Wit vierkant

Robert Ryman en Arnulf Rainer zijn van dezelfde generatie, en zijn allebei radicaal.

HET SCHILDERIJ Oneida van Robert Ryman is, in het kort, een evenwichtig, luchtig weefsel van kort geplooide penseelstreken met witte olieverf op linnen, gespannen op een spieraam, egaal zwart geschilderd. Tenslotte is het vierkante linnen vlak met kleine rechthoekige ijzers en bouten (ook zwart) op ooghoogte op de wand vastgezet. Die speciale bevestiging zorgt ervoor dat het vlak net iets los van de wand blijft. Daardoor wordt het letterlijk het afgemeten draagvlak voor de abstracte schilderkunstige operatie die erop wordt uitgevoerd - en meer dan je daar ziet gebeuren, is er zo te zien niet. Andere schilders kiezen een motief om te schilderen, bijvoorbeeld zonnebloemen. Het schilderij begint dan met bepaalde bloemrijke vormen en met een stevig geel dat vervolgens, vanwege het contrast, een rol speelt bij welke kleur de achtergrond zal krijgen. Het motief is bepalend voor het schilderen. Een rode rechthoek en nog een tweede blauwe rechthoek, in het werk van Mondriaan, zijn ook een motief - maar al wel een stap abstracter dan, bij Van Gogh, de keuze voor zonnebloemen of golvend koren. De schilderkunst van Ryman is gegroeid in de langzame ontwikkeling van abstractie in de twintigste eeuw. Maar zonder motief of enigerlei formele beslissing (hoe te beginnen) gaat het nooit. Ook de concrete middelen zelf waarmee geschilderd wordt (het soort verf, het soort drager, het formaat, het soort kwast en het soort bewegingen en nog meer) zijn echter een motief.
Voor Oneida heeft Ryman bedacht een bepaald vierkant formaat van (zwart geprepareerd) linnen een vlak te weven van witte penseelstreken. Zo te zien was het een penseel met een ronde, niet erg brede borstel. De streken zijn vrij kort en buigen lichtjes mee met de beweging van het schilderen zelf, ook al omdat het gespannen linnen toch iets met de druk van de kwast meegeeft. De olieverf die hij gebruikte was aan de droge kant. Over het hele vlak krullen de bewegingen van het penseel luchtig tegen elkaar en over elkaar heen zodat ze een zacht web vormen dat nergens dichtvloeit. Bij smeuïger verf had dat gevaar van dichtslibben zeker bestaan. Wat Ryman beoogde is dat, ook in hun verweving, de penseelstreken zo zichtbaar mogelijk zouden blijven. Daarom blijft ook overal, maar heel dun en fragiel, het zwart van de ondergrond als vlekjes nog te zien. Wat we ook zien is hoe het kabbelende gepenseel net voor de rand van het zwarte vlak ophoudt. Daarom kunnen we zien en ons voorstellen hoe dit tere witte weefsel als een krullige vlakke wolk op het vlak is neergedaald - onmerkbaar bijna zoals een windvlaag op stil water.
Dat water kunnen wij zien bewegen als en omdat er licht op valt. Anders gezegd: het op die droge, gekrulde manier geschilderde Oneida geeft ons ook een sensatie van licht als het over het hobbelige oppervlak van het schilderij strijkt. Vanaf het begin, midden jaren vijftig, is Ryman altijd witte verf blijven gebruiken omdat die kleur (of afwezigheid van kleur) het licht het gevoeligst reflecteert. Omdat licht door zijn omgeving wordt bijgekleurd, krijgt ook het wit van Rymans schilderijen altijd een zweem van kleur. Dat is natuurlijk afhankelijk van waar en hoe ze hangen, en ook hoe ze zijn geschilderd. Een brede, platte kwast met soepel vloeiende verf op een gladde drager als vinyl, bijvoorbeeld, leidt naar een andere, zelfs zwieriger manier van schilderen en dus ook naar meer beweging van licht. Op een subtiele manier krijgen in de werken van Ryman die bewegingen van licht en wit mooi de ruimte, zelfs als de schilderijen soms klein zijn. Hoe licht de witte ruimte in Oneida bijna zweeft, is te merken als we dat schilderij vergelijken met een werk als Kreuz van Arnulf Rainer. Daarvan is de oppervlakte grotendeels strak en zwart dichtgesmeerd, met kwast en hand zoals aan sporen zichtbaar is. Zij zijn van dezelfde generatie, Rainer en Ryman, begin tachtig allebei en allebei radicaal. Maar de Oostenrijker komt voort uit de Barok en de Jugendstil, uit kunst dus waarin grillige vormen en kleuren wulps in elkaar verstrengeld zijn. In zijn geval bestaat radicalisering van schilderen uit het dwingend stilleggen van kolkende overdaad. Omdat een kruis in de kruising van horizontaal en verticaal zo'n sterk centrum heeft, is die vorm zelf al onwrikbaar - en nog onbeweeglijker en onverbiddelijk met dat harde zwart waarmee het vlak zo obsessief dicht is geschilderd. Je staart ernaar als naar een zwijgzaam icoon. Ryman komt echter na Pollock en in zijn heldere witte vierkant lijkt een lichte bries de ruimte open te waaien.

PS. Oneida is geloof ik de naam van een plaatsje in de staat New York en heeft als titel geen bijzondere betekenis. Wel een mooier woord dan dat eeuwige ‘untitled’. De beste plek voor Robert Ryman is in Schaffhausen, de Hallen für Neue Kunst, met de Raussmüller Collection. Zie www.rausmueller-collection.ch