Idfa: ‘White Cube’

Witte wereldverbeteraar

White Cube, regie Renzo Martens © IDFA

In zijn eerste lange documentaire, Episode 3: Enjoy Poverty (2008), trekt kunstenaar Renzo Martens met een camera door de Democratische Republiek Congo. Aan de hand van onorthodoxe oplossingen voor het vraagstuk armoede stelt hij de systemen aan de kaak die het ene deel van de wereld rijk houden en het andere deel arm. Dat klinkt geëngageerd, en dat is het ook, maar tegelijkertijd wringt er iets. De scène waarin dat het best tot uiting komt, is die waarin Martens de jungle doorkruist met twee Congolese mannen die kisten voor hem vervoeren. Al lopende begint de maker, die zichzelf filmt, een liedje van Neil Young te zingen. Zijn gezicht krijgt iets van dat van een heilige als hij dramatisch omhoogkijkt en de strijkers van Youngs liedje aanzwellen op de soundtrack.

Is het ironie? Pure ernst? Aanstellerij? Het is het allemaal tegelijk, zoals heel Enjoy Poverty balanceert op het randje van aanklacht een ijdeltuiterij. Ook in Martens’ tweede documentaire, White Cube, zit een scène die moreel ambigu voelt: Martens barst uit pure empathie in huilen uit. Het moment is zowel pijnlijk als opwindend, lachwekkend en ontroerend. Dat je niet weet hoe Martens de scène precies bedoelt, maakt hem juist zo interessant.

Niet alleen qua toon maar ook qua onderwerp zit White Cube dicht tegen Enjoy Poverty aan. Deze keer gaat Martens naar Congo om een concreter onrecht te hekelen: terwijl Congolese plantagewerkers worden onderbetaald door multinational Unilever, pompt datzelfde bedrijf enorme bedragen in de westerse kunstwereld. Martens ziet een shortcut: als de plantagewerkers kunstenaars worden, zouden ze meer verdienen.

Opnieuw is het het precaire evenwicht tussen ironie en ernst dat White Cube interessant maakt. Wil Martens de plantagewerkers helpen of wil hij de kunstwereld aanklagen? Maakt hij zijn punt over de rug van de Congolezen? En zo ja, is dat erg? Is zijn punt dat niet waard? White Cube is een conceptueel kunstwerk, maar de kunst die erin wordt opgevoerd, namelijk die van de Congolese plantagewerkers, is allerminst conceptueel – en dat maakt ongemakkelijk. Want hoe moet je de kunst van de Congolezen dan noemen? Vrij? Naïef? Het is een ongemak dat geraffineerd wordt geënsceneerd door Martens, die de kunst van de plantagewerkers in de context van de westerse kunstwereld plaatst. Op die manier krijgen de werken een andere, ironische lading, terwijl het de Congolese makers ernst is.

Maar Martens’ spel met ernst en ironie komt nog het best tot zijn recht in zijn eigen persona van de witte wereldverbeteraar. De white savior. Hij ís het en hij spéélt het, zoals iedereen in White Cube een rol speelt: de sympathieke plantagewerkers, de gretige westerse kunstverzamelaars, de overenthousiaste Congolese kunstenaar die in New York zijn werk mag laten zien. Je kunt de plantage dan wel verruilen voor de white cube, maar uiteindelijk speel je toch weer een rol. Je ruilt het ene stereotype in voor het andere. Het maakt White Cube niet alleen een film over het kapitalisme en de hypocrisie van de kunstwereld, maar ook over een groter systeem, waarin we allemaal vastzitten.

Idfa-favorieten van De Groene

De Groene/IDFA-dag gaat helaas vanwege de coronamaatregelen niet door. Wel heeft de redactie favoriete documentaires geselecteerd die gedurende het festival, van 18 november tot 6 december, te zien zijn. Bekijk het volledige programma van deze Groene-favorieten hier. Kaarten voor zowel het reguliere IDFA-programma als de Groene- favorieten kunnen vanaf donderdag 12 november via een MyIDFA-account besteld worden. Het is wel zaak om daar snel bij te zijn, want de online vertoningen hebben vaak een limiet van duizend kijkers.