Wonen in een ovenwant

Wollig welbehagen

Het Nederlandse binnenhuis is een comfortabel bekleed universum geworden, een cocon voor de mens. Alle scherpe randjes zijn verdwenen, de rust wordt zelden nog verstoord. Dit is geen cocoonen meer, dit is zwachtelen.

ALS HET ZWEEDSE woonwarenhuis een goed beeld geeft van ons actuele interieur – en waarom zouden we daaraan twijfelen, het maakte de afgelopen negen jaar twintig miljard winst – dan moeten onze huizen inmiddels vol staan. Vele kubieke meters aan banken, chaise longues, voetensteunen, ziteilanden, zitzakken, plaids, kussens, boxspringbedden, matrassen met binnenvering, topmatrassen, winterdekbedden, nog meer kussens, bedsteunen en gewatteerde bedborden moeten de afgelopen jaren de Nederlandse huizen binnen zijn gedragen. Of al dat spul ook zelf in de achterbak is gekieperd en in elkaar geschroefd met de magische imbussleutel is de vraag. Bij meubels met deze omvang zijn de grenzen van de zelfredzaamheid snel overschreden. Woonkamers en slaapkamers veranderden zo in omgevingen die nog het meest lijken op de ‘snoezelruimtes’ waar patiënten in gesloten inrichtingen zo rustig van worden. Mannen, vrouwen en kinderen verdwijnen bijna tussen al dat met wol en katoen beklede schuimrubber. Niemand kan hier vallen of krijgt een blauwe plek. Je zou je handen hoogstens open kunnen halen aan een rondslingerende kurkentrekker, een kaasmes of een gebroken glas.
Vijf jaar geleden voorspelde trendwatcher Lidewij Edelkoort al dat fabrikanten van dienbladen de productie op konden voeren, omdat iedereen vanwege een flexibele levensstijl steeds meer multitaskend zou gaan eten en werken tegelijk. Die flexibiliteit is er zeker gekomen, maar nog belangrijker is dat het dienblad – naast de laptop – nog het enig overgebleven gladde oppervlak is tussen al dit meubilair, waar zelfs de bijzettafel tot poef werd gepromoveerd. Want kussens in combinatie met voedsel is… een recept voor knoeien.
En die grote ongeverfde houten tafel dan, zo verwant aan de leestafel in een café, die de laatste meters in menig huis opslokt? Eten we daar dan niet meer aan? Daarvoor geldt misschien wel hetzelfde als het fantastische uitzicht waarvoor de woning ooit is aangeschaft, een kwaliteit die tot een nóg hogere hypotheek zal hebben geleid. Door alle bezigheden buitenshuis genieten de bewoners daar alleen maar van in het weekend – wanneer de Hyves- en Facebook-vrienden langs mogen komen, de stapels kranten, boeken en ongelezen post opzij worden geschoven en ze even plaatsmaken voor een kwaliteitsmoment.
Eén essentieel element ontbreekt nog in de beschrijving van het hedendaagse interieur, en daar speelt dat dienblad een rol bij. In veel van die huiskamers hangt of staat ook nog een flatscreen met de afmetingen van een klein bioscoopscherm. Via die televisie komt al ruim vijftig jaar de buitenwereld rechtstreeks de huiskamer binnen. De intensiteit waarmee dat nu gebeurt, vanwege de omvang en het rondzingende geluid, vraagt wel om een stootkussen of twee. Maar zal dat echt de verklaring zijn voor de gecapitonneerde binnenruimtes waarin de Nederlandse huiskamers zijn getransformeerd, alsof iedereen zich heeft verschanst in zijn eigen ovenwant? De hitte die van het scherm afslaat wanneer er weer eens een brandhaard in beeld komt, kan inderdaad verzengend zijn. Maar wie de kijkcijfers de laatste jaren bestudeert, weet dat het harde nieuws door steeds minder mensen wordt bekeken. Dat nieuws wordt eerder gevolgd via nieuwssites en (gratis) kranten. De televisie is geen medium meer voor nieuws, maar voor het live volgen van sportevenementen, ontwikkelingen rond nationale en internationale rampen (neergestorte vliegtuigen, aanslagen), reality soaps rond verliefde boeren of gewoon-gebleven BN’ers, en wedstrijden rond onontdekt talent op het gebied van zang en dans.

IN HET BEKLEDE universum wordt de rust zelden verstoord als je daar niet zelf voor kiest. Nieuwsfeiten worden razendsnel verpakt in bekende verhaalstructuren over de good en de bad guys, met vanzelfsprekende helden en slachtoffers (de bazen versus de kleine man). Op deze manier hoeft niemand zich nog bedreigd te voelen door onverklaarbare, verstorende gebeurtenissen. Het groter worden van het beeld in de huiskamers is vrijwel gelijk op gegaan met een realiteit die steeds meer in fictie transformeerde in de handen van talkshowjournalisten die zelf veranderden in explicateurs. Als ze al niet direct op de stoel van de televisierechter gingen zitten om in naam van het publiek iedereen de maat te nemen die buiten het stramien valt, in dienst van het vermaak. Vanaf dat punt is het nog maar een kleine stap om de realiteit geheel buiten te sluiten.
Wie eenmaal de deur achter zich heeft dichtgetrokken en zich met een bord warm eten op een dienblad in de kussens heeft geïnstalleerd, gordijnen dicht, verwarming hoog, kan als ‘heer in eigen huis’ zelf de regie nemen en zelf beslissen wie of wat de kamer binnenkomt. Het aanbod aan beeldmateriaal is overweldigend. Sportwedstrijden, tv-series, concerten in elk genre, het gehele filmaanbod van de afgelopen eeuw – het ligt op hoge stapels in vele winkels of valt binnen twee werkdagen op de mat, wanneer het vanuit de spreekwoordelijke luie stoel is besteld bij een van de vele postorderbedrijven. Wie er toch nog een beetje activiteit aan toe wil voegen, kiest ter afwisseling van dit menu voor games of bewegingsspelletjes, die het op datzelfde grote scherm ook geweldig doen. De grootste loser, die buiten de deur op hoge toon respect eist van zijn medemensen, krijgt zo zelfs nog de kans om eindelijk eens van iedereen, en vooral van zichzelf, te winnen.
Alhoewel het filmbezoek van alle culturele vrijetijdsbestedingen het meest stijgt, heeft de bioscoop er een grote concurrent bij gekregen in de dvd, die een avondje uit vaak vervangt. En het zijn niet alleen tweeverdienende ouders met kinderen zonder tijd, of vijftigplussers zonder kinderen met geld die de dvd een comfortabel alternatief vinden voor de lawaaierige bioscoop. Ook jongeren organiseren wel eens ter afwisseling van kroeg of krachttraining een avondvullend dvd-programma, waarbij ze de kwaliteit van ‘my first flatscreen’ voor lief nemen.
Zo veranderde de televisie van venster op de wereld in een bijzondere vorm van time based arts, waarin maatschappelijke kwesties alleen bemiddeld, namelijk via de fictie, aan de orde worden gesteld. Wie beelden lezen wil, en dat ook kán, heeft daarmee in zijn eigen huiskamer zijn eigen esthetische reflectie gerealiseerd. Daarvoor hoef je niet meer naar plaatsen waar dat door anderen voor je georganiseerd wordt, zoals theaters en musea. Maar er zit ook een kant aan die al aan bod kwam in een van de eerste videokunstwerken die in de jaren zestig werden gemaakt: een brandend haardvuur, TV as a Fireplace (Jan Dibbets, 1969). Toen was dat – naast een autonoom en opvallend werk dat in de kersttijd van 1969, uitgezonden op een lokaal Duits televisiestation, veel stof deed opwaaien – ook een maatschappijkritische observatie van de consumptiemaatschappij. Precies veertig jaar later weerspiegelt dit scherm, zelfs als het niet is ingeschakeld, de overdaad die vrijwel iedereen zich de laatste decennia wist te permitteren – met dank aan de Zweedse warenhuizen. Want het blijft niet bij het interieur. Ook de mensen die tussen de kussens hangen, als verlepte prinsenkinderen op de erwt, hebben zich dik ingepakt. De verkoop deze winter van lange gebreide vesten, langharige wollen truien, fluwelen jasjes, gevoerde pantoffels en dikke wollen sokken spreekt voor zich. Met zo’n modebeeld heb je geen trendwatcher meer nodig om je te vertellen dat mensen een probleem hebben met de realiteit van een wereld in crisis.
Dit is geen cocoonen meer, dit is zwachtelen.
ER ZIJN MEER periodes in de recente interieurgeschiedenis geweest waarin eenzelfde soort overdaad de boventoon voerde. Ook toen was dat een teken van ongemak, van moeite met aanpassing aan veranderende tijden. De bekende snuisterijen, kastjes en krukjes uit ‘grootmoeders tijd’ waren nieuw rond de crisistijd van de jaren dertig, werden herontdekt en in een eerste vlaag van duurzaamheid hergebruikt aan het eind van de turbulente jaren zestig, terwijl parallel aan de economische crisis begin jaren tachtig met grote banken, zitkuilen en zware gordijnen die afwerende geestesgesteldheid voor het eerst als mondiale trend werd benoemd: cocoonen. Het merkwaardigst aan deze golfbeweging is nog dat ze plaatsvindt in een land dat een imago heeft van soberheid. De revolutionaire bijdrage van de Nederlandse vormgeving aan de Internationale Stijl uit de vorige eeuw blinkt juist uit door eenvoud, arme materialen en het zo creëren van ruimte. Gerrit Rietveld, die als eerste in 1917 liet zien hoe je zo afstand kon doen van de ballast van het verleden, vond dat een teken van geestelijke gezondheid. ‘Zitten is een werkwoord’ is een van zijn bekendste uitspraken. Hij maakte deel uit van een internationale stroming die juist ook door het Scandinavische design na de oorlog verder is ontwikkeld. De eerste collecties van het Zweedse woonwarenhuis waren rechtstreekse kopieën van de houten meubelen van de Fin Alvar Aalto.
Scandinavië is een eldorado voor overtreders van copyrights. Ook Aalto wilde de massa in de overbevolkte naoorlogse huizen van de jaren vijftig ruimte bieden. Hij bedacht talloze simpele interieuroplossingen en lichte, goedkope meubelstukken die een belangrijk onderdeel werden van de Goed Wonen-beweging die ook in Nederland zo invloedrijk is geweest. Ze waren een teken van moderniteit, van vooruitgang, van de behoefte om een eigen stempel te drukken op het leven. De op Aalto gebaseerde ontwerpen zijn nog steeds gekopieerd leverbaar als kruk Frosta en stoel Poäng. Als de voortekenen niet bedriegen, zullen ze binnenkort weer nodig zijn. Want dat is de troost van historische bespiegelingen: de wal keert altijd weer het schip. Na zwart komt wit, na overdaad de leegte. In de interieurbladen komen ze al weer om de hoek kijken: de simpele houten vloeren, de lichte houten stoelen met uit eerlijk riet gevlochten zittingen, de boekenkast in plaats van het flatscreen. Nog even meters maken door het bad van schuimrubber. Aan het eind gloort de horizon. Desnoods op een dvd.