Wolkentoneel

Het vrijwel roerloze landschap van Ruisdaels Molen accentueert de beweeglijkheid van de wolken.

DE MOLEN staat aan de rivier, stevig en rond. De wieken (met volle zeilen) zijn naar de samenpakkende wolken gedraaid - alsof de molen, die tegenover het spektakel van de drijvende wolken eigenlijk nog vrij slank lijkt, het naderend onweer moet gaan weerstaan. Het lijkt al behoorlijk te waaien. Dit pregnante, Hollandse beeld was mij, en ik denk velen met mij, zo vertrouwd geworden dat je er op een gegeven moment niet meer naar hoeft te kijken, zo zit het in je hoofd. Het beroemde schilderij van Jacob van Ruisdael was de perfecte verbeelding geworden van dat grillige, frisse, winderige vaderlandse weer waarin wij ons thuisvoelen.
Bijvoorbeeld: in 1982 woonde ik in Kassel om te werken aan de Documenta. In het voorjaar was ik ook vaak op reis naar het zonnige zuiden. De zomer en de nazomer waren dat jaar uitzonderlijk warm en droog. Maar elke dag hetzelfde mooie weer is erg saai. Ik kon daarom mijn geluk niet op toen ik in november weer naar huis ging en daar terechtkwam in een natte, grijze, stormachtige herfst. Die sensatie, van vooral vochtige lucht in de neusgaten en regen op het gezicht, herinner ik me nog steeds. Helemaal Ruisdael, als ik nu nog eens nauwkeurig naar zijn schilderij kijk, was het echter niet.
Ik had kunnen zweren dat de drie vrouwen, helemaal rechts, daar iets naar voren gebogen op het pad liepen, tegen de wind in - maar ze lopen gewoon rustig te wandelen. Als je dan ook kijkt naar het riet op de voorgrond en naar de lichte, witte golfslag naar de oever toe, blijkt dat het helemaal niet hard waait. Het riet buigt naar verschillende kanten. Op die plek is de wind dus zwak en wispelturig. Verder weg op de rivier is het water, helder verlicht vanuit nog een opening in de wolken, nog zo rimpelloos glad dat het slap neerhangende witte zeil van de boot er stil in kan weerspiegelen. Bij nader inzien is er dus in de beweeglijke wolkenlucht van alles gaande terwijl het op het water en het land opmerkelijk rustig is.
De scenografie van dit landschap is geweldig. Volg eens de lijn van de oever. Eerst op de voorgrond donker van links naar rechts, dan de geschoeide kant van rechts uit de hoek weer naar links tot een punt in de rivier waar de oever kennelijk naar rechts buigt om dan na nog een bocht weer in zicht te komen. Ook daaraan voorbij zien we de oever, richting horizon, zo verder gaan. Het is dit zigzagverloop van de waterkant die aan de diepe ruimte van het landschap een krachtige energie geeft en die de markante scheiding aanbrengt tussen het gladde, grijswitte water en het wat oplopende, begroeide land. Boven dat vrijwel roerloze gewicht zijn de wolken in beweging. Om die onnavolgbare rusteloosheid nog verder te articuleren, heeft de schilder op de stabiele basis van het vaste landschap verschillende strakke, verticale markeringen neergezet. De donkere palen op de voorgrond, en verder de houten beschoeiing van de oever en de drie vrouwen. Om de bocht dan twee masten van een schip en rechts daarvan een smal poortgebouw. Het heldere witte zeil links op het water is, zou ik zeggen, het echte contrapunt tegenover het silhouet van de molen. Tussen die twee vormen opent zich de ruimte van het schilderij ook in de breedte. Zelf staat de molen in het nabije gezelschap van een puntig kasteel, een huis met een rood dak en, helemaal rechts, een stompe toren. Door die lagere dingen omgeven lijkt de molen steviger en hoger, zo hoog bijna als een toren.
Het landschap onder de lucht is zeer formeel en uitgekiend gearrangeerd, alsof het een vlak podium is waarop gestalten zijn opgesteld die ruimte en maat geven aan het grootse toneel van de wolken. Het stadje Wijk bij Duurstede ligt rechts, waar de stompe toren is. De wolken komen van achter de heldere horizon - dus zoals dat hoort in Holland, uit het westen. Ze zijn geschilderd met een fantastische vloeibaarheid van kleur: donkergrijs, lichtgrijs, grijswit en, langs de randen van open plekken waar nog wat dun blauw drijft, helder wit. Het zonlicht dat daar doorheen wappert valt vooral en opvallend op het witte zeil, de ronding van de molen en, driehoekig, op het rode dak. Zo verbinden de witte lichtplekken in de lucht de beweging van de wolken met de stabiele orde daaronder van water en land. Alles valt samen in een enkel geregisseerd beeld. Daarom is dit schilderij veel meer dan een portret van een molen: het is een complexe en suggestieve samenvatting van alles wat we onder Hollands landschap zijn gaan verstaan. Anders gezegd: sinds dit schilderij is het Hollandse landschap, met dat veranderlijke weer, er voorgoed zo uit gaan zien.