De mens als datastroom

Wonkr en de Gouden Eeuw van de Intuïtie

Na zeven aankopen weet Amazon of je homo bent of hetero. Het denkbeeldige kunstproject Wonkr brengt politieke voorkeuren in kaart. Ben ik hier onder vrienden of onder vijanden?

Medium 21 douglas 20coupland the 20living 20internet

Ik kijk naar apps als Grindr en Tinder en zie hoe zij onze sekscultuur hebben herschreven, door een seksueel landschap te creëren dat is gevuld met enorme hoeveelheden ongelooflijk expliciete, site-specifieke data. Verwonderd vraag ik me af waarom er geen app is die de politieke cultuur op dezelfde manier herschrijft. Ik geloof niet dat er zoiets bestaat. Daarom heb ik zelf maar zo’n app uitgevonden en die Wonkr genoemd – wat op een of andere manier passend lijkt voor een politiek getinte app. Ik heb de ‘e’ laten vallen om het meer als een app te laten klinken.

Wat doet Wonkr precies? Als je Wonkr op je telefoon zet, stelt de app je snel een reeks vragen over waar je in gelooft. Zodra er meer dan een paar mensen om je heen zijn (die ook Wonkr hebben geïnstalleerd), vertelt de app je iets over de mensen waarmee je de ruimte deelt. Je bent in een drukbezocht restaurant in Nashville en je kunt zien dat 73 procent van het publiek bestaat uit Republikeinen. Ga je naar de keuken, dan zie je dat 84 procent van de werknemers Democraat is. Je staat in een lift in Manhattan en hoe hoger je komt, des te sneller het percentage Democraten slinkt. Als je naar Duitsland of Frankrijk of waar dan ook gaat, stelt Wonkr zich in op de plaatselijke politiek.

Wat je moet onthouden is dat Wonkr alleen maar ‘aan’ gaat in menigten. Als je alleen thuis bent en de app ‘uit’ staat, kan niemand iets over je te weten komen. (Maar misschien wil je hem wel aan laten staan… Veel politieke mensen zijn op die manier exhibitionistisch.) Het is de taak van Wonkr om jou de politieke temperatuur van een drukke plek door te geven. ‘Ben ik hier onder vrienden of onder vijanden?’ Maar je kunt ook het bereik van de app veranderen. Je kunt er in plaats van de ruimte waar je in staat het hele blok of de hele stad of het hele land van maken. Wonkr is een app waarmee je meningen kunt peilen. Opiniepeilers hebben plotseling geen baan meer: Wonkr vertelt je – met verbazingwekkende nauwkeurigheid – wie wat vindt en waar ze dat doen.

Medium 12 slogans 20for 20the 2021st 20century detail

Hier is een interessant feit over politiek: mensen met een specifieke mening willen alleen maar samen zijn en praten met mensen die hetzelfde denken. Het is als met mijn ouders en Fox News… ik kan me niet voorstellen dat mijn ouders ooit zouden zeggen: ‘Wat? Bedoel je dat er vrijdenkers bij ons in de buurt wonen die er andere politieke overtuigingen op nahouden? Mijn God! Breng ze nu bij ons, en laten we een levendige en onbevooroordeelde dialoog hebben, waarna we allemaal afspreken dat we het vrolijk met elkaar oneens zijn… misschien zal onze mening zelfs veranderen!’ Als het aankomt op het delen van een ethos blijkt uit de geschiedenis dat hoe irrationeler een gedeelde mening is, des te beter.

Terug dan maar weer even naar Wonkr. Wonkr is een gratis app, maar waarom zou je geen bijdrage leveren door bijvoorbeeld 99 cent te betalen, zodat de app je louter in contact brengt met mensen die precies hetzelfde denken als jij. Onthoud, om Wonkr te kunnen gebruiken moet je een aantal betrekkelijk diepgaande vragen beantwoorden. Misschien wel 31 vragen, zoals bij het verbazingwekkend succesvolle eHarmony.com. Dating-algoritmen vertellen ons dat mensen die precies dezelfde mening hebben elkaar op de langere termijn zeer aantrekkelijk gaan vinden. Ga dus koffie drinken met je Wonkr-maatje. Voor nog eens 29 cent kun je samen naar ‘attack ads’ (persoonlijke aanvallen op politieke kandidaten in campagne-spotjes) kijken… Hoe kan Wonkr garanderen dat je geen onrust stokende vertegenwoordiger van de internet-generatie bent die zich voor marxist uitgeeft op een ukip-bijeenkomst? Antwoord: stop wat feedback in je app. Als je de indruk hebt dat iemand niet helemaal te vertrouwen is, moet je dat gewoon aan Wonkr vertellen. Na een paar van dergelijke mededelingen zullen geospecifieke algoritmen de oplichter snel ontmaskeren. Het werkt net als bij Uber: jij beoordeelt hen en zij beoordelen jou. Makkelijk zat.

Wat we hier bespreken is de creatie van ‘data pools’ die tot voor kort buitengewoon moeilijk en duur waren om samen te stellen. Maar vroeg of laat zullen we allemaal in dit soort gegevens verdrinken. Ze zullen op vrijwillige basis in grote hoeveelheden worden verzameld (gebruikmakend van het Wonkr-, Tindr- of Grindr-model) – of op onvrijwillige basis, dan wel via het doorzoeken van andere soorten gegevens: je bezoek aan een cannabis-shop in Seattle; je donatie aan het Dierenbevrijdingsfront; het draaihek waar je doorheen bent gelopen bij een voetbalwedstrijd – bijna alles kan in data – of metadata – worden omgezet, om te worden verwerkt door computers. Vrij treffend zou je kunnen stellen dat data plus machine-intelligentie neerkomt op Kunstmatige Intuïtie.

Kunstmatige Intuïtie is wat er gebeurt als een computer en zijn software naar gegevens kijken en die analyseren met behulp van rekenkracht die de menselijke intuïtie zo goed mogelijk nabootst: taal, hiërarchisch denken – zelfs spiritueel en religieus denken. De denkende machines zijn met opzet ontworpen om menselijke neurale netwerken na te bootsen; aan elkaar gekoppeld vormen ze steeds grotere kunstmatige neurale netwerken. Dat klinkt eng… en misschien is dat het ook (of juist niet). Maar het gebeurt nú, met een verbijsterende snelheid, en het is de ware, ondubbelzinnige en onbetwistbare menselijke toekomst.

Dus laten we het weer over Wonkr hebben. Wonkr bestaat misschien al, in eenvoudige vorm. Na zeven aankopen weet Amazon of je homo of hetero bent. Een paar simpele algoritmen, toegepast op je alledaagse gegevens (in feite louter je internet-data), kunnen je politieke standpunten onthullen. Als je, vanuit het perspectief van een opiniepeiler, eenmaal bent gecategoriseerd, blijf je dat ook. Vanaf dat moment zijn politici alleen nog in je geïnteresseerd als je een zwevende kiezer bent.

Politieke gegevens zijn waardevol. Momenteel worden ze slecht verzameld en niet zonder meer goed begrepen, en er zijn in de wereld niet veel andere dingen die zó snel verouderen. Je kunt proberen politieke gegevens te ontlenen aan consumentengedrag, maar jouw keuze voor een bepaald soort boter of margarine zal niet bepaald behulpzaam zijn bij het vaststellen van je politieke voorkeur. Maar wacht eens even. Eigenlijk zou het juist zeer behulpzaam kunnen zijn. Wat je hebt gekocht en waar je het hebt gekocht kan verbazingwekkende feiten aan het licht brengen over wie jij bent.

Met Wonkr zou de eeuwenlange, kostbare droogte op het gebied van politieke opiniepeilingen tot het verleden behoren; er zouden nu juist enorme hoeveelheden data zijn. Dus waarom zouden we de app tot de politiek beperken? Wat zou Wonkr-gebruikers er bijvoorbeeld van weerhouden hun gegevens aan te vullen met die van een app, genaamd Believr, die naar religieuze overtuigingen kijkt? Bij Believr zou de machine-intelligentie relatief simpel zijn. Waar gelooft iemand in (of niet), en hoe intensief? En stel je voor dat er een app zou zijn waarmee je iemands machtshonger binnen een organisatie kunt meten – laten we die Hungr noemen, een app die gegevens over het gedrag vergelijkt met die van Wonkr, Believr, Grindr en Tindr. In extremis zou deze hele familie van apps de ultieme demografische Klondike kunnen worden. Wat begon als een verzameling relatief onschuldige, grappige apps zou de toekomst van groepsgedrag en individueel gedrag kunnen worden.

Wonkr (en Believr en Hungr en alle andere) zijn alleen maar denkbeeldige voorbeelden van de manier waarop Kunstmatige Intuïtie kan worden uitgebreid en versneld in een mate die wetenschappelijk en medisch shockerend is. Toch is deze machine-intelligentie zich al aan het vormen, en het is niet louter zoiets eenvoudigs als Amazon dat je boeken aanraadt die je waarschijnlijk graag zou willen lezen, op basis van het boek dat je zojuist hebt gekocht (de aangeraden boeken zijn vaak veel beter dan het boek dat je zojuist hebt gekocht). Kunstmatige Intuïtie-systemen duwen ons al zachtjes in de richting die hun programmeurs voor ons voor ogen hadden. Vlieg je geen business class? Je bent lang. Waarom geef je geen 29 dollar extra uit voor wat beenruimte? Raad eens – Jimmy Buffet heeft een nieuwe single, en je moet dat Tommy Bahama-shirt eens goed bekijken dat hij op zijn avatar-foto aan heeft. Het spijt me, maar dat is de derde keer dat je een verkeerd wachtwoord hebt ingevuld; ik zal je isp voortaan moeten blokkeren, maar als je wilt upgraden naar een Dell-vriendelijk veiligheidssysteem, klik dan op de smiley rechts…

Hoeveel data genereer ik door niets te doen, behalve te bestaan als winbaar goudklompje in de Cloud?

Niets van wat je zojuist hebt gelezen komt als een echte verrassing. Toch zou het twintig jaar geleden futuristisch hebben geklonken, en onwaarschijnlijk en op een bepaalde manier overkomelijk, omdat jij dit alles heel goed als triviale commerciële boodschappen had kunnen ontmaskeren en dientengevolge had kunnen negeren. Maar wat ze je twintig jaar geleden niet hadden kunnen vertellen is hoe saai en intens en meedogenloos deze kapitalistische micro-aanslagen zijn, vanuit alle richtingen, op alle momenten dat je wakker bent, en hoe ze, twintig jaar later, alleen maar intenser, doelgerichter, meedogenlozer en immens veel saaier zouden worden. Dat is de toekomst en als we erbij stilstaan krullen onze tenen zich tot vuisten in onze schoenen. Het gaat gebeuren. We staan op de drempel van de Gouden Eeuw van de Intuïtie, en het is afschuwelijk.

Medium 13 slogans 20for 20the 2021st 20century detail

Ik vraag me wel eens af hoeveel data ik genereer. Daarmee bedoel ik: hoeveel data genereer ik door hier gewoon in een stoel te zitten en niets te doen, behalve te bestaan als een cel binnen een willekeurig aantal mondiale spreadsheets en ook als winbaar goudklompje in mondiale geheugenopslagsystemen – in de Cloud, vermoed ik (ja, de Cloud!).

Heb ik vandaag online een vliegticket gekocht? Heb ik een snelheidsboete gekregen? Is mijn paspoort stilletjes verlopen? Lees ik onbewust een statistisch onevenredig groot aantal artikelen over kanker? Raakt mijn favoriete shirt gerafeld en moet het misschien worden vervangen? Heb ik iets met korte blondines? Gaat mijn grammatica achteruit op een manier die duidt op een bepaalde vorm van dementie? In 1998 heb ik een boek geschreven waarin een individu dat bij de Trojan Nuclear Power Plant in Oregon werkt wordt opgespoord met behulp van een _‘mis-spellcheck’-_programma, dat heeft geleerd hoe gebruikers woorden verkeerd spellen. Het kon mijn personage vertellen of ze haar vingernagels moest knippen en wanneer ze ongesteld zou worden, maar het werd ook gebruikt om haar op te sporen terwijl ze online in een café zat te schrijven. Daar had ik destijds woorden over met een redacteur die beweerde: ‘Dit soort programma’s is eenvoudigweg onmogelijk. Die kun je niet gebruiken. Je zou alleen maar dom uit de hoek komen!’ In 2015 kun je waarschijnlijk zo’n programma als app van 49 cent in de iTunes-store kopen … of de Misspellcheck Pro voor nog eens 99 cent upgraden.

Wat een vreemde wereld is dit. Hij doet je verlangen naar de wereld vóór dna en het internet, een wereld waarin mensen nog écht konden verdwijnen. De Unabomber – Theodore ‘Ted’ Kaczynski — lijkt de ‘poster boy’ van dat verlangen. Hij had letterlijk geen datastroom, afgezien van zijn bommen en zijn manifest, dat hem uiteindelijk tegen de lamp heeft doen lopen. Hoe? Hij beloofde The New York Times dat hij zou ophouden met het versturen van bombrieven als de krant zijn manifest zou publiceren, wat ook gebeurde. En toen herkende zijn broer zijn schrijfstijl en gaf hem aan bij de fbi. Machine-intelligentie – Kunstmatige Intuïtie – gebaseerd op de herkenning van taalstructuren, zou de schrijfstijl van Kaczynski binnen een seconde hebben herkend.

Kaczynski deed heel erg zijn best om te verdwijnen, maar hij werd in de jaren negentig in de kraag gevat, even vóór de data-explosie. Zou hij vandaag de dag ook nog kunnen bestaan? Zou hij zichzelf anno 2015 nog kunnen laten verdwijnen? Je kunt tegenwoordig nog steeds in een raamloze hut wonen, maar je kunt dat niet langer anoniem doen. Zelfs het paadje naar je schuilplaats zou op Google Maps staan (kijk, je kunt een stapel rode kerosinevaten op een satellietfoto zien). Je metadatastroom zou misschien klein zijn, maar zich toch nog steeds manifesteren op een manier die vroeger niet mogelijk was. En kennen we niet allemaal verdwenen familieleden of voormalige vrienden die hard hun best doen om niet online aanwezig te zijn? Die manier van jezelf verbergen zal snel genoeg verleden tijd zijn. Dank je, machine-intelligentie.

Maar wacht eens even. Waarom zien we data en metadata als negatief? Misschien zijn metadata wel goed, en misschien leiden ze wel op een of andere manier tot een meer gefocust bestaan. Misschien gaan metadata in de toekomst wel ons nieuwe puntensysteem voor ‘frequent flyers’ worden. Eindeloos linken en embedden kan dan worden verhuld als iets grappigs of als iets praktisch. Of als loyaliteit. Of als onderdanigheid. Afgelopen winter zat ik tijdens een diner tegenover de vice-president van de op één na grootste loyaliteitsmanagementfirma van Noord-Amerika (leg dat eens uit aan Karl Marx), het hoofd van de divisie voor luchtvaartloyaliteit. Ik vroeg hem wat de beste manier was om punten te gebruiken. Hij zei: ‘Het enige waar je de punten nooit voor moet gebruiken is vliegen. Alleen een loser gebruikt zijn punten voor het maken van reisjes. Het kost het bedrijf in wezen niets, terwijl je er enorme hoeveelheden punten voor nodig hebt. Gebruik je punten dus om spullen te kopen, en als er niets te kopen valt’ (wat meestal het geval is: het zijn louter barbecues, leren tassen en nepjuwelen) ‘moet je je punten inwisselen voor gift cards bij winkels waar ze spullen verkopen die je wilt hebben. Maar gebruik ze in hemelsnaam niet om te vliegen. Dan kun je ze net zo goed door de wc spoelen.’

Ik ben blij dat ik het vroeg.

En wat zullen toekomstige loyaliteitsgegevens de donoren opleveren, behalve barbecues en vakanties? Toegang tot business class internet? Medicijnen op recept uit Europa, en niet uit China? Misschien kunnen de punten meetellen voor gemeenschapsdiensten?

Wie zouden die nieuwe entiteiten zijn die al jouw metadata willen hebben? Je kunt zeggen: bedrijven. We hebben allemaal geleerd automatisch aan bedrijven te denken als we aan iets sinisters denken, maar de term ‘bedrijf’ voelt nu ietwat ‘Adbusterig’ aan en als ongeschikt voor de omgang met onze nieuwe 21ste-eeuwse bedrijfsgekte. Laten we in plaats daarvan de term ‘Cheney’ gebruiken. Er zijn heel wat Cheneys, en die willen allemaal jouw data, wat ze er ook mee gaan doen. Als we ervan uitgaan dat die Cheneys de moed niet hebben om jou feitelijk te doden of gevangen te zetten om jouw data te pakken te krijgen, hoe gaan ze die dan verzamelen, al is het maar semi-vrijwillig? Hoe krijgt een Cheney het voor elkaar mensen aan jouw loyaliteitsprogramma te laten meedoen (datagaring in vermomming) in plaats van er wantrouwend tegenover te staan?

Hier is een idee: wat als de verzameling van metadata zou veranderen van iets engs in iets wat in wezen wenselijk en vrijwillig is? Hoe zou je dat doen en wat zou het zijn? Dus nu heb ik de metadata-versie van Wonkr uitgevonden, en die heb ik een rare naam geven: ‘Freedom Points’. Wat zijn Freedom Points? Iedere keer dat je data genereert, in welke vorm ook, verzamel je meer Freedom Points. Sommige data zijn waardevoller dan andere, dus de punten zouden dienovereenkomstig moeten worden gerangschikt: een reisje naar Moskou moet bijvoorbeeld een miljoen maal méér punten waard zijn dan je bezoek aan Albert Heijn.

Welnu, waartoe stellen Freedom Points je in staat? Freedom Points laten je je vrijheid uitoefenen, je rechten en je burgerschap, op een frisse en moderne manier: je krijgt er het recht door extra geweren mee te nemen naar een diner in je plaatselijke restaurant. Een bepaald aantal Freedom Points zou je het recht geven delen van je strafblad te wissen – of je kunt ze gebruiken om minder uren gemeenschapsdienst te hoeven doen. En Freedom Points gaan over mega-kapitalisme, iedereen is erbij betrokken, zelfs de maïsindustrie – vooral de maïsindustrie. Big Corn. Big Genetically Modified Corn. Gebruik je Freedom Points om korting te krijgen op je bezoek aan een diabeteskliniek.

Over een paar jaar ben jij overbodig geworden. Dan zal er een ­gedematerialiseerd duplicaat van je zijn

Met Freedom Points is het zo dat als je er maar twaalf seconden aan denkt, je beseft dat ze de magische glans van onvermijdelijkheid hebben. Het idee is gewoon te dom om te kunnen mislukken. Het grotere plaatje is dat je steeds meer data moet blijven genereren om jezelf steeds dieper in te bedden in de mondiale gemeenschap. Als in een nieuwe vergelijking betekent méér data méér persoonlijke vrijheid.

Op dit moment houdt Kunstmatige Intuïtie niets méér in dan dat jij en de Cloud een simpel dansje uitvoeren met wat eenvoudige algoritmen. Maar binnenkort zal ieders dans met de Cloud op hetzelfde moment plaatsvinden in een kosmische cyber-ballroom, en zal ieders datastroom communiceren met die van alle anderen, en zullen ze het over jou hebben: wat heb jij vandaag gekocht? Wat heb je gedronken, gegeten, uitgepoept, geïnhaleerd, gezien, ontvriend, gelezen, overwogen, afgewezen en aangesproken, waar heb je over geglimlacht, waar ben je nostalgisch of boos over geworden, waar heb je naar gelinkt, wat heb je geliked en waar ben je op klaargekomen? Sla al deze alledaagse gegevens op in de matrices van Wonkr, Believr, Grindr, Tindr en andere, en plotseling word jij als persoon, of als groep mensen, iets wat heel makkelijk voorspeld, beïnvloed en gekopieerd kan worden.

Verbind deze nieuwe machine-intelligentie met een paar slimme 3D-graphics waarin je lichaamskenmerken en je voorkomen zijn verwerkt, en over een paar jaar ben jij min of meer overbodig geworden. Dan zal er een gedematerialiseerd duplicaat van je zijn. Hoewel dit angstwekkend is zal je synthetische dubbelganger, je gekopieerde meta-identiteit, niet proberen je te vermoorden, maar je er slechts toe proberen te verleiden bij de Bijenkorf een poloshirt te kopen in kleuren die bij je passen.

Dit alles veronderstelt dat de opkomst van machine-intelligentie volledig onder auspiciën van het kapitalisme zal plaatsvinden. Maar wat als de opkomst zich zal voltrekken onder de vleugels van de theologie of een politieke ideologie? Op politiek gebied kunnen we een interessant scenario tot ontwikkeling zien komen in Europa, waar Google veruit de dominante zoekmachine is. Interessant is dat mensen vrij zijn om Ya oo of Bing te gebruiken, maar dat zij ervoor kiezen om vast te houden aan Google en zich vervolgens zorgen maken dat Google te machtig wordt – wat een ongebruikelijke relatiedynamiek is, zoals bij een oud getrouwd stel. Misschien moet Google worden opgedeeld in een paar baby-Googles. Maar nee, hoe doe je dat met een zoekmachine? AT werd in 1982 opgebroken in zeven min of meer regionale entiteiten, maar dat lukt echt niet met een zoekmachine. Krijgt Duitsland dan het gamen, Frankrijk de porno, Nederland de handel? Het is geen koek die je zomaar in stukjes kunt snijden.

Het is nu ook niet echt de tijd om deze ongelijkheid op het gebied van zoekmachines te repareren. De tijd om dat te doen was twintig jaar geleden, en het enige land dat het goed heeft gedaan was China, dat nu zijn eigen zoekmachine en sociale netwerksites heeft. Maar als de Britse of Spaanse regering – of enige andere – zou zeggen: ‘Oké, we bouwen onze eigen nationale zoekmachine’, dan zou dat op een of andere manier veel enger zijn dan wanneer een particulier bedrijf de zaken runt. (Als je paranoia wilt, laat je regering dan controleren waar je wel en geen toegang toe hebt – wat ongeveer de situatie in China is. Ironie!)

De tendens in theocratieën zou vrijwel onveranderlijk in de richting van een intensieve censuur gaan, met een extreem beperkte toegang en een machine-intelligentie die voortdurend bezig zou zijn het systeem af te schuimen, op zoek naar afvalligheid en afwijkende meningen. De Amerikanen proberen daarentegen wanhopig een systeem te implementeren om informatie te gelde te maken op dezelfde manier als ze dat met geneesmiddelen, landbouw, voedsel en criminaliteit hebben gedaan. Je krijgt bijna tranen in je ogen als je naar de Noord-Koreanen kijkt, wier neuronen nog zodanig moeten worden bewerkt dat ze in een natie van klik-junkies veranderen. Maar zelfs als ze nu al een internet zouden hebben, zouden ze maar één site kunnen bezoeken: gloriousleader.nk.

Ter samenvatting: iedereen wil in principe toegang tot en controle over wat je wil worden, als fysieke en als metadata-entiteit. We zijn ook op weg naar een wereld van betonnen muren die een aantal niche-geloven omgeven. Op onze reis zien we dat de machine-intelligentie steeds intelligenter wordt, terwijl we als samenleving zien hoe de ene beroepsgroep na de andere systematisch uit de arbeidspool wordt gelicht. (Doug’s Law: een app is louter succesvol als hij een heleboel mensen werkloos maakt.)

De donkerste gedachte van allemaal zou deze kunnen zijn: het doet er niet toe hoeveel politiek er wordt toegepast op het internet en aanverwante technologieën, het zou eenvoudigweg wel eens veel te laat kunnen zijn om de toekomst nog te veranderen. Het internet gaat met ons doen wat het met ons gaat doen, en ongeacht de menselijke wil zal dezelfde eindtoestand worden bereikt. Slik.

Willen we dan ten minste vrije toegang hebben tot alles op het internet? Ja, natuurlijk. Maar het is belangrijk om te bedenken dat als een vrijheid van je internetmenu wordt verwijderd die nooit meer terug zal komen. Het politieke systeem haalt alleen maar online-opties weg – er komen er nooit bij. De hoeveelheid internetvrijheid die we nu hebben is de grootste die we ooit zullen krijgen. Als onze levens een film zijn, is dit het punt waarop het toekomstige publiek naar het scherm roept: ‘In hemelsnaam, laten we net zoveel porno, smeerlapperij en medische adviezen en blogs en films en tv-programma’s en wat niet al uploaden als we kunnen! Het gaat niet veel langer duren!’ En dat zal ook zo zijn.

Vertaling: Menno Grootveld

Bit Rot

Wonkr van kunstenaar en schrijver (onder meer Generation X: Tales for an Accelerated Culture, Shampoo Planet en Microserfs) Douglas Coupland (CA) is onderdeel van Bit Rot, een bundel van nieuwe en bestaande verhalen en essays die zijn samengesteld en geschreven door de kunstenaar. Bit Rot is gepubliceerd door Witte de With Publishers en verschijnt ter gelegenheid van Couplands gelijknamige tentoonstelling bij Witte de With Center for Contemporary Art, nog te zien tot 3 januari.

Beeld: Installatie van de tentoonstelling Bit Rot van Douglas Coupland. Op de muur het werk Deep Face, verwijzend naar het gezichtsherkenningsproject DeepFace van Facebook waarbij miljoenen foto’s onder andere uit Amerikaanse jaarboeken worden gescand met behulp van algoritmen

Foto: Cassander Eeftinck-Schattenkerk / Witte de With Center for Contemporary Art
Courtesy de kunstenaar / Vancouver Art Gallery
Courtesy de kunstenaar / Vancouver Art Gallery