Woedende zwaan

Televisie

Vorige week konden we in Het Journaal zien hoe kapitein Banning Cocq en zijn schutterij in kogelvrij vest van het veredeld tussenhok in de zijvleugel naar de erezaal van het Rijksmuseum terug werden gebracht Een politiemacht volstond – het leger hoefde niet ingeschakeld en dat mag een meevaller heten in een proces waarin mis ging wat mis kon en waarin wat niet mis kon dat toch deed. Tien centimeter hoger hangen de schutters dan een decennium geleden. Die ophoging vanwege verwachte Mona Lisa-­toestroom uit gans de wereld.

Voorlopig ga ik niet tussen Chinezen en Mexicanen staan. Vanwege wachtrijen tot aan het Stedelijk. En omdat ik, als ik directeur Wim Pijbes mag geloven, de ingang waarschijnlijk niet kan vinden. ‘Die vier draaideurtjes: totaal kut’, zegt zijn persvoorlichter in deel drie van Oeke Hoogendijks documentairereeks Het nieuwe Rijksmuseum. Zege voor de fanatieke Mokumse sekte van het fietsisme, die haar guerrilla tegen een allure-ingang won. Met armoeiig resultaat. Hoogendijk dacht tien jaar geleden één documentaire te maken, maar de werkelijkheid bleek zo ‘niet te filmen’ dat het een vierluik werd – spiegel van uitdijende tijd en kosten van de verbouwing zelf. Alleen Berlijns vliegveld Tempelhof steekt ‘ons’ naar de kroon. Delen drie en vier, rond de ­heropening uit te zenden, beslaan de periode vanaf het aantreden van directeur Pijbes in 2008. Ze worden voorafgegaan door herhaling van de twee over de periode Ronald de Leeuw. Samen een uniek document over hybris en ­onvermogen, ‘bestuurlijk moeras’, polderen tot in het absurde, dorpswethouders in ­wereldprojecten; en ja, uiteindelijk toch ook soms over een grandioos gebouw en collectie en specialisten die die met liefde en toenemende wanhoop ­beheren.

In deel drie staat de zaak snel op scherp. Twee lijnen door elkaar: aanbesteding van restauratie van het hoofdgebouw en beoogde aanschaf van een werk van Schoonhoven voor de op te bouwen collectie twintigste eeuw. De deadline voor aannemersoffertes is 9.30 uur. Kort na negen melden zich twee heren van Van Eesteren. Hun enveloppe gaat in een doorzichtige plastic doos waarop in verantwoorde typografie ‘Aanbestedingen’ staat. Koffie, een chocolaatje verpakt in reproductie van de woedende zwaan van Asselijn, verlegenheidspraatjes, wachten. De gehoopte tweede offerte komt niet. We weten van de projectleider dat veertig miljoen het maximum is. De enveloppe gaat open: 85, en alle risico’s voor opdrachtgever. De heren worden bedankt. Als ze weg zijn horen we geluiden van ingehouden, beschaafde ontzetting, zonder twijfel gedempt voor de camera. ‘Ze hebben gegokt dat ze de enigen zouden zijn’, zegt de projectleider. Denkt hij niet wat de kijker denkt: niks gok, maar zekerheid omdat de weggebleven concurrent een deel van de meeropbrengst krijgt?

Dat het bedrag door onderhandeling en bezuiniging verlaagd is zit niet in de film. Terecht: het is geen reconstructie maar een vaak pregnant beeld van moedwil en misverstand, macht en vooral onmacht en, via portretjes van curatoren, van liefde voor kunst en ambacht. Ook de aankoop van de Schoonhoven mislukt: anonieme concurrenten betalen ter veiling 450.000 waar collectiedirecteur Dibbits driehonderdduizend (ook gigantisch, volgens hem) uittrok. Hij rouwt stil. Toch zal binnenkort de conclusie zijn: het kost wat, maar dan heb je ook wat. Ik verheug me. Maar de les voor de toekomst van voormalig rijksbouwmeester en hoofdrolspeler Liesbeth van der Pol, uitgesproken in Nieuwsuur, dat een bouwheer voortaan absoluut mandaat moet hebben, lijkt ijdele hoop in dit beste aller denkbare landen.

Oeke Hoogendijk, Het nieuwe Rijksmuseum. Het Uur van de Wolf. NTR. Deel 2 (herhaling), zondag 7 april, 17.00 uur. Deel 3, zondag 7 april, 20.25 uur. Deel 4, zondag 14 april, 20.25 uur. Op zaterdag 13 april, 20.25 uur: Het Rijksmuseum in 100 voorwerpen, NTR. Alles op Nederland 2