Economie

Wodka

Twintig jaar na de val van de Muur staat Rusland aan de vooravond van een demografische tijdbom. Volgens een recent rapport van de Verenigde Naties is de populatie van Rusland sinds 1992 met ruim twaalf miljoen gekrompen tot 142 miljoen inwoners. Zoals het rapport fijntjes meldt is dit de vierde episode van bevolkingskrimp. Tijdens en na de Eerste Wereldoorlog, in de jaren dertig en in de ‘Grote Patriottische Oorlog’ slonk de bevolking van Rusland eveneens. Ditmaal is de krimp echter niet het gevolg van oorlog of totalitaire zuiveringen, maar van een autonome val in vruchtbaarheid en een gestegen mortaliteit. 1992 is het eerste jaar sinds 1945 dat er in Rusland meer mensen stierven dan er geboren werden. Tegenover jaarlijks rond de 1,5 miljoen geboorten staan sindsdien rond de 2,2 miljoen sterfgevallen.
Dalende vruchtbaarheid is niets bijzonders. Door de groeiende arbeidsparticipatie van vrouwen en armzalige opvang van kinderen daalt het geboortecijfer bijvoorbeeld ook in Nederland. Uniek aan Rusland is de hoge mortaliteit. Anders dan in de rest van de wereld gaat democratisering in Rusland niet gepaard met hogere levensverwachtingen. Integendeel: de Rus gaat steeds eerder dood. Dit wordt deels veroorzaakt door hogere kindersterfte als gevolg van verslechterde toegang tot gezondheidszorg. Ook de gelijkblijvende levensverwachting van vrouwen en kinderen draagt haar steentje bij. Maar het grootste aandeel komt van de sterk verslechterde levensverwachting van mannen tussen 15 en 60. In 1964 overschreed deze voor het eerst de 65 jaar. In 2006 was zij met 4,75 jaar gedaald tot 60 jaar en een beetje, tegen 76 jaar in westerse landen. Russische mannen hebben een veel grotere kans dan Nederlandse mannen om vroeg te sterven aan longkanker, infecties, leveraandoeningen en virussen. Vooral ‘externe oorzaken’ zijn een belangrijke overlijdenscategorie. Dat zijn verkeersongevallen, geweld en zelfmoorden, veelal onder invloed van wodka. Het rapport noemt ‘hazardous drinking’ expliciet als hoofdoorzaak voor de duistere demografische toekomst en beveelt drooglegging à la Gorbatsjov als oplossing aan.
Het beeld van de Russische samenleving dat uit het rapport opdoemt is er een van fatalisme, uitzichtloosheid en de pathologieën die daarbij horen: alcoholisme, geweld, zelfmoord, kinderloosheid, excessief consumentisme en seksueel escapisme. Het gemoed verschiet bij het lezen van zoveel misère. 47 jaar na het einde van die gruwelijke patriottische oorlog die de ruggengraat van het Duitse leger brak (de bevrijding van West-Europa was een picknick vergeleken met de slachting aan het Oostfront) leek in 1992 eindelijk de grauwsluier van het vreugdeloze staatssocialisme van Rusland te worden weggerukt. Vrijheid, emancipatie, burgerrechten en welvaart zouden haar deel zijn. In plaats daarvan kreeg de Rus de gift van de ‘shocktherapie’ van Jeffrey Sachs en andere Harvard-boys. Rusland moest volgens Amerikaanse economen in een klap worden geliberaliseerd. Bedrijven werden verkocht, burgers werden aandeelhouders, de staat werd gereduceerd tot de nachtwakersstaat uit de zelfbevlekkingsboekjes van de marktfundamentalisten, en voilà: markten zouden als vanzelf ontstaan. Ondertussen konden Sachs en de zijnen met advies en aandelenspeculatie een aardig zakcentje bijverdienen. We weten wat het heeft gebracht: twee decennia van economische achteruitgang, de morele ontworteling van een van de grootste landen ter wereld, de opkomst van een boefjeskapitalisme zonder weerga en een supersterstatus voor Sachs.
De moderne Russische geschiedenis is geen gelukkige. Het land is slachtoffer geweest van maar liefst drie utopische ideologieën: het communisme van Stalin, het fascisme van Hitler en na 1992 het marktfundamentalisme van economen als Sachs. Hoewel zij veel van elkaar verschillen, zijn er ook opmerkelijke overeenkomsten. Zowel Stalin en Hitler als Sachs delen een rücksichtslose moraal die het breken van eieren legitimeert; het markt ‘über alles’ van Sachs en de zijnen steekt schril af tegen het humanisme van Keynes’ ‘in the long run we’re all dead’. Zowel Sachs als Stalin en Hitler zijn priesters van ideologische zuiverheid; water in de wijn is in alle drie gevallen onbespreekbaar. En zowel Hitler als Stalin en Sachs zien de werkelijkheid door de ogen van de staat. Je ziet de drie heren zo gebogen staan over een maquette, poppetjes en bedrijven heen en weer schuivend als waren het legers, beslissend over leven en dood.
De Russen hebben zich inmiddels aan de voeten geworpen van voormalige KGB-agenten die zich tooien met de parafernalia van de democratie maar in feite roofkapitalisten zijn. Hitler en Stalin zijn de boeken in gegaan als de grootste monsters van de geschiedenis. En Jeffrey Sachs? Sachs heeft zich sinds kort ontfermd over de zwartjes in Afrika om daar zijn haarlemmerolie van economisch simplisme te slijten. God behoede de Afrikaan voor de goede bedoelingen van Sachs en de zijnen. Dan nog liever zaken doen met de pragmatische Chinees.