Woedend lawaai

Met punkmuziek keerden krakers zich in de jaren zeventig af van de spektakelmaatschappij. Steeds harder en sneller moest het, totdat het niets heroïsch meer had.

De ultieme Nederlandse kraakpunkplaat is zonder twijfel Disturbing Domestic Peace van de Zaanse band The Ex. De voorkant van de hoes van deze 45-toeren lp uit 1980 (‘Betaal niet meer dan fl 10,-’) toont in zwart-wit hoe gehelmde ME'ers toekijken als een collega met een bijl de voordeur van een pand verbrijzelt. De tien nummers variëren in speeltijd van 39 seconden tot vier minuten. Het geluid wordt gedomineerd door een tegenritmisch hakkende gitaar en een zanger die de woorden met een onverschillige woede uitspuwt. Muzikaal hoogtepunt is het cynische The Sky is Blue Again. Maar het mission statement is het nummer Squatsong, dat gaat over, jawel, kraken. Het duurt 1,51 minuten en is opgebouwd rond een Captain Beefheart-achtig atonaal rifje, opgefleurd met wat getoeter. Het refrein, voorzover je daarvan kunt spreken, is bondig en wordt tegen het einde vier keer herhaald: Right to live means squat a home.

Daarmee leverde The Ex de eerste Nederlandse bijdrage aan de zich over verscheidene decennia uitstrekkende internationale canon van kraakkrakers, waartoe bijvoorbeeld ook Dirty Squatters (Oh my God they’re moving in next door) van de Britse anarchoband Zounds en Rauch-Haus-Song (Und wir schreien’s laut: Ihr kriegt uns hier nicht raus!) van de Duitse pre-punks Ton Steine Scherben behoren.

The Ex had de vinger goed aan de pols; van Disturbing Domestic Peace, dat vergezeld ging van een gratis live-ep, werden er vijfduizend verkocht. En 32 jaar na dato maakt The Ex nog altijd muziek die zijn wortels heeft in de oorspronkelijke kraakgedachte die draaide rond zelfwerkzaamheid en autonomie op sociaal, economisch en cultureel vlak. De bandleden woonden door de jaren heen in een flink aantal verschillende kraakpanden, beginnend met de Van Gelder-papierfabriek in Wormer die gitarist Terrie met een aantal kameraden, 'Wormerpunks’, in 1981 kraakte. Zijn favoriete panden waren 'degene die we zelf deden: de Emma, de Van Hall-hal, de adm later. Dat was begonnen in een pakhuis dat we hadden gekraakt in de Van Diemenstraat, halverwege jaren tachtig. Sonic Youth heeft daar nog gespeeld. Er zat een heel goed restaurant bij, er was een goede PA. Allemaal zelf gedaan.’

Het had iets heroïsch.

Punk was als muziekstroming in 1977 uit Engeland naar Nederland overgewaaid. Punk en kraken bleken aardig in elkaars verlengde te liggen: anti-autoritair en non-conformistisch, een hoog _do it yourself-_gehalte, deel uitmakend van een internationale tegencultuur die zich afkeerde van de spektakelmaatschappij. 'Je ontwikkelt een idee over hoe je wilt wonen met andere mensen. Hoe je je organiseert. Dat je het zelf kunt opbouwen’, zei Jos, ex-zanger van The Ex.

Van een politieke of muzikale cesuur, zoals wel eens wordt betoogd, was evenwel geen sprake. Kraken bestond in Nederland al sinds de jaren zestig, toen de woningnood zich aandiende. De punks behoorden tot de nieuwe generatie krakers, die weinig voeling had met de muffe sloomheid die resteerde van de jaren zestig. 'We hadden gewoon genoeg van dat namaakgedoe’, vertelde Johannes van de Weert over zijn tijd aan de Rotterdamse kunstacademie, voordat hij in 1978 met wat kameraden de roemruchte politieke punkband de Rondos oprichtte. 'Docenten die er al dertig jaar zaten en modeltekenles gaven. Allemaal lief en aardig bedoeld, maar wij hadden een soort drang. Veel studenten namen genoegen met de status van student van de kunstacademie. Wij niet zo, wij wilden rare dingen maken.’

Op straat namen de punks de bakstenen over van de oude krakers die na de Nieuwmarkt-rellen van 1975 hun wonden likten. Vanaf eind jaren zeventig waren het vooral de punks die de ME met projectielen bestookten en ruiten van banken en seksshops ingooiden. Zowel bij punk als bij kraken ging het om ruimte en netwerken. Een eigen pand was ideaal: dit was jouw autonome zone, waar je niet alleen woonde maar ook kon oefenen, optreden en feesten. Je kon er tentoonstellingen organiseren, bezoekende bands onderdak verlenen, galeries en radiozenders beginnen. Ze schoten uit de grond. Amsterdam kreeg iconische panden als Wijers, nrc, Emma, Huize Chaos en de Van Hall. De lokale bands die daar speelden heetten Infexion, Workmates, Bugs, Jesus and the Gospelfuckers en Nitwitz. De radiozenders, die muziek draaiden die je nooit op Hilversum 3 hoorde, hadden namen als Radio de Vrije Keyser, got, Radio 100, de Staatsradio, Radio Vrij Zilverberg. Er kwam zelfs piratentelevisie toen de kunstenaars/muzikanten Maarten en Rogier van der Ploeg en Peter Klashorst pkp tv oprichtten. 'In Wijers (Nieuwezijds Voorburgwal, nu Holiday Inn) heb ik geweldige dingen meegemaakt’, vertelde Terrie van The Ex. 'Dat waren van die vrijplaatsen. Daar ging het met duizenden mensen tegelijk. Een enorm effect had dat. Midden in de stad, meesterlijk. Chaoten en kunstenaars en van alles door elkaar. Grote concerten. Dat had enorme invloed op de stad. Die sfeer vind ik nog steeds geweldig, zo'n eigenwijze harkerige sfeer. Plots heeft het helemaal niks meer te maken met waar je vandaan komt of dat je gestudeerd hebt of niet. Alles loopt door elkaar. Mooi. Dan herken je die rebelse power.’

Kraakpunk was overigens absoluut geen Nederlands fenomeen. Duitsland en Engeland hadden een veel rijker verleden als het om de combinatie van undergroundmuziek en bezettingen ging. Radicaler dan de in 1970 opgerichte Duitse band Ton Steine Scherben kom je niet vaak tegen. Alleen de naam al: herrie, stenen, scherven - een perfecte samenvatting van een rel. Ton Steine Scherben was een groep langharige Berlijnse outcasts die ook nog eens in de eigen taal zongen. Ze waren betrokken bij de bezetting van een oude fabriek in de Mariannestrasse 13 in 1971, het eerste politieke kraakpand van Berlijn. Ze speelden songs als Der Kampf geht weiter, Keine Macht für Niemand, Die letzte Schlacht gewinnen, Solodarität en het krakersstrijdlied Rauch-Haus-Song, opgedragen aan het pand dat was vernoemd naar de 'terrorist’ Georg von Rauch die in 1971 door de Duitse politie dood was geschoten. Ton Steine Scherben was van grote invloed op de avant-gardistische jaren-tachtigkrakersband Einstürzende Neubauten, die de lijn van relmuziek doortrok door op zijn Fiat Lux geluidsopnamen te verwerken van Berlijnse 1-meirellen.

Ook Engeland had in de vroege jaren zeventig al een hardcore kraakmuziekscene. In het multiraciale Notting Hill in Londen waren hele straten bezet. Bands als überhippies Here and Now, de duistere spacerockers Hawkwind en de pre-punks The Deviants gaven er gratis concerten, die extra cachet kregen door de inname van een keur aan geestverruimende middelen. Midden jaren zeventig telde Engeland vijftigduizend krakers, van wie een geschatte zestig procent in Londen bivakkeerde. In 1977 besloot een aantal kraakpunks en -hippies in Notting Hill zelfs om zich af te scheiden van Groot-Brittannië. Ze riepen de Free and Independent Republic of Frestonia uit, compleet met 'grenscontroles’ en 'ambassades’. Met het nodige gevoel voor drama verzocht Frestonia de Verenigde Naties om een vredesmacht die hen tegen de Britse regering moest beschermen. Punkbands als The Clash en Crass zouden niet bestaan hebben zonder de kraakwereld. Sid Vicious, Johnny Rotten, Joe Strummer en zelfs Sade: allemaal kraakpandklanten.

In Nederland breidde de kraakpunk zich gestaag uit. Amsterdam zette de toon met clubs als No Name en ddt666. Groningen kreeg zijn wnf-complex, Den Haag De Blauwe Aanslag en Rotterdam het Poortgebouw. Ook Utrecht kraakte zijn eigen bolwerk. Ik kan me nog goed een kille oktoberavond in 1979 voor de geest halen, toen we in onze leren jackies naar een historisch gebouw op de Oudegracht trokken, dat bekendstond als N.V.-huis, gereed voor de kraak. Niet als woonplek maar als ruimte voor bandjes. Wat me is bijgebleven is dat we naar de deur drongen, waarna de ME een charge uitvoerde. We stoven uiteen. Maar na verloop van tijd verdween de ME zonder dat er echt strijd was geleverd en konden we het pand betreden. Er werd een muziekinstallatie aangesleept. Utrechtse gastjes kwamen binnen met hun gitaren en drums. Zo simpel was het, even.

Kraakpunk werd een begrip: hard, snel, vervormd, en met onverstaanbare boze zang. Luister maar eens naar die andere kraakkraker Wielingen Walgt uit 1981 ('Max. Prijs f 8,50’) waarop de slepende Götterflies een plaatkant vullen en de razendsnelle Nitwitz de andere. De plaat was opgenomen uit solidariteit met het kraakpand Wielingen dat in 1978 in Amsterdam-Zuid was bezet en met ontruiming werd bedreigd. Dit was het voormalige Diaconieweeshuis der Hervormde Gemeente, een reusachtig en chaotisch pand, waarover Eric Duivenvoorden in Een voet tussen de deur schrijft: 'Het pand is zo groot dat er zich verschillende groepen gevestigd hebben, die onderling niets met elkaar te maken hebben. Zo zit er naast de doorsneekrakers een motorclub in het pand. Wanneer de motorclub een vrijgekomen kamer aan een van haar leden toewijst, blijkt een ander deel van de bewoners deze al vergeven te hebben. Het conflict dat ontstaat leidt uiteindelijk tot een massale vechtpartij waarbij de motorclub de ruiten van het pand ingooit, de andere bewoners met dakpannen bekogelt en ten slotte de desbetreffende kamer in brand steekt.’ De cover van Wielingen Walgt werd ontworpen door striptekenaar Peter Pontiac, die een grote verwantschap met de krakers en punks voelde: een tekening van erop los hakkende ME'ers, terugvechtende punks en een huis met de kreet 'Voor wonen geen geld, maar wel voor geweld!’ De plaat werd, net als Disturbing Domestic Peace, opgenomen door de legendarische Dolf Planteijdt van Joke’s Koeienverhuurbedrijf tijdens een benefietavond, waarop ook The Ex en de Tröckener Kecks optraden. Van Wielingen Walgt werden 1250 exemplaren geperst. Op eBay brengt hij inmiddels gemiddeld 42 dollar op.

Het moeten punkverzamelaars en nostalgici zijn die een dergelijk bedrag voor die plaat willen neertellen. Want nu, ruim dertig jaar na dato, voelt het hopeloos verouderd en clichématig. De Nitwitz klinken als een dertien-in-een-dozijn punkbandje, terwijl de Götterflies vooral aandoenlijk rammelen. Maar destijds sloot het geluid perfect aan bij het gevoel en de omgeving. Want die iconische panden zagen er natuurlijk heftig uit, opgetooid met graffiti, piratenvlaggen, vaak gebarricadeerd tegen politie of knokploegen van speculanten. Bands repeteerden in de kelder, in het geval van Wielingen in het voormalige mortuarium. Binnen was het een komen en gaan van bewoners en activisten, maar ook van junks, weglopers en geestelijk verwarden. Stencilmachines draaiden onophoudelijk, goedkoop bier werd met kratten tegelijk aangesleept en drugs deden snel hun intree. De dagen van linzen en free jazz waren voorbij. Er sprak een urgentie en vastberadenheid uit die je terughoort in de muziek en terugziet op de hoezen. De plaat als vlugschrift, het optreden als therapie.

Maar vanaf 1982 begon punk zijn inspiratie vooral te zoeken bij Amerikaanse hardcorebands als Black Flag, Bad Brains en mdc (Millions of Dead Cops), groepen die geen boodschap hadden aan speelsheid, luchtigheid of iets ludieks. Kraakpunk werd een cliché, eenvormig hermetisch woedend lawaai, harder, harder, harder, sneller, sneller, sneller, buitensluitend in plaats van insluitend. Punkconcerten werden een puur jongensgebeuren vol testosteron, een soort strijdperk voor allerhande hooligans: punks, skinheads, rockabilly’s. Harddrugs en drank kregen de overhand. Dr. Rat, een van de oorspronkelijke kraakpunks, overleed al in 1981 aan een overdosis en kraakpunk Hans Kok, tevens bassist van Lol en de Ellendelingen, stierf na rellen in de Staatsliedenbuurt in 1985 in een politiecel.

De Amsterdamse punkkraakclub No Name werd door de punks zelf afgebroken, uit woede over het feit dat de uitbaters het bier duurder wilden maken. 'Toen ze weer een bandavond wilden doen hebben we ingegrepen’, vertelt een van de betrokkenen in Martijn Haas’ Dr. Rat. 'Bij die gelegenheid hebben we No Name totaal aan gort getrapt. De vernielingen die we aanrichtten waren zo ernstig dat No Name er nooit meer bovenop is gekomen.’ Het Rotterdamse punkhol Kaasee, een van de weinige plekken waar punkbands in de havenstad nog terecht konden, brandde af.

Het had niets heroïsch meer.

Ook de kraakscene zelf werd steeds gewelddadiger. Dat begon met de ontruiming van de Lucky Luijk in 1982 (gesierd/ontsierd door een brandende tram) en resulteerde uiteindelijk in de vorming van de Politieke Vleugel van de Kraakbeweging, pvk. 'Toen kwam een grote splitsing: zij die geen geweld wilden en zij die uit waren op gewelddadige confrontaties. Dat heeft een hoop kapotgemaakt en verkloot, want het schrikt veel mensen af’, herinnerde Jos van The Ex zich. 'De ME is natuurlijk je vijand. Maar er was wel een grens. Je mocht gooien wat je wilde, maar als-ie opeens een meter voor je staat sla je hem echt niet met een baksteen in zijn gezicht. De pvk was wél voor die lijn. Dat gaf enorm schisma.’

De oude garde kraakpunks had het wel gehad. Het Rotterdamse Huize Schoonderloo - op de keper beschouwd geen kraakpand, maar wel als zodanig functionerend: activistisch, met een oefenruimte, ateliers, eigen tijdschrift en platenlabel, bevriende bands - was een fraai voorbeeld. 'In het begin waren we van goeie wil’, vertelde ex-bewoner en Rondos-zanger Johannes van de Weert, nu beeldend kunstenaar. 'We hielpen iedereen. Iedereen kon binnenkomen. Er sliepen mensen bij ons. Wij belden dan de school om te zeggen dat ze “ziek” waren. We waren alles tegelijk: sociaal centrum, opvangruimte, oefenhuis. We leenden alles uit. We waren punk, maar we kregen bijvoorbeeld ook iemand van de Kaapverdische eilanden over de vloer die haar scriptie bij ons kwam laten zien en corrigeren.’

Hij schonk nog wat Japanse genmai-thee bij. 'In het begin ben je tot alles in staat. Maar ons idee was wel dat mensen dan ook zelf iets gingen doen, dat je met mensen kunt samenwerken in plaats van dat je hen meetrekt. Dat is altijd een soort schemergebied. Wij waren wat ouder en hadden alle spullen. Als dan iemand van vijftien komt en die wil een strip maken, ja, dan help je hem gewoon. Maar na een jaar of twee waren we een soort buurthuis geworden waar iedereen langskwam en tv ging zitten kijken. En dit was wel ons huis, wij woonden daar! Je had mensen die ’s nachts aanbelden en daar dan stonden met twintig Amsterdammers die na een optreden niet naar huis konden. Of ze bij ons konden slapen? Nee, dat kan dus niet. Dan waren ze boos en dan werden ze “tegen” ons. Toen hebben we de deur meer dicht gehouden.’

Een aantal bands groeide er bovenuit. Zo werd bgk (Balthasar Gerards Kommando), een politiek geëngageerd vervolg op de Nitwitz, wereldwijd bekend toen het werd opgepikt door het Amerikaanse hardcorelabel Alternative Tentacles en optraden met de Dead Kennedys. De dames en heren van The Ex gingen onverdroten verder met waar zij in 1979 mee waren begonnen: eigenzinnige, innovatieve muziek maken zonder oogkleppen, hetgeen leidde tot samenwerking met jazz-, klassiek geschoolde en Ethiopische muzikanten. En zoals kraakpunk voortborduurde op bands als The Deviants en Ton Steine Scherben, zo trok een nieuwe generatie muzikanten de kraakmuziek in de jaren negentig weer vlot. In plaats van speed, elektrische gitaren en schreeuwzang gebruikten zij beats, elektronica en xtc. 'Geen woning, geen kroning’ werd 'the right to party’, resulterend in illegale dancefeesten en ontruimingen.

Uiteindelijk zijn de Occupiers ook weer een vervolg op kraakpunk, met pleinen in plaats van huizen, de iPhone in plaats van het gestencilde fanzine en de verstilde melancholie van Bon Iver in plaats van de woede van The Ex.

Fred de Vries is journalist. Hij publiceerde in 2006 Club Risiko: De jaren tachtig, toen en nu