Wondje open, wondje dicht

Nog overal te zien t/m 3 februari.
‘Ik doe niet aan woorden. Ik doe aan mezelf.’ Van het rijtje historische steden (Gysbreghts belegerd Amsterdam, Troje, Jeruzalem), en van het rijtje min of meer actuele belegeringen (Sarajevo, Kigali en Grozny) is de laatste stad het duidelijkst in haar naamgeving. Ze betekent gewoon: ‘verschrikkelijk’. De onbegrijpelijke verschrikkingen van 1994, 1995 (en verder), ze schreeuwen klaarblijkelijk om historische metaforen. Kennemers en Assyriers als kwaadaardige Serviers. Grieken en Trojanen die een grote troep maken voor de poorten van Troje, een stad waarvan nu nog slechts wat keien en een paar indringende verhalen en tragedies resten. Koos Terpstra laat in zijn Troje Trilogie de zoon van een van de helden naar Troje terugkeren. Hij komt thuis met een steentje uit Trojes muur.

Neoptolemos: ‘En dan sta je een tijd later met zo'n stuk steen in je handen. Een stukje van een heel beroemde muur. Het gaat erom, wat doe je d'r nu mee. Andromache? Waar zit het 'stop’- moment als je ergens middenin zit. Of zijn we een dom organisme dat altijd maar hetzelfde doet: jij doodt iemand, ik dood jou.’
Andromache is een oorlogsweduwe uit Troje. Haar verhaal wordt achterstevoren verteld. Eerst de lange nasleep, dan de droefenis van net na de beslissende slag, daarna zijn we midden in de slotfase van de oorlog zelf. Die omgekeerde verteltechniek maakt dat we als publiek niet zozeer verdwalen in de mechanismen van de historische strijd, maar vooral geconcentreerd kijken en luisteren naar de keuzen van eenzame stervelingen. Niet de esthetiek van het lijden wordt hier getoond, niet het studentencabaret van vastgeroeste krijgsheren, niet het geforceerde engagement van Troje als metafoor voor Gysbreghts Amsterdam, of Kigali, of Sarajevo. Maar vooral de keuzen van individuen. Of het machteloos ontbreken daarvan.
Een vrouw uit de rijen van de overwinnaars heeft ons zojuist onthuld dat zij Andromaches zoontje heeft laten doden. Dan ziet zij hoe Andromache door haar vader wordt afgetuigd. Ze komt tussenbeiden, stuurt haar vader weg, biedt Andromache een sigaret aan, en zegt: 'Ja Jezus! We zijn toch geen beesten!’ Dan herinnert Andromache zich hoe in haar jeugd een snoepje op een wondje werd gelegd. 'Handje open, handje dicht./ In ’t donker, in ’t licht./ Wondje open, wondje dicht.’ En de vrouw tegenover haar antwoordt: 'Iemand die je gewoon vastpakte en je hielp en dan ging het gewoon over.’ Ook een keuze. Zo simpel dus.
Andromache: 'Goden, dit is mijn offer, dit is mijn echte offer. Mijn offer. Kom maar op. Ik ben Andromache. Ik doe niet aan woorden. Ik doe aan mezelf. Kom maar op.’
Andromache staat drie tragedies lang tegenover eenzame stervelingen die het spel meespelen. Ze betrapt in Troje de moeder van haar man. Hecabe offert aan de goden. Haar verzoek is heel ingewikkeld. En heel simpel.
Hecabe: 'Ik wil vragen om helderheid. Ik begrijp niets meer. Ooit was alles duidelijk. Wist ik wat ik moest doen. Wie ik moest helpen en wie niet. Nu weet ik niet eens meer of helpen goed is. Ik vraag u om helderheid. Zodat ik weer als een mens kan leven.’
De vier uur durende Troje Trilogie is een leerstuk over keuzen. En over engagement. In deel een en deel twee (Andromache en Neoptolemos) weet het publiek constant meer dan de handelende personages. We rouwen om Andromaches gestorven zoontje, terwijl zij nog om zorg en aandacht voor het kind bedelt. In deel drie (Troje) is het debat over keuzen nog het enige wat er werkelijk toe doet: het onder ogen zien van de mogelijkheid om 'nee’ te zeggen. En met alle risico’s die daarna komen, te leven. Of proberen te leven. Andromaches man, Hector, is in Troje constant boos. Zijn woede is als blozen. Blozen ontstaat omdat je niet weet te kiezen tussen vluchten of vechten. Hector vecht en hij wil vluchten. En in zijn finale gevecht doet hij maar een ding: vluchten. Hector verwoordt de dilemma’s die maar geen keuzen willen worden in de Troje Trilogie het meest helder.
Hector: 'Het is gewoon een grote troep. Het enige wat ik weet is dat we dit moeten overleven. En voor de rest: ik kan niet eens denken. Ik zou ook graag gewoon eens gaan zitten, en het dan oplossen, maar als dat de manier was om dit soort dingen op te lossen, dan was het al lang opgelost, dat is dus de manier niet. Punt. Het moet ergens in die troep opgelost worden.’
De Troje Trilogie is een helder geschreven, prachtig geregisseerde en magistraal gespeelde tragedie. En hij gaat eigenlijk maar over een ding: de verwarring die uit haar voegen barst, ze moet ergens in die troep worden opgelost.