Wonderlijk

De EU en haar burgers delen meer dan een weerbarstige relatie: hun beslissingen en wensen zijn te verklaren, maar vormen niet altijd een logisch geheel.

Als je op een rijtje zet wat er vorige week in vier dagen tijd in het Europa van de Unie werd besloten, krijg je een wonderlijk geheel. Streng en slap, bemoeizucht en wegkijken – het was er allemaal, naast elkaar. Zo kreeg de ene dag EU-lid Hongarije een officiële aanmaning uit Brussel omdat het een onderwijswet heeft aangenomen die in strijd zou zijn met het recht op onderwijs en de academische vrijheid. Terwijl twee dagen later de ministers van Buitenlandse Zaken besloten om de gesprekken over toetreding van Turkije tot de EU formeel voort te zetten, ook al staan de democratie en de persvrijheid in dat land ernstig onder druk en laat president Recep Tayyip Erdogan duizenden mensen ontslaan en gevangen zetten. Daarentegen besloten de EU-leiders de dag daarna unaniem om keihard met EU-lid Groot-Brittannië te zullen onderhandelen over de Brexit. Daar tussendoor heeft de EU-Commissie dan nog even voorgesteld om het vaderschapsverlof in alle lidstaten op minimaal tien dagen te zetten.

Alle beslissingen of acties zijn met EU-logica te verklaren, maar daarmee is het nog geen logisch geheel. In Brussel bestaat al langer zorg over de conservatieve regering in Hongarije van premier Viktor Orbán. De door hem ingediende onderwijswet, die er vooral op is gericht de universiteit van de Hongaars-Amerikaanse miljardair George Soros in Boedapest te sluiten, is niet de enige steen des aanstoots. Ook de persvrijheid en de gelijke rechten staan onder druk. Daarnaast weigert het land mee te doen aan de in de EU afgesproken herverdeling van asielzoekers.

Maar Orbán speculeert erop dat in de EU de soep niet zo heet gegeten zal worden als hij wordt opgediend. En dat hij heel ver kan gaan in het sollen met de waarden waarop Europa zegt trots te zijn.

Als voor het niet definitief willen stopzetten van de toetredingsgesprekken met Turkije geldt dat Brussel het land niet richting Rusland wil duwen, dan geldt dat laatste toch zeker ook voor lidstaat Hongarije. Als Turkije telkens weer een grens kan verleggen, weg van een democratische rechtsstaat, zonder dat de EU echt durft te zeggen nu is het over en uit, dan kan Hongarije dat ook. Turkije is weliswaar groter en strategisch belangrijker in de strijd tegen IS en voor de opvang – lees: het tegenhouden – van asielzoekers uit Syrië, maar de voormalige sovjetstaat Hongarije weer uit de EU laten gaan, dat zou strategisch ook niet aan te raden zijn.

De halfhartigheid in de EU waar Orbán op speculeert, is echter afwezig in Brussel als het gaat om Groot-Brittannië. Niet leuk dat de Britten weg willen uit Europa, maar als ze daar zelf voor kiezen, dan zullen ze het voelen ook, hebben de leiders van de overige 27 EU-landen besloten. Het is ironisch, maar blijkbaar moet je een goede vriend zijn van Europa, eentje die niet bedreigend is, niet direct de steven naar Rusland keert, niet de rechten van de mens met voeten treedt, om keihard te worden aangepakt.

Een goedkoop vertrek uit de EU zou andere lidstaten op een idee kunnen brengen

Hoe sterk die 27 EU-landen samen blijven optrekken, zal de komende twee jaar moeten blijken, de termijn waarbinnen volgens het Verdrag van Lissabon een Brexit geregeld moet zijn. Nu hebben de overige landen er nog belang bij om een gesloten front te vormen. Omdat ze allemaal willen opkomen voor de rechten van hun landgenoten die in Groot-Brittannië wonen en werken. En omdat ze allemaal willen dat Londen flink betaalt voor de Brexit. Een goedkoop vertrek zou andere lidstaten op een idee kunnen brengen. De steeds kleinere groep lidstaten zou dan bovendien voor steeds grotere kosten komen te staan.

Maar de handelsbelangen met Groot-Brittannië zouden per lidstaat wel eens dusdanig van elkaar kunnen verschillen dat Londen het front uit elkaar kan spelen. Vanuit dat oogpunt was het grappig om te zien in hoeveel lidstaten al de wijsvinger is opgestoken voor de herhuisvesting van twee EU-instituten die nu nog in Londen zijn gevestigd. Nederland deed dat trouwens ook.

En of het in Europa al niet onrustig genoeg is, of er al niet genoeg wordt getwijfeld over hoe ver Europa moet integreren en waar het zich mee mag bemoeien, kwam Brussel met een voorstel voor een minimum aantal dagen voor het vaderschapsverlof. Nederlandse vaders zouden bij die richtlijn weliswaar baat hebben – ze lopen ‘zelfs’ achter bij het vaderschapsverlof in Hongarije – op verdere bemoeienis vanuit Brussel met sociale wetgeving zit menige inwoner van een lidstaat niet te wachten.

Veel Fransen moeten bijvoorbeeld niet denken aan een hogere pensioenleeftijd en langere werkweken. Daar willen ze zelf, binnen hun eigen land, bij verkiezingen hun voorkeuren voor kunnen uitspreken. Het is niet voor niks dat presidentskandidaat Emmanuel Macron begin deze week zei de EU diepgaand te willen hervormen, omdat het anders tot een Frexit zou komen. Mogelijk was het bedoeld om tegenkandidaat en voorstander van een Frexit, Marine Le Pen, komende zondag bij de beslissende verkiezingsronde de wind uit de zeilen te nemen. Maar als Macron verstandig is, meent hij zijn opmerking dat er geluisterd moet worden naar de onvrede over het functioneren van Europa. En doet hij dat zelf ook als hij de nieuwe president wordt.

Dat zal ingewikkeld genoeg zijn. De EU-burgers zijn net als de EU en haar lidstaten, een wonderlijk geheel, niet altijd even logisch in hun opstelling en hun wensen. Maar daarmee nog niet te veronachtzamen.