkeuren, ging ing er met gestrekt been in. Het gevolg was dat de Commissie ing keihard aanpakte, halvering van het bedrijf afdwong (de verzekeringstak plus een deel van internetbank ING Direct moesten worden afgestoten) en eiste dat ing een hogere vergoeding betaalde aan de Nederlandse overheid voor de verleende staatssteun.

In 2012 legden Amerikaanse toezichthouders ing een boete op van 619 miljoen dollar (490 miljoen euro) wegens ontduiking van het Amerikaanse sanctiebeleid voor financiële transacties met Cuba en Iran. Zoiets mocht niet meer gebeuren, zei toenmalig bestuursvoorzitter Jan Hommen.

Het gebeurde wel. De Nederlandsche Bank, toezichthouder op banken wat betreft witwasactiviteiten, waarschuwde de top van ing herhaaldelijk dat er sprake was van tekortkomingen. Daarna volgde het ‘Houston’-witwasonderzoek van het OM en de Fiod. De financiële misdaadbestrijders maakten in gesprekken met ing duidelijk dat ze ernstige verdenkingen van witwassen onderzochten. De top van ing reageerde laconiek. Zo’n vaart zou het niet lopen. Een boete van hooguit 25 miljoen, verwachtte men, dat viel te overzien.

Het gaat om de vraag of een leidinggevende wel of niet op de hoogte is van verboden gedrag

Eind 2017 hadden de commissarissen en bestuurders iets anders aan hun hoofd: de verhoging van het salaris van bestuursvoorzitter Hamers van twee naar drie miljoen euro. Oud-Shell-topman Jeroen van der Veer, voorzitter van de raad van commissarissen, maakte de ongelukkige vergelijking dat Hamers ‘Champions League’ speelde, maar werd beloond als een middenvelder in de Keukendivisie. Na maatschappelijke ophef, protesten uit de Tweede Kamer en vermaningen van het kabinet draaide ing de salarisverhoging voor Hamers schielijk terug.

Kort daarop maakte het OM de boete van 775 miljoen euro bekend. Een miljoen meer dan de boete die Rabobank in 2013 in de zogenoemde Libor-affaire had gekregen (grotendeels aan de VS afgedragen) en een miljoen minder dan de winst van ing over het derde kwartaal van 2018.

In een spectaculair staaltje van blunderend pr-management besefte de top van ing niet dat de combinatie van de salarisverhoging en het witwasschandaal een extreem giftige cocktail was. Financieel topman Koos Timmermans werd opgeofferd, maar Hamers bleef zitten; hij zag alleen af van zijn bonus voor 2018. Eind dat jaar verscheen Hamers voor een parlementaire commissie, waar hij plichtmatig spijt betuigde en zei er begrip voor te hebben dat er een negatief beeld over ing was ontstaan. De witwasfraude was niet het gevolg geweest van opzettelijk ongewenst gedrag, maar van onbedoeld ongewenst gedrag. Vanuit het perspectief van corporate governance was dat zo mogelijk nog ernstiger.

Het Openbaar Ministerie had de schikking met ing getroffen zonder tussenkomst van de rechter. Niemand werd vervolgd. Er waren volgens hoofdofficier van justitie Fred Westerbeke namelijk geen strafrechtelijke verdenkingen gerezen jegens individuele personen. Dat wekte verbazing. Er was een precedent waarbij anders gehandeld was. In 1983 viel de Fiod binnen bij de Rotterdamse Slavenburg Bank, die werd verdacht van corruptie en witwas- en zwartgeldactiviteiten. De twee leidinggevende bankiers, Piet en Ruud Slavenburg, werden gearresteerd.

Als uitvloeisel van de Slavenburg-zaak is er jurisprudentie ontwikkeld over de strafrechtelijke aansprakelijkheid bij zogenoemd feitelijk leidinggeven. Het hoogste rechtscollege, de Hoge Raad, heeft zich uitgesproken over de verantwoordelijkheid van bestuurders die feitelijk leiderschap uitoefenen bij een bedrijf. Het gaat hierbij om de vraag of een leidinggevende wel of niet op de hoogte is of kan zijn van verboden gedragingen en of hij maatregelen heeft genomen om verboden gedragingen te voorkomen of beëindigen.

Aangezien De Nederlandsche Bank ing als toezichthouder herhaaldelijk op de vingers heeft getikt voor falende controle op witwassen, ligt het voor de hand dat dit in de raad van bestuur aan de orde is gekomen. Het zou niet voor Hamers pleiten als hij hiervan als bestuursvoorzitter niet op de hoogte was geweest. Op grond van de beschikkingen in de Slavenburg-zaak had het OM wel degelijk kunnen besluiten de top van ing strafrechtelijk te vervolgen.

Voor gedupeerden van alle witwaspraktijken zou ING een schadefonds moeten oprichten

Toen dat niet was gebeurd, dienden drie partijen een klacht in waarbij het gerechtshof van Den Haag werd verzocht het OM op te dragen alsnog tot strafvervolging over te gaan. Tegen ing als bank en tegen Hamers als bestuursvoorzitter. De drie partijen die deze zogenoemde Artikel 12-procedure aanzwengelden zijn kleine spelers, maar de ontregelingsfactor van hun acties is groot. Voor ing en Hamers, maar ook voor de Nederlandse overheid. Als deze procedures ertoe leiden dat de schikking geannuleerd wordt, moet de staat de ontvangen boete van 775 miljoen namelijk naar ing terugstorten.

De eerste klager was financier Sam van Doorn. Hij had een langlopend conflict met ing. Het hof wees zijn verzoek op formele gronden af. De tweede klager was Pieter Lakeman, voorzitter van de Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie. Lakeman voert al tientallen jaren acties tegen gesjoemel met jaarrekeningen en fraude. Bij het publiek raakte hij bekend door zijn oproep in 2009 om geld weg te halen van rekeningen bij dsb, de bank van Dirk Scheringa. Hiermee lokte hij een bankrun uit en korte tijd later ging dsb failliet. Het hof verklaarde Lakemans verzoek om Hamers te vervolgen ontvankelijk.

Datzelfde gebeurde met het verzoek van het Amsterdamse advocatenkantoor Van Oosten Schulz De Korte (vosdk), dat de vervolging van zowel Hamers als ing eist. Het kantoor treedt op als de juridische vertegenwoordiger van een Amerikaanse ‘receiver’, Guy Hohmann van ProphetMax Receivers. Hohmann probeert geld terug te vorderen ten behoeve van deelnemers die door een frauduleus beleggingsfonds, IB Capital, zijn opgelicht. Dit fonds, opgericht door twee mannen uit Haarlem, trok via internet klanten aan voor valutabeleggingen. IB Capital opende in 2012 bankrekeningen bij ing voor talloze dubieuze vennootschappen zonder dat medewerkers van ing natrokken wie de eigenaren, beiden eerder veroordeeld wegens oplichting, waren. Ongebruikelijke transacties van tientallen miljoenen die in korte tijd door de rekeningen stroomden merkte ing niet op. Het geld verdween, het beleggingsfonds ging over de kop en de oprichters werden vervolgd. Enige duizenden, vooral Amerikaanse beleggers verloren naar schatting 35 miljoen dollar.

Toen de advocaten van vosdk in 2017 bij ing aandrongen op een schaderegeling voor de gedupeerde beleggers kregen ze, naar eigen zeggen, een grote bek terug. ing viel niets te verwijten, alle zorgvuldigheid was betracht. Het was dezelfde arrogante opstelling die ing-bestuurders in 2009 hanteerden in hun onderhandelingen over de staatssteun met het directoraat-generaal Mededinging van de Europese Commissie in Brussel.

Nog geen jaar later moest ing erkennen dat er sprake was van ernstige nalatigheid bij het toezicht op en controle van cliënten die via ing-rekeningen geld witwasten of verduisterden.

De Amerikaanse curator greep de Houston-schikking aan om via advocatenkantoor vosdk een Artikel 12-procedure aanhangig te maken. De advocaten huldigen het standpunt dat de bank schadeplichtig is door falend toezicht op een frauduleuze rekeninghouder, waardoor klanten zijn opgelicht. ing, vinden ze, zou voor gedupeerden van alle witwaspraktijken een schadefonds moeten oprichten, naar analogie van compensatieregelingen die voor slachtoffers van woekerpolissen zijn getroffen.

Het Haagse gerechtshof heeft nu in een tussenvonnis beslist dat het ing en Hamers opnieuw wil verhoren. Dit is ingrijpend omdat het hof over het complete Houston-dossier en ook over het ‘Verbeterplan’ van ing beschikt. Kennelijk hebben de rechters dit onvoldoende bevonden. Wanneer het verhoor plaatsvindt, is niet bekend. Evenmin is bekend wanneer het hof met een definitieve uitspraak komt.

ing zal er wel overheen komen. Misschien valt de boete bij de rechter zelfs lager uit. Voor Hamers kan strafvervolging nadelig zijn voor het vervolg van zijn carrière als bankier in Zürich. Bij ubs zal men zich afvragen of de bank er verstandig aan heeft gedaan een nieuwe bestuursvoorzitter te benoemen boven wiens hoofd, als een zwaard van Damocles, een slepende strafzaak in Nederland hangt.