Wonen in woorden

Een Braziliaans literair hoogtepunt in één uur muziek weergeven, kan dat? Wel met vertaler/verteller August Willemsen en het Utrechtse Rosa Ensemble. Toegankelijk, zonder krekels en krakende zadels.

Het is linke soep om naar de bewerking van een lievelingswerk te gaan. Iedereen kent de teleurstelling en irritatie als op het filmdoek een favoriet boek om zeep wordt geholpen. Soms wordt je eigen verbeelding aan diggelen geslagen, bijna altijd wordt het origineel gesimplificeerd.
Met een mengeling van nieuwsgierigheid en wantrouwen ging ik daarom afgelopen weekend in de IJsbreker naar de première van Diepe wildernis, een muzikale voorstelling gebaseerd op Diepe wildernis: de wegen van de Braziliaanse schrijver JoaŸo GuimaraŸes Rosa, een boek dat onbetwist tot de hoogtepunten van de wereldliteratuur hoort.
Het feit dat August Willemsen, die dit immense epos heeft vertaald, zelf als verteller optrad was natuurlijk een geruststelling. Maar dan nog: hoe vat je een boek van 550 pagina’s in een uur tekst en muziek samen? Inderdaad geen beginnen aan, bleek al gauw.
Willemsen heeft een aantal fragmenten geselecteerd die in vogelvlucht de dramatische lijn weergeven. Dat verhaaltje is van ondergeschikt belang in het boek, maar het is een verdedigbare keuze voor deze voorstelling. Beter komt het prachtige taalgebruik van Rosa over. Dat weerspiegelt de melancholie van de hoofdpersoon Riobaldo (‘Wanneer ik ten strijde trek vraag ik mijn hart mee tot de strijd’), zijn liefde voor de natuur ('Ik kon die lucht wel slurpen’), de ontroering voor zijn kameraad Diadorim ('De smaak van honing komt wanneer men likt aan het woord’), de haat tegenover zijn vijand ('Hermógenes - onrein tot in de haren van zijn baard’) en zijn gelaten ontzetting tegenover geweld ('Je komt op het idee dat dit het einde van de wereld kan zijn’, zegt hij als een kudde paarden wordt afgeslacht). Deze fragmenten, soms zelfs louter losse zinnen, worden doorsneden door de muziek van Daniel Cross, slagwerker van het Utrechtse Rosa Ensemble. Cross is gelukkig niet in de valkuil gestapt de tekst te willen illustreren. Krekels, krakende zadels, leer dat over leer schuurt, een paard dat koud op zijn bit knabbelt - we horen het allemaal niet. Slechts eenmaal laat de accordeon de wind over de vlakte blazen.
Het duurt even voor de muziek zijn draai vindt in de voorstelling. In het begin klinken een paar kale tonen van de viool, de accordeon en het verdwaalde pizzicato van de harp. Ze blijven verloren in de ruimte hangen - het meeste lawaai maakt nog de zoemende luidspreker. Pas geleidelijk aan krijgt de muziek meer substantie, overigens zonder de tekst in de weg te zitten.
Het goede aan deze partituur is juist dat ze de woorden adem geeft. Ben je in een boek gewend door te lezen, nu schept de muziek ruimte tussen de zinnen en winnen die alleen maar aan betekenis. Het idioom van Daniel Cross is sympathiek: goed toegankelijk maar ook weer niet simplistisch. De muziek heeft de vorm van een suite die de tekst karakteriseert of becommentarieert. Zo wordt bijvoorbeeld de figuur van Diadorim neergezet in unisono loopjes van de saxofoon en het slagwerk: helder en energiek met een licht exotisch tintje.
In deze elegante, weinig pretentieuze aanpak detoneert het gebruik van een computerprogramma dat, gestuurd door de stem van August Willemsen, ter plekke nootjes op een beeldscherm genereert. Het voegt niets toe en doet erg would be aan.
En Willemsen zelf? Ondanks het feit dat zijn stem niet bijzonder bekoorlijk is, is hij de hoofdpersoon van de avond. Hij kent de tekst door en door, hij woont als het ware in de woorden en weet ijzingwekkende momenten te bewerkstelligen. 'Joca Ramiro is dood! Joca Ramiro is dood!’ schreeuwt hij luid. En haast fluisterend: 'Het was alsof alles ontplofte.’ Dat is muziek.