Mensje van Keulen en Jan Jutte

Woeste poezentaferelen

Mensje van Keulen en Jan Jutte

Tien stoute katjes

Uitg. Leopold, 26 blz., ƒ17,50

Dutch Oranges

Tot en met 5 augustus, Stedelijk Museum, Amsterdam Catalogus, uitg. Waanders, ƒ35,-

Onlangs maakte de CPNB de Griffels en Penselen bekend die tijdens de komende Kinderboekenweek zullen worden uitgereikt. In het magere rijtje Griffel-toe kenningen komt de taal er bekaaid af en gaat de grootste aandacht naar het beeld. De Griffel die Edward van de Vendel krijgt voor Dom konijn zou ondenkbaar zijn zonder de grootse illustraties van Gerda Dendooven. De Vlaming André Sollie ontvangt een Gouden Griffel voor zijn mooi geformuleerde, maar summiere tekstaandeel in Wachten op matroos. Voor mij is dat een prentenboek van Ingrid Godon, dat op de omslag niet voor niets vermeldt: «Met woorden van André Sollie.» Hoera voor het zorgvuldig gemaakte, fraai geïllustreerde kinderboek, maar een griffel is schrijfgereedschap. Als bekroning zou de CPNB Griffels moeten aanwenden om het autonome schrijverschap aan te moedigen, in plaats van de behendige tekstschrijverij bij prachtige prenten.

Het Gouden Penseel is voor Jan Jutte met Tien stoute katjes. In een grappige variant op de «Tien kleine negertjes» biedt Mensje van Keulen de illustrator de mogelijkheid zich uit te leven op een energiek, zich voortdurend uitdunnend kattengezelschap. «Negen stoute katjes gingen op muizenjacht./ Een ving zich bij zijn eigen staart, toen waren er nog… acht.» Het kleine oblong-formaat boek is van een weldadige eenvoud en door Tessa van der Waals in precies de goede vorm gegoten. De illustrator werkt in zwart, wit en rood. Alle aandacht gaat naar de woeste poezentaferelen die zich steeds langs de bovenkant van een dubbele pagina ontrollen, als in een ouderwetse filmstrip. Op de linker bladzijde geeft een blokje met een gestileerde, zich door een cijfer kronkelende poes aan bij hoeveel katjes we inmiddels zijn beland.

Op de smalle, in de breedte uitgewerkte tekeningen is aangenaam veel te zien. Alle spelers in dit katse drama bedienen zich van het grote gebaar en de dik opgelegde mimiek die we van de stomme film kennen. Iedereen is herkenbaar door kostuum, hoedje of rok, zodat met de scherpe waarneming die kleine lezers eigen is, ook de individuele acties goed te volgen zijn. Steeds wil je terugbladeren om te zien wat wie waar aan het doen is. Uiteindelijk blijft de zichtbaar bedeesde poes in rode jurk als laatste over en kan het hele katjesspul van voren af aan beginnen. Jutte heeft zich uitgeleefd in expressieve kattenkoppen en in grappige details. Hij heeft de soms in haar eigen visuele overdaad verdrinkende wereld van het prentenboek verrijkt met een bescheiden, maar zorgvuldig gemaakt boekje dat voortborduurt op een bestaande traditie en het tellen tot een feest maakt: geraffineerde eenvoud, die goud verdient.

Werk van Jan Jutte is ook te zien in het Amsterdams Stedelijk Museum, op een tentoonstelling rondom vijftig Nederlandse kinderboekillustratoren. De wonderlijke titel Dutch Oranges — verwijzend naar de appeltjes van Oranje — is te danken aan het feit dat de tentoonstelling werd ontworpen voor de afgelopen Internationale Kinderboekenbeurs in Bologna. De tentoonstelling is vrolijk en uitnodigend ingericht, met steeds een combinatie van het oorspronkelijke werk en het boek waar dat in is terechtgekomen. De boeken liggen slim en op kinderhoogte op een plankje bevestigd, zodat je het helemaal door kunt bladeren, maar niet onder je jas meenemen.

De tentoonstelling geeft een goede indruk van de diversiteit en de kwaliteit die je op het vlak van illustratie in het vaderlandse kinderboek kunt aantreffen. Er hangen niet alleen coryfeeën als Fiep Westendorp, Dick Bruna en Max Velthuijs, er is ook minder toegankelijk werk als dat van Marianne Sligting en Harriët van Reek. Naast de woeste penseelstreek van Harrie Geelen is ook het priegelige pennetje van Peter Vos en Jaap de Vries te zien of het verfijnde aquarelleren van Lidia Postma. Interessant zijn vooral ook die kunstwerken die in het echt een grotere gelaagdheid en diepte laten zien dan in het betreffende boek. Dat geldt vooral voor de collages en voor de olieverven van Wim Hofman. Het grootste wonder zijn de ingenieuze uitsneden die Willem van Malsen heeft gemaakt in over elkaar heen gelegde vellen gekleurd karton. Daar wil je lang met je neus op staan.

Uit het meeste werk spreken een grote vaardigheid, verbeeldingskracht en vooral ook plezier. Op bijschriften doen illustratoren aardige uitspraken over hun eigen werk. Daaruit blijkt dat de wereld van het kinderboek veelal wordt gezien als een soort vrijplaats, een plek waar je kunt doen wat je het liefste wilt. Uit de stoute katjes van Jan Jutte spreekt dat gevoel duidelijk.