toneel: There Is a Discussion

Wit koudvuur aan een zwarte hemel

Om te beginnen lijkt de opstelling gedraaid. Op de publiekstribune, achter gaasdoek, zit een clown. Op het gaasdoek wordt een fragment van een naakte torso geprojecteerd.

Wíj zitten waar híj hoort te spelen, op de speelvloer, zíjn natuurlijke habitat. Achterin een rechthoekige, tapijt­achtige vloerbedekking met ‘schoonheid dood’ in een vreemde taal erop geschilderd. Er rommelt een driftig onweer alvorens de clown naar ons afdaalt, zich ontdoet van de eretekens van zijn beroep (pruik, bonte kleding). Hij gaat bij ons zitten. Aan een tafeltje. En hij begint te spreken. Hij spreekt in vragen. Geen socratische. Want hij wil niets van ons weten. Retorische vragen zijn het ook niet. Je zou het epische vragen kunnen noemen. In de vraagvorm vertelt de ‘ontclownde’ clown het verhaal over de kunstenaar Marino Marini. De vragen – een tekst van Rob de Graaf – zijn vrijwel zonder uitzondering gedroomde openingszinnen van het portret van de kunstenaar als rebellerend kind en langzaam rijp wordende man. ‘Is Marino Marini zijn leven lang in rommelige en lawaaiige portiekwoningen gehuisvest geweest?’ ‘Schitterden ook toen Marino Marini een kind was in koude winternachten de sterren als wit koudvuur aan de zwarte hemel, maar heeft hij dat nooit gezien, omdat hij altijd binnen zat?’

Via het verhaal van een oom ‘die naar drank en eau de cologne stonk’ ontvouwt de verteller, alsof hij een ui pelt, de geschiedenis van een in wildheid en schoonheid opgroeiend kind dat de dieren en gedroomde werelden van de Cobra-schilderijen (hij is van 1951) uit zijn jeugd terugzoekt. Een joch dat niet met avontuurzoekers de wijde wereld in trekt maar in de benauwde schaduw van zijn kamer leeft tussen de avonturen in zijn kop. Hij dwaalt langs iconen uit zijn stadsgeschiedenis (‘in het grootste theater een beeld van papier-maché dat Che Guevara voorstelde’). En hij danst. Zo zuiver, zo zonder spektakel, dat dit zacht bewegen ons de adem bijkans beneemt. Hij danst op het beschilderde tapijt de kreupele dans van een zoetwatervogel uit Patagonië. En tergend langzaam groeit in hem de melancholieke woede van het weerloze joch dat de waarden en waarheden (schoonheid dood) zoekt die hij vertrappeld ziet worden waar hij bij staat. Alles van waarde wordt weerlozer. En de vragen tergender. ‘Wat heb ik opgebouwd en wat heb ik behouden?’

De verteller heet Marien Jongewaard. En het verhaal over Marino Marini scheert rakelings langs het zijne. De vorm van de vertelling is jankend indringend en raadselachtig mooi. Hij bevraagt zichzelf en ons teder. Hij huppelt vederlicht langs de randen van de pathologische autobiografie van een kunstenaar, zonder er ook maar één seconde overheen te lazeren. En hij zal en moet zijn wilde discours naar onze hoofden verplaatsen.

Er is over het nu bijna voorbije toneel­seizoen wel gesproken als over een ‘vacuüm’. Bedoeld wordt waarschijnlijk de leeggezogen, zuurstofloze ruimte tussen de tijd toen aan de kunsten nog een zekere waarde werd toegekend en de langzamerhand aangebroken tijd van de kunstenaar als weerloze leproos. Op de verschroeide aarde, waar het inferno van de moderne schoonheidsverdelgers zojuist heeft plaatsgehad, spreekt Marino Marini zijn apologie van de schoonheid en de dood. Ze is van een hartverscheurende noodwendigheid. Troostrijk ook. En op een merkwaardige wijze ook heel erg blijmakend.


There Is a Discussion, een monoloog van Nieuw West, Rob de Graaf en Marien Jongewaard is weer te zien van 24 t/m 28 september in Theater Frascati Amsterdam, daarna in Rotterdam, Deventer en Den Haag. bureautamtam.nl