Sciencepalooza

Wonder- of bedondermiddel?

Met een zekere regelmaat duiken er in de media verhalen op over wondermiddelen tegen kanker. Het verhaal van de stof dichloorazijnzuur (DCA) begon in 2007 met een artikel van de Canadese onderzoeker Evangelos Michelakis. In dit artikel werden spectaculaire resultaten met de stof DCA op diermodellen gepresenteerd. Kort na de publicatie boden allerlei vage websites DCA aan als hét wondermiddel tegen kanker.

In die studie onderzocht de groep van Michelakis of het afwijkende glucosemetabolisme van kankercellen een aangrijpingspunt voor een medicijn zou kunnen zijn. De meeste normale cellen gebruiken hun mitochondriën om zeer efficiënt onder invloed van zuurstof glucose te verbranden en daaruit energie te winnen. De mitochondriën zijn dus de energiecentrale van een normale cel. Kankercellen daarentegen zetten glucose om zonder zuurstof en zonder de mitochondriën te gebruiken. Hierdoor zijn kankercellen veel minder afhankelijk van hun mitochondriën, die ook een belangrijke rol spelen bij het in toom houden van ontspoorde cellen (zoals kankercellen). Mitochondriën zetten het proces apoptose, geprogrammeerde celdood, in gang waardoor kankercellen kunnen afsterven. DCA, het middel dat Michelakis toepaste, blokkeert het afwijkend glucosemetabolisme van kankercellen en zet ze weer actief aan tot gebruik van mitochondriën met apoptose als gevolg. Kortom, DCA spoort kankercellen aan zelfmoord te plegen.

Michelakis’ resultaten werden in de pers breed uitgemeten. In interviews vertelde hij dat DCA een oud geneesmiddel is dat wordt gebruikt voor een zeldzame stofwisselingsziekte. Het voordeel hiervan is dat de milde bijwerkingen van het middel bekend zijn. Het nadeel van het medicijn is dat er geen patent meer op rust. Dit betekent dat DCA voor de farmaceutische industrie niet erg interessant is om er peperdure klinische studies mee te beginnen, omdat de kosten niet meer kunnen worden terugverdiend. Klinisch onderzoek is een vereiste om uiteindelijk de juiste dosis en de effectiviteit van het middel voor de behandeling van kanker te bepalen.

Niet lang na publicatie werd het nieuws opgepikt door allerlei niet-wetenschappelijke websites die DCA presenteerden als hét wondermiddel tegen alle vormen van kanker. Vaak werd vermeld dat de introductie van DCA wordt tegengewerkt door de farmaceutische industrie. Als gevolg van alle hype wordt DCA nu op allerlei sites te koop aangeboden, en op internetfora wordt veel gediscussieerd over de juiste dosis en het al of niet innemen samen met cafeïne. Als klap op de vuurpijl verscheen in De Pers een succesverhaal van een internist die claimt dat zijn uitgezaaide prostaatkanker is genezen dankzij DCA.

Is DCA dan echt een wondermiddel? Of toch niet? Uit een recent artikel in Cancer Letters blijkt dat DCA in een diermodel onder bepaalde omstandigheden darmkanker juist bevordert. Het wondermiddel lijkt niet te bestaan, maar dat neemt niet weg dat DCA potentie heeft. Michelakis heeft vorig jaar een kleine klinische studie met vijf patiënten met een moeilijk behandelbare hersentumor uitgevoerd. Drie van de vijf patiënten leken echt baat te hebben bij de behandeling, bovendien toonde de studie aan dat DCA tumorcellen daadwerkelijk aanzet tot apoptose. De studie suggereert ook dat de combinatie van DCA met bestaande chemotherapie nog effectiever is. Al met al is het zonde dat DCA niet in een grote klinische studie wordt getest. Michelakis vraagt ondertussen op zijn website om geld voor meer klinisch onderzoek. Het zou mooi zijn als er een filantroop opstond die een studie zou willen financieren die eindelijk uitsluitsel zou kunnen geven over wat DCA nu echt waard is.


Meer informatie op Michelakis’ website

www.dca.med.ualberta.ca/Home/index.cfm