Enkele doula’s uit ‘Doula’s van de stad’ © Marthe van de Grift / HUMAN

De televisiefilm start met Adelheid Roosen die het heeft over het gekwetste kind in haar en meteen in tranen is. Strategisch niet het beste begin, want kijkers die de kriebels krijgen van Roosens emotionele heftigheid zappen misschien weg. Niet doen. Doula’s van de stad is een prachtig, ontroerend en belangrijk document. De opzet is eenvoudig: acht vrouwen praten met elkaar via Zoom. Dit vergaderplatform brengt gewoonlijk de sprekers groot in beeld, maar de film van Masja Ooms legt de focus ook bij gespreksdeelnemers die luisteren. Niet zoals talkshowpresentatoren dat doen, met een half oog op hun papieren en hun hoofd al bij de volgende vraag. En niet in van die korte luistershots die hun aanwezige tafelgasten krijgen toebedeeld. Na een indrukwekkend verhaal van een van de vrouwen toont Ooms hoe de anderen dit, soms zichtbaar geraakt, op zich in laten werken. De stiltes die vallen zijn gevuld met aandacht, en met de resonantie van het vertelde in het gemoed van de luisteraars. Dat zie je niet vaak op televisie: het luisteren als een verbindende activiteit.

De deelnemers aan de Zoom-sessie zouden meedoen aan een voorstelling van Roosens theater-groep Zina waarin tachtig vrouwen het podium bezetten. Vanwege corona werden de voorstelling en repetities uitgesteld. Roosen vroeg zeven aanstaande spelers voor een gesprek dat een opmaat kan zijn voor wat er straks in het theater gebeurt, maar dat op zichzelf een rijke gebeurtenis is.

De zeven vrouwen, met wortels in verschillende culturen, hebben hun sporen verdiend in de vrijwillige hulp aan de kwetsbaren van onze samenleving. Ze ondersteunen moeders van criminele jongeren, begeleiden volwassenen met jeugdtrauma’s vanwege (huiselijk) geweld, hebben een ‘safe space’ voor transgenders opgezet, zorgen voor de eenzamen in hun woonwijk of geven trainingen aan vrouwen die, opgegroeid in een collectieve cultuur, hun eigen stem willen vinden. Inzet van het gesprek is wat deze vrouwen motiveert, en hoe het komt dat ze zich belangeloos en met een onstuitbare energie voor anderen inzetten.

Omdat Roosen zelf wilde deelnemen aan de sessie vroeg ze er een gespreksleider bij. Deze Jale Simsek, die buiten beeld blijft, stelt de vragen. Alsnog bijgestaan door Roosen die soms een opgeschreven vraag voor de camera houdt. En hoewel de vrouwen elkaar niet kennen, blijken ze veel overeenkomsten te hebben. Hun actiebereidheid komt voort uit wat ze zelf hebben meegemaakt. De uitnodiging om daarover te spreken, levert schokkende verhalen op die aarzelend en tegelijk waardig worden verteld. Wat de vrouwen collectief herkennen, is de schaamte die vernedering oproept, en het gevoel niets waard te zijn.

Toch is er niets slachtofferigs aan deze vrouwen, en de toon van de film is er een van hoop. Er wordt getroost en een beetje gedanst. Er worden armen naar elkaar uitgestrekt. De tranen die de bekentenissen oproepen, ook bij deze kijker, rijmen met die van Roosen uit het begin. Het zijn woedetranen. Want deze film bewijst hoe vrouwen in staat zijn hun pijn om te zetten in kracht, waardoor ze kunnen optreden als de doula’s (hulpvrouwen) van een stad.

Op 16 april bij HUMAN, NPO 3, 23:00 uur