Buitenland

Wittebroodsweken

Een van de opmerkelijkste liefdesaffaires op wereldschaal is de romance tussen Afrika en China. Bij aanvang van het nieuwe millennium vielen de twee elkaar in de armen, om samen een prachtige toekomst tegemoet te gaan. Terwijl de twee bulkten van economische groei en wederzijds respect konden de belerende westerse landen en ngo’s alleen maar beteuterd toekijken, wapperend met hun ouderwetse en betuttelende recepten voor Afrika. Het was een idylle die te mooi klonk om waar te zijn. En dat was dan ook zo.

Een greep uit de berg incidenten die zich dit jaar plotseling opstapelden, over het hele continent. Niger beschuldigde China van afzetterij en eiste met succes tientallen miljoenen euro’s terug van een Chinees staatsbedrijf. Zambia legde beslag op een Chinese kolenmijn vanwege gevaarlijke praktijken. Tsjaad sloot een Chinese olie-installatie toen bleek dat de Chinezen olie dumpten in sloten en het door onbeschermde Tsjadiërs lieten opruimen als het te veel in het oog liep. Gabon trok de Chinese licentie op een groot olieveld in, en kondigde een nationalisatie van de Chinese installaties aan. Ghana arresteerde ruim honderd Chinezen, en beschuldigde ze van illegaal goud delven. En de directeur van de nationale bank van Nigeria schreef in The Financial Times dat de Chinees-Afrikaanse betrekkingen ‘riekten naar kolonialisme’ en dat het ‘tijd werd dat Afrikanen wakker worden en de werkelijkheid zien van hun romance met China’.

Dat ontwaken is in volle gang. In Nederlandse media is het nog niet echt doorgedrongen, maar op websites die Afrikaans nieuws volgen, is een levendig debat gaande over de vraag hoe het jonge huwelijk tussen China en Afrika ervoor staat. De consensus lijkt te zijn: het is nog te voorbarig om te spreken over een scheiding, maar de wittebroodsweken zijn voorbij.

Het is tamelijk pijnlijk. Nog maar heel kort geleden leken in Afrika de bomen tot in de hemel te groeien doordat China het continent in was getrokken. Dambisa Moyo, de strijdbare Zambiaanse econome, publiceerde vorig jaar nog Winner Take All. De lijn van haar betoog: China’s opkomst creëert de grootste vraag naar grondstoffen in de wereldgeschiedenis, en dat is fantastisch voor Afrika en rampzalig voor het ten dode opgeschreven Westen – zaken die ze eerder beschreef in Dead Aid en De ondergang van het Westen. Maar ook andere regeringsleiders en economen vonden het fantastisch dat China simpelweg zaken kwam doen in Afrika, zonder poespas en inmenging in binnenlandse zaken. Meer dan een eerlijke handelspartner had Afrika niet nodig, riepen zij in koor. En de Chinezen waren zo eerlijk omdat zij net als de Afrikanen recent het westerse koloniale juk hadden afgeworpen.

Afrika is, met het demasqué van China, niet terug bij af

Dat was natuurlijk een verkoopsmoes van jewelste. China koloniseert al zijn hele geschiedenis lang, maar belangrijker is de simpele economische wet dat je de meeste winst maakt als je vals speelt. En in het geval van grote landen die in Afrika komen graven, betekent dat: te weinig geld betalen, beloften niet nakomen, slordig met het land en de mensen omspringen als dat goedkoper is. Dat hadden westerse analisten natuurlijk voorspeld, maar een ‘we zeiden het toch’ kunnen we beter voor ons houden: eerder leerde Afrika die economische lessen van ons.

En het is ook niet waar dat Afrika, met het demasqué van China, nu terug is bij af. Neem het geval van Niger, een van de armste landen ter wereld, met een van de zwakste staten om het te besturen. Ideaal om een stukje eerlijke handel mee te drijven. Dat deed China ook. Vijf jaar geleden tekende het een geheim contract met de toenmalige president van Niger, Tandja, voor het oppompen van olie in een onrustig gebied. Tandja’s regering kreeg driehonderd miljoen ‘afsluitbonus’ – geld dat uiteraard met onbekende bestemming verdween. De deal gaf Niger bar weinig geld in ruil voor de olie, er kwamen nauwelijks lokale banen en Niger moest bijna de helft betalen van de veel te duur begrote olie-installatie – geld dat Tandja’s regering leende van China. Een erger wurgcontract kun je niet opstellen.

Dat vond de nieuwe regering ook die Tandja eruit had gejaagd, en die zette vervolgens China met succes onder druk: China moet steeds nieuwe concessies doen om te kunnen blijven boren. ‘Dit is alles wat we hebben’, zei Nigers olieminister in The New York Times. ‘Als we onze grondstoffen weggeven, komen we nooit weg van waar we zijn.’ Het feit dat Niger dit al kan, met zijn zeer zwakke staat, illustreert dat op het hoogste niveau van Afrikaanse regeringen in de afgelopen tien, twintig jaar wel degelijk het vermogen is opgebouwd om terug te duwen tegen buitenlandse bedrijven, en dat daar de wil is gegroeid om grondstoffen in te zetten in een langetermijnvisie voor de toekomst. Geen zin meer in verblinding; wel in een verstandshuwelijk – als de voorwaarden goed zijn.