De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

kunst: Pieter Henket

Wolk

De verbouwing van museum De Fundatie in Zwolle door Hubert-Jan Henket is met veel waardering begroet. Het gele classicistische gebouw, een voormalig Paleis van Justitie, is uitgebreid met een grote ovale bol op het dak, bekleed met 55.000 tegels in de kleur van de lucht. Het ding maakt daardoor ondanks zijn imposante volume een lichte, vriendelijke indruk. Men noemt het een ‘wolk’; Henket noemde het zelf op voorhand ‘een prachtige architectonische historische geslaagdheid’ (sic); hoe dan ook, het is een contrast dat in het keurige Zwolle te pruimen valt.

In de openingszomer biedt het museum behalve een overzicht van de vaste collectie liefst vier tentoonstellingen: een overzicht van kunst uit Duitsland uit het interbellum met werk van Grosz, Dix, Kollwitz cum suis; een kleine (maar fijne) monografie van Paul Citroen; een dozijn grote schilderijen van Jeroen Krabbé waarin hij zijn eigen kindertekeningen heeft verwerkt; en een overzicht van het werk van de jonge fotograaf Pieter Henket, de zoon van. Dat programma verraadt de ambities van het museum. De eigen collectie is zodanig goed dat er behoorlijke presentaties en uitwisselingen mogelijk zijn. Daarnaast moet het museum natuurlijk op zoek naar nieuw publiek, en het lijkt me dat de Krabbé- en Henket-tentoonstellingen vooral daarmee samenhangen.

De fotograaf Pieter Henket dankt zijn faam aan een bliksemcarrière in (het nachtleven van) New York, waar hij inmiddels grote beroemdheden voor de lens kan krijgen. Het overzicht heeft de titel The Way I See It en dat lijkt me een verkeerde. Het gebodene is zo divers van stijl en onderwerp dat het beter zoiets als ‘Look at all the different things I can do’ had geheten. Henket komt eruit naar voren als iemand met talent, maar juist niet als iemand met een ‘way’ van zien. Het ene moment toont hij introverte stijloefeningen als Private Investigation The Netherlands, die dicht zitten op de Grief-serie van Erwin Olaf: historische interieurs als filmsets, waar zich kennelijk iets droevigs heeft afgespeeld. Het andere moment toont hij zwart-witopnamen in helder contrast van Argentijnse mannenlichamen, die weer doen denken aan de dóórdringende blik van Anton Corbijn. Maar daarnaast hangen óók leeghoofdige glossy beelden van mooie mensen (Limo), al of niet met een kat op het hoofd, én portretten in kleur van Ben Kingsley en Alan Rickman, die weer zijn voortgekomen uit een project waarbij Henket bekende acteurs in een politieverhoor-setting afbeeldde.

Die celebrity-factor is ongetwijfeld goed voor De Fundatie, maar hij zit Henkets kwaliteit als fotograaf in de weg. Het is vast razend lastig zulke beroemdheden voor de lens te krijgen, maar het kan niet moeilijk zijn om vervolgens van een kop als die van Alan Rickman ook een echt goede foto te maken. Daar schort ’t aan. Het ís Rickman, het ís Kingsley, maar er gebeurt au fond niks bijzonders. De vergelijking met Corbijn, die het museum zelf maakt, gaat dan ook niet op: die zit zijn onderwerpen veel harder op de huid, op zoek naar iets van een ziel. Het lijkt erop dat voor Henket met de stijlvolle enscenering het ontstaan van voelbare spanning vanzelf spreekt – en dat is niet zo. Het misverstand blijkt ook uit Henkets films, acht opnamen van twee uur lang van bekende acteurs die in een politie­verhoorkamer moeten wachten. Zij doen wat van ze verwacht wordt. Halina Reijn doet een Joan Crawfordje. Ze klimt op de tafel, schreeuwt ’s wat, toont haar flamoes aan de spiegelruit. Tygo Gernandt is bad ass, en doet dus een plasje in de hoek. Gijs Scholten van Aschat had op de Toneelschool een 9 voor ijsberen, en ijsbeert dus met verve. We kijken naar beroemde acteurs in een decor, maar niet naar de diepgravende visie van een regisseur.


Pieter Henket, The Way I See It, t/m 17 november, Museum De Fundatie, Zwolle, museum­defundatie.nl