FILM Let the Right One In

Witte gothic

De vampier verdwijnt nooit. Maar zijn nieuwste incarnatie komt uit onverwachte hoek: de constant met sneeuw bedekte nieuwbouwwijken van Stockholm, waar het twaalfjarige meisje Eli in contact komt met een buurjongen, Oskar. Eli is vampier. En wat Eli zo fascinerend maakt, is dat zij een versmelting is van verschillende tijden uit de vampierhistorie. Zo vernieuwt zich niet alleen het klassieke literaire personage, maar wordt het genre als geheel herschreven in de film waarin Eli de hoofdrol vertolkt: Let the Right One In, geregisseerd door Tomas Alfredson en gebaseerd op de gelijknamige roman uit 2007 van John Ajvide Lindqvist.
Dit is een film over een vampier en de vampier gaat altijd met zijn tijd mee, bijvoorbeeld tussen 1680 en 1790, toen hij een gedaanteverwisseling onderging (beschreven door Christopher Frayling in Vampyres: Lord Byron to Count Dracula, 1978), van een analfabeet monster dat evenzeer leeft van het bloed van schapen als dat van zijn eigen familieleden, tot de aristocratische antiheld van de Romantiek, modieus wit van gelaat en gladgeschoren en met een verleidelijke stem en pruilende lippen. Dit beeld, de byroniaanse vampier gecreëerd door achtereenvolgens Lady Caroline Lamb (Glenarvon), Dr. Polidori (The Vampyre) en Bram Stoker (Dracula), vormt nog altijd de basis van een populair archetype, bijvoorbeeld Anne Rice-personages, de helden in de jeugdromans van Stephanie Meyer en de tragische tieners in de Buffy-serie op televisie en, tegenwoordig, als uitstekende graphic novels.
Let the Right One In onderscheidt zich van deze populaire werken door het intelligente gebruik van contrast en tegenstelling en omgekeerde verwachting. Dat is vanaf het eerste beeld duidelijk als de lijkbleke, hoogblonde Oskar in het raam van het appartement verschijnt waar hij met zijn moeder woont. Oskar wordt gepest op school. Hij is een buitenstaander die rijp lijkt voor een high school shooting, zeker wanneer hij met een jachtmes gaat rondlopen, allerlei bloederige verhalen uit de krant knipt en zich als enige inschrijft voor een naschoolse cursus bodybuilding. Ironisch genoeg redt Eli hem, Eli met de mooie ogen, Eli het oermonster.
Waarom voelt Oskar zich aangetrokken tot het tengere meisje? Ze is vreemd, ze voelt geen kou, ze kan zonder jas en schoenen samen met hem zitten kletsen in de sneeuw op het pleintje voor het flatgebouw. Oskar laat haar een Rubik’s kubus zien. Een spel met een code. Dat raakt de kern: wie de code kent, mag binnen. Dit is niet alleen inhoudelijk relevant. Ook op zelfreferentieel vlak treden codes in werking, die van de vampiermythologie, van Glenarvon en Lord Ruthven en Angel en Lestat. Sommige codes zijn eeuwenoud en onveranderd: geen zonlicht, bloed als stapelvoedsel en bovennatuurlijke krachten. Andere codes zijn nieuw: in plaats van volwassen, erotisch verlangen ontluikende seksualiteit als motivering en een focus op de praktische kant van het vampirisme.
Dit laatste definieert het naturalistische karakter van Let the Right One In. Met een platte visuele stijl – er is nauwelijks een zoom of een track het beeld in – accentueert regisseur Alfredson twee primaire kleuren, rood en wit, als contrast met grijze schakeringen die alledaagsheid voorstellen. Zo ziet de film eruit: vlakken sneeuw met nu een dan een schokkend stukje rood: een bes, een trui, een bloeddruppel op een mondhoek, liters bloed stromend uit een doorgesneden keel. De witte vlakken zijn zo wit dat ze net zwart zijn, het zwart van het gothic-genre. Witte gothic, gothic binnenstebuiten gekeerd, maar nog altijd gothic.

Te zien tijdens Imagine: 25th Amsterdam Fantastic Film Festival, van 16 tot 25 april, en vanaf 23 april in het hele land