‘Womyn’ van Iran

Het islamitische bewind van Iran staat als een huis. De halve wereld praat over Iran. In eigen land zoekt de vrouwenbeweging naar de kleine gaatjes om het regime te ondermijnen: de gaatjes van internet.

«Kom tussen half vijf en vijf naar de boekwinkel», sms’t de studente Azadeh naar tien van haar medestanders, die het bericht op hun beurt weer doorsturen. Teheran, november 2005. Om half vijf is er nog niks opvallends te zien voor de boekhandel bij de universiteit van Teheran: studenten op zoek naar studieboeken en een theeverkoper die met zijn handel voorbij sjouwt. Plots komen er van alle kanten vrouwen aanlopen, jonge studentes delen boekjes en posters over vrouwenrechten uit. Binnen vijf minuten staat er een groep van zo’n dertig vrouwen en een paar mannen op de stoep met posters: «Stop violence against women», «Time to change, the power is in our hands!» Een paar uur later staan de eerste verslagen op internet. Dit voorbeeld illustreert hoe communicatietechnologieën worden ingezet.

Terwijl in de publieke ruimte in Iran nog altijd de strikte islamitische leefregels gelden en de media onder controle van de opperste geestelijk leider staan, vinden Iraniërs vrijheid in het virtuele domein. Er wordt geschreven over religie, kunst, politiek en seks. Teksten gaan ongecensureerd de wereld in, gelijkgezinden ontmoeten elkaar in de talloze chatrooms.

De omvang van de Iraanse gemeenschap op internet is aanzienlijk: Farsi is na Engels en Mandarijn de populairste taal op internet, het aantal Iraanse weblogs wordt op ruim honderdduizend geschat. Populair zijn de in het buitenland gemaakte nieuwswebsites in het Farsi, zoals Roozonline en BBC Persia.

Nederland doet nu een duit in het zakje met de vijftien miljoen die Buitenlandse Zaken uittrekt voor «mediapluriformiteit» in Iran. Over de wijze waarop dit geld zou worden besteed, bestond aanvankelijk onenigheid. De Tweede-Kamerleden Farah Karimi (GroenLinks) en Hans van Baalen (vvd) hadden de regering vorig jaar in een motie gevraagd een satellietzender, gericht op Iran, te steunen. De Tweede Kamer stemde met het voorstel in. Maar vanuit Iran werd de druk opgevoerd om van het plan af te zien. Karimi: «De Iraanse regering liet ons weten dat het de satellietzender als inmenging ziet. Ik heb uitgelegd dat het een volkomen transparant medium is, met als doel de vrijheid van meningsuiting te bevorderen. Het gaat om mensenrechten, kern van het Nederlands buitenlandbeleid, en mensenrechten zijn universeel. We zijn er niet op uit om oppositie te mobiliseren of de regering omver te gooien.»

Uiteindelijk verwierp minister Ben Bot het voorstel toch en werd de vijftien miljoen euro beschikbaar gesteld voor andere mediaprojecten. Nu worden er een satellietradio, twee websites, een project voor kinderrechten en media en zeven trainingsprojecten voor journalisten mee gefinancierd. Een van die projecten is de online nieuwsdienst Shahrzad News die op 11 juli de lucht in ging. Ook al is het geld anders gebruikt, Karimi is niet ontevreden. «Er is een enorme dynamiek binnen de media van Iran. Dat is een goede ontwikkeling. Want voor het openbreken van het politieke systeem is goede informatievoorziening een vereiste.»

De online nieuwsdienst Shahrzad News wil zowel onafhankelijk buitenlands nieuws in Iran brengen als ongecensureerd nieuws uit Iran naar buiten brengen. Hoewel er al tientallen buitenlandse nieuwsdiensten zijn die in het Farsi berichten, gelooft hoofdredacteur Mina Saadadi dat er behoefte is aan een website als Shahrzad. Vooral omdat deze zich zal richten op de berichtgeving over vrouwen. «Het is geen website met alleen maar nieuws over vrouwen. Maar we willen dat nieuws over vrouwen evenredig aan bod komt. Uit ons eigen onderzoek bleek dat minder dan twee procent van het reguliere Iraanse nieuws, zowel van Iraanse persbureaus als van buitenlandse websites, over vrouwen gaat», aldus Saadadi.

Hoewel Shahrzad News in Nederland wordt gemaakt, zit het overgrote deel van de Iraanse vrouwelijke journalisten in het buitenland, ook in Iran. En juist die laatste groep is van belang. Saadadi: «Mensen vragen me wel eens hoe die vrouwen aan nieuws moeten komen in Iran, waar zo’n zware censuur heerst. Maar het nieuws ligt op straat: prostitutie, polygamie, ongelijkheid voor de wet tussen mannen en vrouwen. Met al deze onderwerpen worden onze journalistes dagelijks geconfronteerd.»

Maar ongevaarlijk is het niet. De journalistes van Shahrzad News zullen dan ook onder een schuilnaam werken. «En dan nog lopen ze grote risico’s», zegt Saadadi. Ze benadrukt dat de website geen feministische of activistische inslag heeft. Maar in Iran is nieuws over dit soort onderwerpen al snel taboe, het regime bestempelt kritiek op de positie van de vrouw als activistisch en schroomt niet feministen te beschuldigen van landverraad. Toch groeit de aandacht gestaag, niet in de laatste plaats door de steeds krachtiger wordende vrouwenbeweging. Nam eind jaren negentig de studentenbeweging het voortouw, nu is het vooral de vrouwenbeweging die van zich laat horen. Het recentste voorbeeld is de demonstratie voor gelijke rechten tussen mannen en vrouwen op 12 juni. Tijdens deze vreedzame bijeenkomst werd de menigte hardhandig uit elkaar geslagen. Een paar uur later circuleerden foto’s en ooggetuigenverslagen van dit geweld op tal van Iraanse weblogs en online nieuwsdiensten.

Deze vorm van burgerjournalistiek is in Iran inmiddels een fenomeen. Maar er is weinig continuïteit. Shahrzad News probeert daar verandering in te brengen door bloggers samen te brengen en actieve bloggers aan zich te binden. Saadadi: «Overal ter wereld zie je dat in de eerste fase van het gebruik van weblogs ieder voor zich schrijft. Uiteindelijk is het van belang om samen te werken.» Shahrzad News zal webloggers trainen om zich te ontwikkelen van burgerjournalist tot professional.

Volgens internetactivist en blogger Jaadi is dat van belang: «In de geschreven pers lees je niks over demonstraties van de vrouwenbeweging en het gewelddadige optreden van de politie. Het mooie van internet is dat het regime gewoonweg niet alles kan controleren. Iedereen die aanwezig is bij zo’n demonstratie heeft een mobiele telefoon of een digitaal cameraatje. Zo kan de hele wereld zien hoe het regime hier vrouwen in elkaar slaat.»

Maar ondanks het feit dat de vrouwenbeweging handig gebruik weet te maken van moderne technologieën, ondervindt ze ook in het virtuele publieke domein de nodige tegenstand. Jaadi: «Niet alleen is er de laatste jaren een aantal kritische webloggers gearresteerd en gemarteld. Ook maken ze gebruik van steeds zwaardere filters. Wanneer je ‹women› intoetst bij Google, zie je ‹acces denied›. Dat heeft niet alleen te maken met de angst voor de vrouwenbeweging maar ook met het willen blokkeren van ‹onzedelijke› websites. Dit gaat zelfs zo ver dat de website van de University of Virginia niet te bezoeken is vanuit Iran.»

Ook Jaadi’s weblog is sinds kort gefilterd. Tegenwoordig schrijft hij in het Engels in plaats van in het Farsi. «Voor Engelse weblogs is het regime minder beducht, omdat je er een minder groot publiek mee bereikt.» Andere internetactivisten zijn eveneens constant bezig de filters te ontlopen. Ze verzinnen trucjes die uiteenlopen van het verkeerd spellen van woorden – womyn in plaats van women – tot programma’s waarmee internetfilters zijn te omzeilen. Het regime ontwikkelt vervolgens weer nieuwe filters. Shahrzad News wapent zich tegen de filters door verschillende domeinnamen te registreren. Zodra hun site wordt geblokkeerd gaan ze verder onder een andere naam. Via hun mailinglijsten houdt Shahrzad News haar lezers op de hoogte van het nieuwe webadres.

Een vergelijkbaar gevecht vond eind jaren negentig plaats tussen het regime en de gedrukte pers. Ten tijde van de voorzichtige hervormingen en experimenten met persvrijheid onder president Khatami werden er in korte tijd tweeduizend kranten en tijdschriften opgericht. Veel werden er echter al snel weer verboden, en gingen vervolgens onder een andere naam verder. Nu de vrijheid van de gedrukte pers een nieuw dieptepunt heeft bereikt, heeft het gevecht zich verplaatst naar het virtuele publieke domein. Dit kost tijd en geld. Een nieuwsdienst als Shahrzad News beschikt over de technologische en financiële middelen om dit gevecht aan te gaan, maar de meeste webloggers in Iran kunnen nieuwe domeinnamen niet betalen en haken om die reden af. Ook de meeste websites van vrouwenbewegingen zijn daarom inmiddels niet meer online.

De vraag is of deze wildgroei van websites, nieuwsdiensten en radiozenders bijdraagt aan de kwaliteit van de informatievoorziening. Karimi: «Websites die zich beveiligen tegen de zware internetfilters in Iran en die zorgen voor bronnen binnen Iran kunnen de kwaliteit van de informatievoorziening verbeteren. Die nieuwe radiozender moet proberen de programmering aantrekkelijk te maken voor jongeren, die meestal tv kijken of internet gebruiken. Bovendien moet een nieuwe radiozender kunnen concurreren met het bestaande aanbod dat van relatief hoge kwaliteit is, zoals BBC Persia en radio Farda. Websites, radiozenders en andere mediaprojecten moeten niet alleen meer van hetzelfde zijn. Al kan een zekere mate van concurrentie de kwaliteit ten goede komen.» 

Vrouwenwebsites: www.womeniniran.com (gefilterd), www.iftribune.com(gefilterd), www.heglandmag.com, www.badgens.com (Engels)

www.hastiandish.com