Wonderlijke plek

In het nieuwe lyrische realisme kan zelfs de stilte onderwerp van verfijnde vormgeving zijn.

IN MIJN HERINNERING duikt af en toe een foto op die omstreeks 1952-1953 van mij gemaakt is door een schoolfotograaf. De prent zelf, glanzend bruingrijs en met een witte, gekartelde rand, kan ik niet meer vinden. Ik zat in de voorlaatste klas van wat gewoon de lagere school heette. Fotografie was toen iets bijzonders en nog lang niet, zoals nu, een internationale volkskunst. Toen wij dus zo'n jaar of elf waren, werden wij van schoolwege gefotografeerd zoals dat, geloof ik, ook gebeurd was toen we voor het eerst naar school gingen: momenten in een jongensleven. Maar de foto die ik me dus af en toe herinner was anders dan gewoon - want buiten gemaakt. In de zon kon de fotograaf dan zonder kunstmatige belichting een plaatje maken. Buiten had de fotograaf, hoor ik hem nog zeggen, een mooie plek gevonden. In de lintbebouwing langs de straat van platte, grijze klinkers, waar onze school lag, was er een stuk opengebleven, precies tegenover ons schoolplein. Eerst was daar braak land en beemd geweest maar een jaar of zo eerder waren ze begonnen met de voorbereiding van wat de moderne rondweg van Eindhoven zou worden. Door dat open gebied was een eerste tracé uitgezet dat vervolgens bedekt was met geelgrijs kiezelzand, zo schraal dat er niets zou kunnen gaan groeien. Dat moest daar eerst liggen en inklinken. Maar al die tijd hadden wij natuurlijk een soort strand waar klassikaal aan eenvoudige sport gedaan kon worden. Het terrein werd van de stoep afgescheiden door ijzerdraad gespannen tussen betonnen paaltjes. Precies daar, op de stoep en tegen dat draad, werd ik door de fotograaf neergezet - naar het zuiden gedraaid, vol in het zonlicht. Daar sta ik stug te poseren in het midden van het beeld: korte broek (padvindersriem), kniekousen, blouse met korte mouwen met daaroverheen een gebreide pullover en kort haar. Achter mij het zand en het ruwe veld en de donkere haag verder weg.
Als ik aan school denk, zie ik die foto voor me: geen bijzonder mooie plek maar wel een onuitwisbare; net als de plek, denk ik, die de kunstenaar Job Koelewijn heeft vereeuwigd in zijn melancholieke werk Jump. Dat is een houten container van zes meter breed, iets meer dan vier meter diep en bijna drie meter hoog. Daarin heeft hij met troebel water in plastic bakken een stukje sloot geconstrueerd met daarnaast, van plaggen, smalle stroken grasland. Rondom zijn de binnenwanden van de ruimte met spiegels bekleed zodat dit kleine arrangement van weiland en sloot, met koele verlichting, een weids polderlandschap laat zien, onpeilbaar als een fata morgana. Er is een smalle toegangsdeur. Op de foto hierbij wordt die, onvermijdelijk, meerdere keren gereflecteerd - met de fotograaf. Heel voorzichtig kun je als kijker ook in de container staan, alleen, met achter je de deur dicht. Aan je reflectie ontkom je niet. Je staat roerloos in het eindeloze en je kijkt bedremmeld naar jezelf in de spiegel. Ik zie mezelf staan zoals ik me herinner van de oude foto: een schriel jongetje op een wonderlijke plek.
Jump is ook een plek uit een jongensleven, een gereconstrueerde herinnering. Het is grond uit de omgeving van Spakenburg, waar Koelewijn is opgegroeid. Op een kaart kun je zien hoe door het drassige lage land daar aan de Zuiderzee overal smalle sloten lopen. In het zand in Eindhoven deden wij aan verspringen, maar daar bij Spakenburg was slootjespringen wat jongetjes deden. Dat is deel van de plek en de onvergetelijkheid ervan. Toen ik voor het eerst alleen in die container stond, werd ik er getroffen door de stilte van die omgeving. Nu zie ik dat in het nieuwe lyrische realisme zelfs de stilte zelf een onderwerp van precieze en verfijnde vormgeving kan zijn: One Cubic Meter of Broken Silence van Sarah van Sonsbeeck. Eerst was die glazen kubus in de oermaat van 1 x 1 x 1 meter ontworpen als de roerloze vorm van stilte. Nadat iemand, wie weet door de onverbiddelijkheid van de formulering gestoord, het glas geprobeerd had te verbrijzelen, werd het een beeld van gebroken stilte. Er is weinig toe te voegen aan de vreemde perfectie van het ding dat is wat het is. Ik noem dit realisme (en dat van Koelewijn) lyrisch omdat het zo dromerig is. Het is een realisme dat door het filter van de abstractie is geslepen en verfijnd en dat daarom in het geheel niet meer anekdotisch is.

PS Deze twee mooie werken zijn tot 4 maart te zien in de tentoonstelling De kracht van heden in De Paviljoens in Almere