Wizzkids

Twee dagen lang had Paradiso de gedaante van een elektronische speeltuin aangenomen. In het festival Sonikc Acts presenteerden studenten van het Haags conservatorium installaties, filmpjes en twee lijvige concerten met de meest uiteenlopende soloperformances: muziektheatrale acts, met elektronica in een hoofd- of bijrol. Opvallend was de vaak sterk persoonlijke inslag.

Zo ging accordeoniste Marion de Laat in Tweeling een dialoog aan met haar spiegelbeeld op een in drieen geknipt videoscherm, wat resulteerde in een introvert, haast narcistisch schouwspel. Sanne van Rijn speelde met haar van achter een tafel gezongen smartlap ‘Ik zal eeuwig aan je denken’ een geraffineerd spel met het verwachtingspatroon van het publiek. Je zit te wachten tot dit van sentiment overstromende liedje zal ontsporen of desintegreren, maar niets van dat al. Zonder een greintje ironie legt Van Rijn haar liefdesleed op tafel - naast een al even prozaische komkommer - en zingt haar liedje volkomen cool uit.
Precies het tegenovergestelde vertegenwoordigde Frau Immobile Van Anne Wellmer, Stephie Buttrich en Ana Hav, dat bol staat van een haast wagneriaanse symboliek. Deze bizarrre eenakter toont een naakte super-Eva met een gigantische berg appels voor zich tegenover een femme fatale die vervaarlijk met een mes staat te zwaaien. De zang van de laatste vermengt zich met het door contactmicrofoons versterkte geluid van de verorberde appels, terwijl op tape tientallen spiegels in scherven vallen.
Daarnaast speelde een reeks interactieve instrumenten, die in de afgelopen jaren op Steim ontwikkeld zijn, een prominente rol. In navolging van de Slungels, de Kraakdozen en de Handen van Michel Waisvisz, betekent dit een speelsere en meer theatrale benadering van computermuziek. En het is een verademing om te zien dat de jongste generatie computerfreaks nu definitief achter de mengtafels vandaan komt. Bij instrumenten als Het Web, Het Beest en De Bal is er tenminste iets te zien en zijn de uitvoerders ook gedwongen over hun eigen podium- presence na te denken. Sommigen slaagden hier goed in. Atau Tanaka trad op met een instrument dat er uitziet als rouwbanden die om de arm bevestigd zijn; het meet de spierspanning en beinvloedt zo het in de computer opgeslagen muzikale materiaal. Met sierlijke en precieze handbewegingen voerde Tanaka een heuse choreografie uit.
Eenzelfde theatrale uitstraling had de Poolse componist Zbigniew Karkowski. Staande in een driehoekig frame tastte hij een denkbeeldige muur af die in werkelijkheid een infrarood veld is. Muzikaal mondde dit uit in een oorverdovend en alle ingewanden door elkaar schuddend crescendo, ondersteund door een nerveuze stroboscopische spot, dat culmineerde in een akoestisch-visuele elektrocutie.
Karkowski was bepaald niet de enige die met grunge-geluiden, een felle lichtshow en een overmatig volume sterk naar de popmuziek neigt. Vaak leidt dat tot nogal romantisch ogende taferelen: Thiemo van Assendelft ontpopte zich met Joy of Repetition tot een soort magier, gehuld in rookwolken en wederom in vele kleuren belicht; Wart Wamsteker, die optrad met Het Beest (een handschoen met sensoren) leek een gevecht met de oerkrachten aan te gaan.
Uitgesproken high-tech van karakter was daarentegen de act P.I.A.. Alle bezoekers kregen een pinpasje om door een apparaat te halen (de ware freaks haalden uiteraard onmiddellijk hun bankpasje te voorschijn). Alle zo gegenereerde klanken kwamen in een collectieve compositie terecht die onmiddellijk werd afgespeeld.
Keek je twee avonden lang je ogen uit, muzikaal viel er op de meeste optredens wel wat af te dingen: de preoccupatie met klank en de keuze voor heel globale geluidsgolven in plaats van precieze toonhoogten drukken aspecten als vorm en structuur naar de achtergrond. Ook aan de instrumenten hapert nog wel het een en ander: met een Bal moet je toch op z'n minst kunnen gooien en stuiteren. Daarnaast is de relatie tussen de aanraking van het instrument en het gegenereerde geluid vaak onduidelijk. Maar het gemak en de fantasie waarmee deze wizzkids de instrumenten hanteren, is zonder meer aanstekelijk en houdt beloften voor de toekomst in.