Televisie - Last Men in Aleppo

Witte helmen

Nu het tv-seizoen het stadium van zomerzotheid is ingegaan hier met nadruk aandacht voor de loden zwaarte van een indrukwekkende Syrië-documentaire: Last Men in Aleppo. Deens-Syrische productie waaraan ook de vpro meebetaalde.

December vorig jaar zijn de laatste verzetswijken van Aleppo ingenomen door het regeringsleger. Dat gebeurde na maandenlange bombardementen door Syrische en Russische vliegtuigen en helikopters. De documentaire volgt de ‘Witte Helmen’, mannen, voorheen bouwvakker of student, die reddingsbrigades vormden. Na elk bombardement gingen ze als eersten getroffen huizen binnen om te blussen, te redden wie te redden viel en om overlevenden hun doden, heel of in stukken, te kunnen geven.

Gevaarlijk werk door onstabiele ruïnes, maar vooral doordat getroffen plekken, waar veel mensen op af kwamen, bijna steevast opnieuw doelwit werden; ’s nachts ook omdat de redders licht moesten maken. Aanvallen op ambulancepersoneel die wij hier incidenteel kennen van losgeslagen idioten, maar die in Syrië onderdeel van de misdadige strategie en vernietigingspolitiek van Assad en zijn Russische en Iraanse bondgenoten uitmaakten (en uitmaken). Het percentage doden en gewonden onder de Witte Helmen zou wel eens nog hoger kunnen zijn dan dat onder de overige burgerbevolking, wat doet beseffen dat het een mirakel is dat de film is afgerond door een crew die met de camera boven op hun werk en daarmee in het schootsveld zat.

Medium last men in aleppo main still c vpro
De Witte Helmen aan het werk in Aleppo, Syrië © VPRO

We volgen een groepje Helmen en zijn getuige van talloze reddingsacties, van blijdschap over overlevenden, treurnis om doden, en de eb- en vloedlijn van adrenaline en energie naar vermoeidheid en moraalverlies. Alleen ligt die lijn niet horizontaal maar is hij, met de maanden, de acties, de verliezen, dalend. Van moe naar uitgeput; van enthousiast naar twijfelend naar wanhopig. Een van de lijnen door de film is het denken over ‘weggaan’, zoals anderen die vluchten. Zelf willen de mannen niet: ze houden van hun stad, blijven eerst overeind door de hoop op een ‘vrij Syrië’ en willen uiteindelijk samen sterven. Hun dilemma wordt gevormd door de kinderen: moeten die niet eigenlijk weg? Ze zijn ondervoed, medicijnen ontbreken, het kinderziekenhuis wordt zelfs twee keer gebombardeerd. Maar vooral: ze leven in een hel met pauzes (een uitstapje naar de speeltuin tijdens een bestand eindigt toch weer in beschieting).

Hun moeders krijgen we niet te zien (!), de kleintjes wel en die scènes zijn ontroerend en/of hartverscheurend. De Helmen redden een moeder en twee zoontjes. De andere kinderen zijn dood. Redder Mahmoud gaat langs voor wat hij vooral als condoleancebezoek ziet. Een joch vlijt zich tegen hem aan en wil alles weten over zijn redding. Mahmoud reageert liefdevol maar heeft het zwaar. Bovendien moeten ze weg: nieuwe klus. Het joch schreeuwt dat de beloofde koffie moet komen: dan blijft Mahmoud nog even. Te laat. In de ambulance stort Mahmoud in: ‘Het leek of we kwamen om op te scheppen, terwijl het om meeleven ging.’

Hoogste niveau van beschaving. Khaled ontwikkelt zich tot hoofdpersoon. De mannen zijn dol op hem. En op elkaar want kameraadschap is nergens sterker dan in oorlog. Soms is die dubieus, hier indrukwekkend. Zet u schrap voor het kijken. Ook humanitaire helden sterven. En waar zijn de overlevers nu?


Feras Fayyad, Last Men in Aleppo, VPRO 2Doc, woensdag 14 juni, NPO 2, 22.55 uur