INTERNATIONAAL VOCALISTEN CONCOURS

Woensdag 24 september

Terwijl een herfstig weer over de stad daalde, vergezeld van een druilerige regendag, begaf het concours zich in de halve finales. Zoals gezegd waren daar 23 zangers toegelaten. Door ziekte moest een van hen afhaken. Voor de meesten van ons was dit een tweede of derde ontmoeting. Wat opvalt, is het verschil in optreden bij een zanger binnen 24 uur. In de eerste plaats hadden de meesten waarbij we kritische geluiden over hun kleding hadden zich in beduidend meer aanvaardbare uitmonsteringen gestoken, alsof ze dit dagboek gelezen hadden. Dat was een prettige verassing. Maar de kwaliteit van de uitvoeringen verschilde eveneens opmerkelijk. Zangers en zangeressen die ik de dag tevoren nog bijna op mijn knieën had vereerd, straften mij als het ware voor mijn bewondering door ineens beduidend minder indruk te maken, wat overigens ook in omgekeerde richting het geval was. 22 zangers werden in drie sessies beoordeeld. Ze hadden allen hun programma voor die dag gekozen. De jury had er geen invloed meer op.
Een nieuw element voor de zangers was dat er een Nederlands lied gecomponeerd was voor het concours door de (uiteraard) Nederlandse componist Roel van Oosten. Hij gebuikte een tekst van Erasmus (ooit ook inwoner van Den Bosch) met een vlammend betoog tegen oorlogsplannen in het Latijn. Alle deelnemers moesten dit lied zingen, waardoor jury en publiek het op één dag 22 keer gehoord hebben. Dat op zich is al een belevenis. De componist had tijdens een workshop de dag voor de halve finale zijn werk nader toegelicht en vooral aandacht gevraagd voor een muzikale taal waarin ‘minimal music’ een belangrijke rol speelde. Ikzelf hoorde er nogal wat invloed van Carl Orff in en bereidde mij in stilte op een dag van langdurig lijden voor. Dat viel erg mee. De meeste zangers zongen het werk uit hun hoofd en gingen er behoorlijk dramatisch mee om, meer dan ze vaak met hun eigen meegebrachte repertoire deden.
Deze keer mocht de jury alleen het oordeel ‘door’ of ‘niet door’ uitspreken. Dat nam niet zo veel tijd in beslag. Negen zangers bereikten de finale. Ook over het Nederlandse lied moest apart geoordeeld worden want tijdens de finale op zondag zal dat lied nog tweemaal te horen zijn in een bewerking met orkest.
Je vraagt je soms af wat een zanger beweegt om dit vak te kiezen, zich bloot te stellen aan het oordeel van een – in dit geval – negenkoppige jury en zoiets nog met de regelmaat van een klok te doen. Immers, er bestaan ontelbare concoursen en veel zangers besteden vaak tenminste een jaar van hun leven aan het afreizen van deze instellingen om de nodige ervaring op te doen.

Donderdag 25 september

De zangers kregen een adempauze na het afmattende proces van voorronden, eerste ronden en halve finale. Dat het concours zelf wel bezig blijft wordt geïllustreerd door Master Classes, nuttige bezigheden voor zangers in de eerste plaats en voor het publiek.
Bij een master class wordt de nadruk gelegd op het instrument van de zingende musicus: hijzelf. Een violist kan zijn instrument opnieuw stemmen, zijn stok insmeren met hars en van alles doen om zijn instrument beter te laten spelen. Hij kan zelf in minder goede lichamelijke conditie verkeren. De zanger kan dat niet. Als hij zich niet goed voelt, kan hij beter niet zingen.
Een master class maakt duidelijk dat een zo perfect mogelijk technisch getrainde stem een eerste vereiste is. Een zangpedagoog kan op dat punt wonderen doen. Een meisje dat al in de voorronden was weggevallen, maar wel aan de master class meedeed, begon te zingen. Daar deugde niet veel van. De pedagoge – in dit geval Jard van Nes – maakte duidelijk dat het niet lelijk klonk omdat ze geen mooie stem zou hebben, maar omdat ze te veel deed. En verder beter op de taaluitspraak letten! Ze begon opnieuw en iedereen was stomverbaasd dat daar zo’n mooie stem klonk. De meeste uitvallers zijn niet ongetalenteerde zangers, maar kunstenaars met veel talent die echter óf verkeerd zingen, óf geen of verkeerde expressies gebruiken. Zangers kunnen ook eigenwijs zijn en niet de adviezen van hun pedagoog opvolgen. Er zijn twee verantwoordelijken voor het niet voldoen aan de hoge eisen: de zanger zelf en/of zijn of haar pedagoog. Aan de (drie) begeleiders ligt het zeker niet. Die spelen – meestal voortreffelijk – en de zanger heeft ook met zijn begeleider gerepeteerd. De begeleiders zijn overigens de hardste werkers van het concours. Vooral in die eerste dagen gaan meer dan honderd zangers aan hen voorbij, met tenminste twee, soms drie werken. Met het instuderen mee gaat daar veel intensieve fysieke, artistieke arbeid en intensiteit in zitten.
Roberta Alexander, Amerikaans sopraan die al meer dan dertig jaar in Nederland woont, bekeek haar master class vanuit het inzicht dat haar correcties en kritische woorden ook een onderhoudende klank moesten hebben. En dat gebeurde ook. De zanger wordt geconfronteerd – op een andere manier dan in zijn/haar lessen – met hoe je de boodschap overbrengt, zodat een publiek je boodschap kan begrijpen. Alle musici vinden dat het belangrijkste, ook degenen die in de popwereld muziek maken. Hoe komt je tekst sterk over en wat doe je om je boodschap onvergetelijk te maken?
Er zijn eigenlijk geen belangrijke verschillen in die intentie terwijl er werelden van verschil zijn in de soort muziek die je hanteert. In wat nog steeds de wereld van de klassieke muziek genoemd wordt en daarvan nog in de sector het Lied, is de componist vrijwel nooit de uitvoerder van zijn lied tenzij hijzelf ook zanger is. Dat komt zelden voor. De zanger is dus een persoon die een interpretatie moet zoeken in een lied dat niet van hem is maar dat hij via zijn uitvoering in bezit moet nemen.

Vrijdag 26 september

Terwijl de negen finalezangers zich voorbereiden op de gebeurtenissen van zondag, de laatste dag van het concours, bood deze vrijdag twee presentaties. Impresario Pieter Alfrink, die zich nu na zijn pensionering onafhankelijk adviseur van zangers mag noemen, hield een voordracht waarin hij zangers alle mogelijke adviezen gaf over hoe ze hun toekomst moeten bereiken. Nuttige informatie werd daar verstrekt, gezien door de bril van de zangersagent. Zangers moeten daar goed naar luisteren en zeker meer dan één opinie horen, want niets is een axioma en zelfs de beste impresario denkt in de eerste plaats aan zijn eigen business, wat overigens vanzelfsprekend is. De zanger moet leren dat ook hij een product van de markt is. Die markt zal proberen invloed op hem uit te oefenen, zeker als duidelijk is dat die zanger mogelijk veel te bieden heeft.
De avond bood weer een master class, maar dit was er een waar het concours weken naar heeft uitgekeken. De nu 75-jarige wereldberoemde absolute diva van het lied, Elly Ameling, gaf hem. Twaalf jaar geleden stopte zij een van de meest succesvolle zangcarrières ter wereld. Zij is nu nog steeds actief als pedagoge. Gedurende 3,5 uur werden vijf zangers met sympathie, warmte en een droog gevoel voor humor, maar in de beoordeling streng en genadeloos, onder handen genomen. Deze zangers kwamen als herboren uit deze sauna van kennis te voorschijn. Mevrouw Ameling is een onblusbare bundel energie die kennelijk een hoop lol in haar leven heeft met haar bezigheden. Toen deze master class was afgelopen zag ze eruit alsof ze nog 3,5 uur door zou willen gaan. De metamorfose van de zangers maar vooral ook van het talrijke publiek maakten deze avond tot een hoogtepunt van dit concours. Aan het begin van de presentatie herinnerde zij er fijntjes aan dat ze er nu veel meer ontspannen bij stond dan vijftig jaar geleden. Toen immers, in 1956, won zij de eerste prijs van het toen nog piepjonge concours en was ze zelf pas 23 jaar, een van de jongste winnaars in de geschiedenis van het IVC.