Woedende Zuid-Afrikaanse vrouwen lanceren #MenAreTrash

Kaapstad – Zaterdagmiddag, lunch in een visrestaurant in Melkbosstrand. Het is een heerlijke laatzomerse dag. Perfect, ware het niet dat onze gastvrouw onophoudelijk met haar mobieltje zit te klooien. Facebook, Instagram, e-mail. ‘Sorry hoor’, zegt ze, ‘maar ik heb te maken met een dode en een verkrachting op de universiteit waar ik werk, en ik wil niet dat er verkeerde dingen in omloop komen.’

Ze heeft een punt. De zaken liggen gevoelig. De dag voor onze lunch hebben woedende Zuid-Afrikaanse vrouwen #MenAreTrash gelanceerd, nadat het lichaam van de 22-jarige Karabo Mokoena was gevonden, vermoord en daarna verbrand. Haar vriend is in staat van beschuldiging gesteld. Genoeg is genoeg, vonden de vrouwen: mannen zijn het probleem. Vandaar die hashtag. Op sociale media deelden ze verhalen over mishandeling. Ene Buki Deen plaatste foto’s van zichzelf, de dag voor en de dag nadat ze uit een rijdende auto was gesprongen om te ontkomen aan een kidnapping door mannen die dreigden haar te verkrachten en te vermoorden.

De statistieken zijn beangstigend. Zo bleek uit onderzoek in de miljoenentownship Soweto, nabij Johannesburg, dat 50,4 procent van de vrouwen die een geboortekliniek bezochten ooit waren mishandeld door hun partner. Tussen april en december verleden jaar werden landelijk 30.069 gevallen van verkrachting gemeld. En volgens de South African Medical Research Council worden dagelijks gemiddeld drie vrouwen door hun partner vermoord. Talloze studies zijn verricht naar de oorzaken van het abnormale Zuid-Afrikaanse mannengeweld, waarbij zaken als gekrenkte mannelijkheid, traditionalisme, alcoholisme, drugsgebruik, armoede, gebrekkig onderwijs en de verwrongen geschiedenis onveranderlijk worden genoemd.

En nu? Er volgden demonstraties tegen de ‘femicide’. En onvermijdelijk barstte de discussie los rond #MenAreTrash. De initiatiefnemers hoopten dat dit tot een heuse beweging zou leiden, indachtig #BlackLivesMatter. Maar het verschil met de Amerikaanse activisten is dat die een positieve slogan bedachten, terwijl de Zuid-Afrikaanse vrouwen er een negatieve draai aan gaven, wat onvermijdelijk tot wrevel leidde bij mannen (en vrouwen) die zich absoluut niet aangesproken voelen door de kwalificatie ‘rotzooi’.

Wat een gezamenlijk front had moeten worden, versplinterde al voordat het zich kon oprichten. De initiatiefnemers hielden evenwel voet bij stuk. Zij voelden dat ze iets hadden losgemaakt en betoogden dat hun beweging een ‘oproep is aan alle mannen, om bij te dragen aan de veiligheid van vrouwen. En nee, we vragen niet om hun bescherming. We vragen om respect, om als mensen behandeld te worden, en niet als objecten voor mannelijk vermaak.’