De sneeuwklokjeshandel met Georgië

Witte bloemen van de Zwarte Zee

Nederland heeft een spilfunctie in de handel in beschermde sneeuwklokjesbollen uit de Kleine Kaukasus in Georgië. De pluk betekent inkomsten voor de bergbewoners. Maar hoe duurzaam is deze sierteeltbusiness?

Maka Dolidze, met in haar handen de galanthus woronowii, in de Kleine Kaukasus, Georgië

De bergtoppen van de Kleine Kaukasus zijn nog gehuld in ochtendmist als Maka Dolidze (36) samen met haar zwarte hond Jerry het steile bergpad opklimt. Twee uur later bereikt ze een helling bedekt met de lange, glanzende bladeren van de plant die door wetenschappers galanthus woronowii wordt genoemd en bij ons bekend staat als het groene sneeuwklokje. Dolidze trekt oranje werkhandschoenen aan tegen de brandnetels en stekelige ranken, knoopt een tas om haar middel en begint met haar werk.

Ze bukt diep voorover, grijpt een bos bladeren en trekt de planten met bol en al hard uit de grond. Met een snelle beweging scheurt ze het loof eraf en gooit de modderige sneeuwklokjesbolletjes in haar buidel. Uren later, als de zak helemaal vol is en ongeveer vijftig kilo weegt, begint ze aan de lange afdaling naar Kvashta, haar dorp met de houten huizen in het zuidwesten van Georgië. Dolidze heeft dit seizoen al rond de zevenhonderd kilo ingezameld voor een lokale bloembollenhandelaar en hoopt in totaal een ton te oogsten.

Elke lente trekken honderden dorpelingen de bergen van Adjara in, de Georgische regio aan de Zwarte Zee waar ’s werelds grootste populatie wilde sneeuwklokjes groeit. Elk jaar levert Georgië ongeveer 22 miljoen bollen aan de Nederlandse sierteeltsector, waarvan er vijftien miljoen uit het wild komen. Ook komen er ongeveer zeven miljoen bollen uit Turkije. De beschermde en bedreigde plant is het meest verhandelde bolgewas ter wereld.

Nederlandse bedrijven hebben tachtig procent van de internationale bloembollensector in handen en verwierven rond 1960 een handelsmonopolie in sneeuwklokjes uit de Kaukasus. Vanuit de Bollenstreek worden de planten in bulk verkocht aan tuincentra over de hele wereld. Eerst kwamen ze vooral uit Turkije, sinds de Gouden Eeuw Hollands belangrijkste bloemenleverancier. De handel steeg explosief en in 1984 werden er jaarlijks meer dan tachtig miljoen sneeuwklokjesbollen uit Anatolië gehaald. Toen de Turkse overheid aan de bel trok, net na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, staken Turkse handelaren de grens naar Georgië over.

De Georgische regering verwelkomt de handel en stelt strikte regels, maar toch vrezen natuurbeschermers dat de massale export een verwoestend effect kan hebben op de ecologie van de Kaukasus. Ook is de handel scheef: Maka Dolidze verdient ongeveer 36 cent per kilo sneeuwklokjes, ongeveer hetzelfde wat een tuinder in Europa per bol betaalt.

‘Als je een bijzondere vindt, dan moet je die voor me meenemen’, zegt Annie Fallinger als ze over onze reportagereis naar Georgië hoort. De 65-plusser uit Dordrecht, die een trui met geborduurde sneeuwklokjes erop draagt, vertelt dat als ze zelf op vakantie een bijzonder exemplaar vindt die dan ‘hup, de auto in gaat’. Dat het illegaal is om de beschermde plant mee naar huis te nemen, weet Fallinger, ‘maar iedereen doet het toch. Ik zeg altijd: stop het in je onderbroek en meenemen maar’.

Sinds de opkomst van de plantkunde en bloemensymboliek in de negentiende eeuw zijn mensen weg van het sneeuwklokje, geliefd vanwege zijn glanzende loof en de hartvormige tekening op de witte bloembladeren. Hoewel de voorjaarsbloeiers eerst alleen in de tuinen van de adel stonden, verspreidde een ware sneeuwklokjesmanie zich in het midden van de twintigste eeuw van Engeland naar Nederland, Frankrijk en Duitsland, met net zulke exploderende prijzen als tijdens de tulpenwoede in de zestiende eeuw, maar wel kleinschaliger. Er zijn liefhebbers die wel vijf- tot zeshonderd euro betalen voor een enkele bol.

In Europa en West-Azië groeien meer dan twintig soorten sneeuwklokjes met 2500 sub-variëteiten, vaak speciaal gekweekt om de winter mee op te fleuren. Verwoede sneeuwklokjesverzamelaars – beter bekend als galanthofielen, naar de wetenschappelijke Latijnse plantennaam – sparen ze allemaal. Fallinger, bijvoorbeeld, heeft wel zeshonderd types in haar tuin, waaronder de zeldzame galanthus golden fleece. Daarvan werd één enkele bloembol vijf jaar geleden in Engeland nog voor vijftienhonderd euro verkocht. Liefhebbers kopen of ruilen speciale planten via eBay, Facebook of op beurzen.

De ‘manie’ gaat ver, geeft Fallinger toe, en het komt steeds vaker voor dat zeldzame en kostbare bloemen worden gestolen. In Engeland zijn in 2019 twee sneeuwklokjesdieven gearresteerd. Galanthofielen in België hebben waakhonden genomen om hun bollen te beschermen. Toch is Fallinger niet bang: voor de coronapandemie stelde ze elk jaar haar tuin open voor bussen met Duitse en Engelse toeristen die haar bloeiende gazon bewonderen en taart van bordjes met sneeuwklokjesprint eten. Sneeuwklokjes uit Georgië, de galanthus woronowii, heeft ze wel staan, maar zal ze niet specifiek aan haar gasten laten zien, die kan iedereen immers bij Intratuin kopen, daar is niets speciaals aan.

Maka Dolidze laat haar oogst wegen door medewerkers van Mamuli Surmanidze, de Georgische handelaar die sneeuwklokjes aan Nederland verkoopt. Maka wordt per kilo betaald

Duizenden bollen worden razendsnel door de fabrieksmachine van C.S. Weijers & Zonen gehaald, een bloembollenbedrijf in Hillegom. Ze zijn net met de vrachtwagen uit Georgië aangekomen, ook de door Maka Dolidze geplukte sneeuwklokjes zitten tussen de lading. Bollen die niet de juiste grootte hebben of beschadigd of rot zijn, worden efficiënt door twee medewerkers van de lopende band gevist. Daarna worden de bollen in kleine zakjes verpakt, gelabeld en over de hele wereld gestuurd. ‘Het is een lief bloemetje, iedereen kent het’, prijst John Boot zijn waar aan. Hij is directeur van C.S. Weijers en Nederlands grootste sneeuwklokjeshandelaar. Hij koopt elk jaar weer tientallen miljoenen bloembollen uit Georgië en Turkije.

De reden dat sneeuwklokjes van ver komen, vertelt directeur Boot, is dat de vraag naar de voorjaarsbloeier groter is dan het aanbod in Europa. Sneeuwklokjes worden, net als andere decoratieve bloemen, steeds populairder: in 2019 voorspelde de Rabobank dat de wereldwijde consumptiewaarde in de komende jaren zal verdubbelen. Hoewel Boot ook bij Nederlandse sneeuwklokjestelers koopt, kunnen ze hem niet de benodigde hoeveelheid leveren. Daarom haalt hij de groene sneeuwklokjes in bulk uit de bergen in de Kaukasus. In 2019 schatte de EU de totale importwaarde van levende sneeuwklokjes uit Georgië en Turkije op 46 miljoen euro.

Eén enkele bloembol van de zeldzame galanthus golden fleece werd vijf jaar geleden in Engeland nog voor vijftienhonderd euro verkocht

Op vierduizend kilometer van Boots bedrijf in Hillegom manoeuvreert Badri Makharadze zijn bestelbusje door de scherpe bochten in de bergen van Adjara, richting het dorpje van Maka Dolidze. ‘Hier leven we van wat God ons schenkt’, zegt de 46-jarige handelaar die elk seizoen 250 euro aan de bollenhandel verdient. In de lente rijdt Makharadze langs de bergdorpen om wilde sneeuwklokjesbollen te verzamelen. Zakken vol brengt hij naar het pakhuis van zijn baas Mamuli Surmanidze, een van de drie vergunninghouders die de bollen naar Nederland mogen exporteren.

Witte en bruine vliesjes dwarrelen door de lucht. Twee oudere mannen zwaaien tientallen bollen in een houten kist met een ijzeren rooster heen en weer, om zo de grote van de kleine bollen te scheiden. In het betonnen gebouw in Batumi, de nabijgelegen havenstad aan de Zwarte Zee, worden de bollen eerst een maand gedroogd. Ongeveer tien arbeiders, allemaal familieleden van Surmanidze, scheppen geduldig de vele rijen drogende bollen om en simpele huis-tuin-en-keukenventilatoren verversen de lucht. Met de hand worden ze in houten kistjes gesorteerd. Als Surmanidze 25 ton heeft – dat zijn de vijf miljoen bollen waarvoor hij een vergunning heeft – gaat de lading op een vrachtwagen richting Hillegom.

De handelaar doet zaken met zo’n vijfhonderd families in Adjara en de oogst duurt normaal gesproken twee maanden. Dit jaar ging het sneller, binnen twee weken was alles binnen. ‘Dat was vanwege Covid-19, het geld was hard nodig’, zegt Surmanidze. Vanwege de noodsituatie betaalde hij dit jaar meer dan andere handelaars, tot grote frustratie van concurrerende Turkse koopmannen. Elke familie verdiende daarom tussen 120 en 240 euro, zegt Surmanidze, trots dat hij werkgelegenheid creëert in de verarmde regio.

‘Ik vind altijd een nieuwe manier om geld te verdienen voor de toekomst van mijn kinderen, zodat ze niet zo hard hoeven te werken als ik’, zegt Maka Dolidze. In het midden van de woonkamer knettert het houtvuur in de ijzeren kachel waar ze khachapuri, kaasbrood, in bakt. De familie leeft van wat ze kunnen kweken op hun kleine stuk grond. Sinds Dolidze’s man een aantal jaren geleden tragisch overleed krijgt de familie elke maand 215 euro staatssteun, lang niet genoeg voor drie volwassenen en Dolidze’s twee tiener-dochters.

Dus werkt Dolidze hard. Ze verkoopt zelf verbouwde tabak op de markt in Batumi, plukt thee of hazelnoten in Turkije en in de zomer maakt ze honderden glazen potten met haar eigen groenten en fruit in, voorraad voor de wintermaanden. In maart is al het ingemaakte eten bijna op en groeit er nog niets in de tuin. Dan kijkt de familie reikhalzend uit naar de sneeuwklokjesoogst. Dolidze leerde het vak van haar schoonmoeder Naziko, die zeventien jaar lang bollen plukte.

Sneeuwklokjes zijn van groot belang voor gezinnen in Kvastha, zegt Dolidze. Dit seizoen ontving ze al 170 euro, verdiensten die ze over meerdere maanden uitsmeert. In Georgië leeft bijna de helft van de bevolking van minder dan 140 euro per maand. Soms is Dolidze bang dat een natuurbeschermingswet wildplukken zal verbieden: elk jaar zijn er minder planten om te plukken, zegt ze. Daarom laat ze de kleine bollen in de grond zitten zodat die nog kunnen groeien. Maar niet iedereen is zo verstandig.

Soms zijn de bergbewoners zo wanhopig dat ze te vroeg de bergen in gaan, zegt handelaar Badri Makharadze. Dan rooien ze nog niet volgroeide bollen die zich nog niet kunnen voortplanten en dat vindt hij zonde. Je mag sneeuwklokjes pas uit de grond halen als de zaadlijsten vol zijn. De bloemen zijn een belangrijke bron van nectar voor vliegende insecten, hongerig na de strenge winter. Makharadze weet dat goed: hij handelt ook in zelfgemaakte kastanjehoning en heeft tientallen bijenkorven in zijn tuin staan.

Medewerkers van Mamuli Surmanidze schudden gedroogde sneeuwklokjes door een zeef. Ze scheiden vuil en kleine bollen van de grotere (verkoopbare) bollen. De kistjes worden van Batumi naar Hillegom getransporteerd

‘Het probleem met wildpluk is dat de impact op het ecosysteem enorm kan zijn, zelfs al gaat het maar om kleine aantallen’, zegt Anastasiya Timoshyna van Traffic, een ngo die zich wereldwijd bezighoudt met de handel in wilde dieren en planten. Zo kan de wildpluk van sneeuwklokjes grote gevolgen hebben voor het bosecosysteem van de Kleine Kaukasus, een biodiversiteitshotspot en bedreigde ecoregio die zich uitstrekt van Turkije tot Iran. Beren en wolven leven hier nog in hun natuurlijke habitat.

Sneeuwklokjes worden in de Overeenkomst inzake de Internationale Handel in Bedreigde Soorten (cites) aangemerkt als kwetsbaar tot bedreigd. cites is opgezet om ervoor te zorgen dat internationale handel niet schadelijk is voor het voortbestaan van meer dan dertigduizend bedreigde plantensoorten en 5800 diersoorten, en werd ondertekend door 175 landen. Het is nu wereldwijd strafbaar om welke hoeveelheid dan ook van elke soort galanthus – levende bollen, dode planten, gekweekte of wild – te exporteren zonder cites-handelscertificaat.

Drie exploitanten in Georgië – naast twee Turkse handelaren ook de trotse Mamuli Surmanidze uit Batumi – verkregen vorig jaar een vergunning van het ministerie van Milieubescherming en Landbouw (mepa) om samen een quota van vijftien miljoen wilde sneeuwklokjesbollen te exporteren. Het aantal is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, mede gefinancierd door de Nederlandse overheid, dat concludeerde dat er in Georgië jaarlijks driehonderd miljoen bollen groeien.

‘De wildpopulatie in de bergen van Adjara is stabiel en daarom is de internationale handel niet schadelijk voor het voortbestaan van de soort’, zegt Teona Karachava, biodiversiteitsspecialist bij mepa en cites-vertegenwoordiger voor Georgië. Toen het land in 2009 tot cites toetrad, maakte het quotasysteem een einde aan de jarenlange plundering van de bergen. ‘Maar we hebben niet genoeg laarzen tot onze beschikking om het hele bos af te lopen’, zegt Karachava over de telefoon. Met drie miljoen hectare bosland, 43 procent van het land, is een waterdicht onderzoek financieel niet haalbaar.

Teelt van sneeuwklokjes als duurzame oplossing is aan te moedigen. Maar wildproducten worden vaak beter gevonden dan ‘neppe’ kweekproducten

‘Het aantal bollen dat jaarlijks uit de Kaukasus wordt geëxporteerd is zo enorm dat het niet oneindig vol te houden is’, zegt Tom Mitchell, een Britse bioloog en galanthofiel. Hij vraagt zich af of sneeuwklokjes wel afdoende beschermd worden en stelt dat er niet voldoende wetenschappelijk onderzoek is gedaan om met zekerheid te zeggen dat alle legale handel duurzaam is. De sneeuwklokjesactivist trekt al zes jaar de wereld rond om alle soorten galanthus in kaart te brengen, ook zeldzame soorten die nog niet officieel bekend zijn.

Volgens Carl Linnaeus’ achttiende-eeuwse plantentaxonomie wordt een gewas pas ‘erkend’ als het een Latijnse naam heeft en wetenschappelijk beschreven is. Onderzoekers uit Engeland schatten dat de wetenschap nu 390.000 planten kent, maar dat ongeveer twee miljoen soorten nog beschreven moeten worden. ‘Deze kenniskloof is een gigantisch probleem voor natuurbehoud’, schrijft Mitchell op zijn blog Revolution Snowdrops. Ook galanthus-soorten zullen in de komende decennia uitsterven, zegt hij: ‘Daarom verzamel ik het bewijs dat overheden nodig hebben om sneeuwklokjes adequaat te beschermen.’

Plantensmokkel naar Nederland

‘De illegale handel in bedreigde plant- en diersoorten behoort tot een van de meest lucratieve vormen van criminaliteit wereldwijd en vormt een bedreiging voor de biodiversiteit’, schreef minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in een brief eind vorig jaar. Een woordvoerder van de Nederlandse douane vertelt dat de overheid plantensmokkel op dezelfde manier tegengaat als andere illegale invoer: door risicoprofielen te maken op basis van handelsdata, door steekproefsgewijs pakketten en vrachtwagens te controleren en door koffers van reizigers te doorzoeken. Criminelen maken ook steeds vaker gebruik van sociale media en online platforms als Marktplaats en Amazon, waar ze een internationaal klantenbestand onderhouden, en dat is volgens de douane lastiger te controleren. Eind vorig jaar nam de douane tijdens de landelijke Operatie Cactus nog 26.000 kilo haaienvlees, een witoorpenseelaapje, een aantal opgezette zeeschildpadden en dertigduizend cactussen in beslag. Er werden geen illegale sneeuwklokjes gevonden, aldus de woordvoerder.

Twee van elke vijf plantensoorten op aarde worden met uitsterven bedreigd, schrijven Britse botanisten in State of the World’s Plants. Dit komt door de vernietiging van hun leefgebied door ontbossing en landbouw, door de klimaatverandering die tot steeds meer destructieve plantenziekten en epidemieën leidt, en ook door wildpluk. Ook de zwarte handel in sneeuwklokjes bedreigt de biodiversiteit. Die drijft vooral op de verzamelzucht van galanthofielen en bedrijven die nieuwe, zeldzame en daarom kostbare soorten sneeuwklokjes willen verkopen.

‘Niemand kan je vertellen hoe groot de illegale handel in wilde planten en bollen precies is. We weten wat er in beslag is genomen, maar dat is slechts een klein deel van wat er illegaal wordt verhandeld’, zegt Anastasiya Timoshyna van Traffic. De organisatie rapporteert dat de illegale handel in wilde planten vaker voorkomt dan de handel in bedreigde diersoorten. ‘We moeten tegen de klippen op strijden voor plantbescherming’, zegt Timoshyna. Geldschieters betalen liever om tijgers of olifanten te redden.

Met de Covid-19-pandemie zal plantensmokkel toenemen, verwacht Traffic. Dit komt doordat het gebruik van wilde planten in de traditionele Chinese geneeskunde over de hele wereld drastisch toeneemt. Ook worden ongeveer zestigduizend plantensoorten, twee derde uit het wild geplukt, gebruikt voor medicinale doeleinden of als ingrediënt in cosmetica, als voedsel, of voor aromatherapie. Ook sneeuwklokjes hebben medicinale eigenschappen; ze worden gebruikt bij de behandeling van alzheimer, dementie, poliomyelitis en hiv.

‘De oplossing voor duurzaamheid is niet altijd marktregulatie’, zegt Timoshyna over de telefoon. cites is volgens haar dan ook niet altijd het meest geschikte instrument om bedreigde planten mee te beschermen, omdat autoriteiten niet altijd de capaciteit hebben om hun populaties wilde planten te inventariseren en duurzaamheid te bewaken. Traffic werkt daarom aan het ‘Fairwild’-certificatiesysteem, naar het utz- en Fairtrade-model dat kopers van koffie, cacao en bananen de zekerheid geeft dat de producten met respect voor natuur en boeren zijn geoogst en verwerkt.

In Adjara, Georgië, groeit de grootste populatie wilde groene sneeuwklokjes, galanthus woronowii, ter wereld. Hier boven op een berg, op twee uur afstand (bergop) van Maka Dolidze’s dorp Kvasha

‘Zomaar hele bossen in Georgië leeghalen alleen omdat hier iedereen een stekkie in zijn tuin wil, dat is natuurlijk niet helemaal de bedoeling, maar ja, dat is handel’, zegt Gerard Oud. En dat zit Hollanders in het bloed, aldus de vijfde generatie bloembollenkweker. ‘Ik vind het sneeuwklokje gewoon een prachtig mooi gewas om te kweken.’ In zijn boomgaard teelt hij nieuwe soorten galanthus, die hij naar Amerikaanse pin-ups noemt, Betty Page of Dusty Anderson. Soms haalt Oud ook speciale bloemen uit het buitenland of steekt pollen uit de tuin van kennissen.

De woronowii, de sneeuwklokjessoort uit de Kaukasus, plaatst hij onder een rij bomen omdat ze mossige grond en veel schaduw nodig hebben – een nabootsing van hun natuurlijke habitat. Oud koopt geen bulkbollen uit Georgië, zegt hij. ‘Bolletjes brengen altijd een risico met zich mee, en vooral uit dat soort landen. Het is bulk, massa, die groeien hier slecht’, zegt hij. ‘Dat is jammer, ze zijn lastiger te kweken. Daarom is er ook zoveel import van dat soort bolletjes, omdat je hier iedere keer nieuwe nodig hebt.’

Het Nederlandse ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (lnv) schrijft in een e-mail dat teelt van sierplanten, en dus ook sneeuwklokjes, als duurzame oplossing is aan te moedigen. Door een deel van de wildpluk gecontroleerd te gaan ‘kweken’ of ‘verbouwen’ als een akkerbouwgewas, schrijft de lnv-medewerker, neemt de productiviteit toe ten opzichte van het gewas in het wild. Het oogsten op gecontroleerde akkers is makkelijker en minder kostbaar en daarom zal op termijn steeds minder oogst uit het wild nodig zijn.

Experts als Timoshyna van Traffic bevestigen dat teelt een rol speelt in het behoud van soorten, maar zeggen ook dat er serieuze risico’s aan kleven. Zo creëert kunstmatige teelt vaak extra en parallelle toeleveringsketens. Ook worden wildproducten vaak beter en authentieker gevonden dan ‘neppe’ kweekproducten. Voor handhavers is het bovendien lastig om het verschil te zien tussen illegaal gerooide wilde bollen en legaal gekweekte bollen. Dit kan dan weer leiden tot het ‘witwassen’ van wilde bollen, als smokkelaars het gewas illegaal invoeren als kweek.

Net als Gerard Oud en lnv zoekt Surma-nidze naar alternatieven voor de intensieve wildpluk. Hij heeft onlangs samen met zijn collega Badri Makharadze zijn familieland in Adjara leeggeruimd. Daar kweken tientallen bergbewoners nu sneeuwklokjes voor zijn bedrijf. Surmanidze telt de zeven miljoen gecultiveerde sneeuwklokjes op bij het hem toegewezen quotum van vijf miljoen geplukte wilde planten en verdient daar extra mee. Kweekbollen moeten dan bij export naar Nederland wel cites-papieren hebben, maar hij mag er zoveel van uitvoeren als hij wil. Zonder deze extra teelt zou hij zijn beginnende bedrijf nooit kunnen opschalen.

Makharadze is vooral blij dat zijn plukkers de te kleine bollen nu niet hoeven weg te gooien, maar weer op de akkers kunnen planten. ‘Mensen hier dachten eerst dat ze de bloemen dood maakten door ze te plukken.’ Hij kijkt naar een foto van de tuin van Annie Fallinger in Dordrecht en laat het beeld op de telefoon verrukt aan een dorpsgenoot zien. Hij wist niet waar zijn bloemen belandden. ‘Het is zo fijn om te zien dat ze bij jullie een nieuw leven krijgen.’


Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten