De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Opera: ‘Il barbiere di Siviglia’

Woelige tijd

Misha Kiria als Bartolo met René Barbera als Almaviva en Nino Machaidze als Rosina © Marco Borggreve

Een opvoering van de sprankelende opera Il barbiere di Siviglia uit 1816 van Gioacchino Rossini (1792-1868) is altijd een feestelijke gebeurtenis. Ook nu bij De Nationale Opera, maar regisseur Lotte de Beer geeft er tegelijkertijd veel meer betekenis aan. Dat begint al tijdens de ouverture. We zien een lief klein meisje in een achttiende-eeuwse hoepelrok afwachtend op het immense toneel staan, dan komt er een enorme, zelfvoldane man bij, haar voogd. Hij trakteert haar op een taart, maar eet zelf het meeste op. Er komen andere kindertjes bij en er dansen kleurige cakejes in het rond. Een monumentale, volwassen versie van het meisje wordt haar als voorbeeld getoond. Nog vóór de opera eigenlijk begint hebben we al het verleden, de jeugd, van de vrouwelijke hoofdpersoon Rosina gezien.

Donker geklede, arme mannen trekken heel moeizaam een grote, kasteelachtige villa naar voren, waarvan de gevel kan openklappen (decor en kostuums: Julian Crouch). Daarbinnen woont Rosina, een prachtig zingende en spelende Georgische sopraan Nino Machaidze, met haar voogd Bartolo (de gigantisch grote, dikke en onappetijtelijk geschminkte bariton Misha Kiria). Er is ook een heel leger van bedienden, en kleine, arme jongetjes glippen door de ramen naar binnen om cakejes en andere lekkernijen te stelen.

Gedurende de opera wordt niet alleen thee gedronken en cake gegeten, zoals Marie Antoinette de armen immers aanbeval, maar worden de klassentegenstellingen scherp aangezet. Overal duiken groepen mannen op, arme drommels, die wat proberen te verdienen, of anders bedelen en soms akelig opdringerig dankbaar zijn. We bevinden ons in een verhevigde achttiende eeuw, vlak tegen de Franse Revolutie aan; de woelige tijd toen Beaumarchais (1732-1799) het toneelstuk schreef waarop deze opera is gebaseerd.

De oude Bartolo heeft zijn zinnen op Rosina gezet, maar zij denkt er niet aan met hem te trouwen. Zij schenkt haar hart liever aan de eerste de beste aanbidder, de graaf van Almaviva (tenor René Barbera, hij ziet eruit als het broertje van voogd Bartolo), die haar vanuit een luchtballon een aubade brengt, al klinkt die niet zo fraai. De graaf verkleedt zich als een eenvoudige student, geholpen door de barbier – kapper, chirurg en huwelijksbemiddelaar ineen – Figaro, de superieure bariton Davide Luciano.

Prachtig in de opera is de toenemende verwarring voor alle personages, wat ook muzikaal schitterend tot uiting komt door dirigent Maurizio Benini met een uitstekend spelend Nederlands Kamerorkest. In die verwarring gaat Rosina haar minnaar Almaviva wantrouwen en vertrouwt zij zich uit woede toe aan Bartolo, die dat als een vrijbrief beschouwt voor een afschuwelijke poging tot verkrachting, gestileerd door een raam te zien. Toch komt het geheel snel tot een gelukkig einde. Maar gelukkig? We zien tijdens het juichende slotkoor in enkele beelden wat er in de toekomst gaat gebeuren: de Franse Revolutie met barricades, tricolore, guillotine, de dreigende dood. De achterkant van het huis lijkt nu de Bastille die door de revolutionairen in brand wordt gestoken. Niet de beste tijd om met een graaf te huwen, en Rosina staat daar midden in de geschiedenis net zo eenzaam als in het begin.


Il barbiere di Siviglia, t/m 2 december, Nationale Opera & Ballet, Amsterdam, operaballet.nl