Woongriep

VERHUISDOZEN staan tot het plafond opgestapeld. Alleen elementaire zaken als voedsel en kleding zijn nog op vertrouwde plaatsen te vinden. Door de verdwenen huiselijkheid in het Amsterdamse grachtenpand dringt het ansichtkaartachtige uitzicht zich nog genadelozer op. Ondergaande zon legt een roze gloed rond het schip van de Noorderkerk. Vanonder een brug over de Brouwersgracht komt een rondvaartboot te voorschijn.

Dr. Saskia Poldervaart, coördinator van de werkgroep Vrouwenstudies van de Universiteit van Amsterdam, is dé autoriteit op het gebied van woongroepen. Ze schreef het boek Huishouden in de woongroep (1983) en promoveerde in 1993 op het utopisch socialisme, een ideologie in zwang in menige woongroep. Juli 1998 organiseerde ze als presidente van de International Communal Studies Association een congres met als thema Utopian Communities.
Bij afstandelijk wetenschappelijk beschouwen bleef het niet. Heilig overtuigd van een totaler leven in de commune meldde Poldervaart zich eind jaren zeventig aan bij de woongroep waar ze lange tijd deel van zou uitmaken. Begin deze maand is daar na 21 jaar abrupt een einde aan gekomen. Poldervaart is door de andere woongroepbewoners op straat gegooid.
In een interview met Geert Mak, in De Groene van augustus 1983, leek ze heel gelukkig met haar groep. Hoewel ze toen ook al moest bekennen dat het allemaal zo optimaal niet functioneerde. ‘Wat we hier nu hebben noem ik in mijn onderzoek een minimale woongroep’, tekende Mak op uit haar mond. 'Onder mijn definitie van woongroep zou het nog net vallen, maar wel helemaal aan de onderkant: we eten bijvoorbeeld maar eens in de week gemeenschappelijk.’ En: 'Na een week kreeg eenhoog van de familie een prachtige automatische wasmachine, en die bleef mooi op eenhoog staan.’
WE DRINKEN koffie aan een houten tafel in de kale huiskamer. Het ging heel sluipend, vertelt ze, maar uiteindelijk waren ze allemaal tegen haar. De mevrouw van tweehoog bijvoorbeeld, was een heel leuk spontaan iemand waar gezellig mee te kletsen viel. Totdat ze in de ban van New Age raakte. Poldervaart: 'Kwam ik thuis, liep ik de trap op. Vloog ineens haar deur open. “Je spreekt in tongen”, brulde ze. “In tongen? Wat bedoel je?” zei ik. Smeet ze de deur dicht. Zonde, zo'n lieve vrouw. Ze heeft een kindje waar Sally (Poldervaarts dochter - jvc) altijd mee speelde. Dat mocht ineens niet meer. Op haar verjaardag had ik een cadeau voor de deur gelegd. Kreeg ik terug met een briefje: nee bedankt, er gaan negatieve krachtenvelden van jou uit.’
De mevrouw van vierhoog was met New Age begonnen. Poldervaart: 'Via de feministische beweging, waar ik haar had leren kennen, is zij van vierhoog geïnteresseerd geraakt in hekserij en spiritisme. Zei ze: ik ben al één. Eén met de aarde. Ik ben niet alleen, maar al één. Na haar bevlieging is ze New Age-cursussen gaan geven op haar buitenhuizen, bij Nijmegen en op de Canarische eilanden.’
Het gedwongen vertrek heeft Poldervaart niet alleen privé maar ook professioneel erg aangegrepen. Per slot van rekening is het haar eigen vakgebied waarbinnen het drama zich voltrokken heeft. Poldervaart: 'Ik heb me het hoofd gebroken over hoe dit kon en wat te doen. Ik heb honderden woongroepen onderzocht. Daar waren extreme, politieke groepen bij. Maar dat zich zoals hier zo duidelijk een autoritaire in plaats van anti-autoritaire lijn ontwikkelt, dat ben ik nergens tegengekomen.’
Ze zette al haar kennis en vaardigheden in om de situatie weer recht te buigen. 'Ik probeerde ze duidelijk te maken dat je zo niet met elkaar omgaat in een woongroep. In een woongroep leg je niemand iets op. Je discussieert er. Je bent er flexibel en ondogmatisch. Je zegt niet: dit is mijn fietsenrek, daar mag geen fiets van jou bij.’ Ze kon uitleggen tot ze een ons woog. 'Het werd steeds erger. De meneer van vierhoog kwam scheldend het huis binnenstormen om mijn tv zachter te zetten. Ik had de deur gewoon open, ze mochten best suiker komen lenen. Zelf heeft hij drie sloten op zijn deur. Ik ben er op zeker moment boven gaan staan. Heb hun vuilnis wél gewoon buiten gezet, hun post wél gewoon gesorteerd.’
SALLY (19) komt bij ons aan tafel zitten. Op een dag is het zo uit de hand gelopen dat Sally door de meneer van vierhoog van de trap werd gegooid. Sally: 'Het was zaterdagavond. Ik had drie vriendinnen uitgenodigd. We rookten een stickie, dat mag alleen in de weekenden. Begon hij keihard te stampen. Zo hard dat er kalk van het plafond viel. Toen ben ik naar boven gelopen om te vragen wat hij had. Hij kwam naar buiten en duwde me de trap af, ik kon me maar net vastgrijpen. Hij duwde opnieuw. Gelukkig konden die vriendinnen me opvangen. Ik was helemaal in shock. De politie kwam. Hij zei dat hij de hasj door z'n vloer kon ruiken, echt gelul.’
De eetgroep was toen allang opgeheven. En Gemma, die meemoeder was van Sally en Poldervaarts laatste vertrouweling in het huis, was eruitgezet. Door diezelfde man van vierhoog, bij wie ze onderhuurde. Op de vergaderingen kwam Poldervaart ook niet meer. Vooraf hadden de andere bewoners alles al besproken. Zo werd unaniem besloten haar de toegang tot de gemeenschappelijke kelders te ontzeggen.
Poldervaart: 'Op eenhoog woont de vriend van de mevrouw van tweehoog. Hij heeft een atelier en zou er last van hebben. Hij noemt zich kunstschilder. Het is een verbitterde Argentijnse macho. Heeft het altijd over het fascistische Nederlandje. Hij kan zijn schilderijen aan de straatstenen niet kwijt. Ik heb wat vrienden in kunstkringen. Toen we nog met elkaar spraken, vroeg ik hem of hij wilde dat ik hem ergens introduceerde, zodat hij misschien bij een galerie terecht kon komen. Dat ik, een vrouw, dat tegen hem durfde te zeggen.’
Eenhoog, tweehoog en vierhoog kondigden aan een rechtszaak tegen haar te beginnen. Poldervaart dacht, kom maar op, je krijgt iemand niet zomaar uit z'n huis. Maar in juli 1997 kwam er een dagvaarding. De aanklacht was dat er door toedoen van haar een onhoudbare situatie was ontstaan.
In mei 1998 kwam de zaak voor de rechter. Poldervaart: 'De rechter zat verveeld te kijken. Ineens zei hij: het is duidelijk. Drie tegen een. De situatie is onleefbaar, het gaat me niet om schuld. Het had opgelost kunnen zijn als de anderen in hun buitenhuizen waren gaan wonen, grapte hij nog.’ Poldervaart werd in het ongelijk gesteld en moest de groep zo snel mogelijk verlaten.
IN HET trappenhuis heerst de stilte van een klooster. Op de bel bij vierhoog reageert niemand. Tweehoog en eenhoog doen ook niet open. Vierhoog neemt wel de telefoon op. 'Wat? Is ze nu ook al naar de pers gestapt? Nee, geen commentaar.’ Hun advocaat, J. Bertrams, laat weten: 'Door haar kon de woongroep niet tot bloei komen. Ze nam meer dan ze gaf. Het is wat wrang dat mevrouw Poldervaart op straat is komen te staan, maar het was de enige oplossing.’
Het gekke is dat Poldervaart ondanks de hele affaire hartgrondig in woongroepen blijft geloven. 'Het bij elkaar terecht kunnen, samen eten zodat ieder maar één keer in de week hoeft te koken, elkaar helpen met kinderopvang - het is voor vrouwen ideaal. In een heteroseksuele tweerelatie heeft de vrouw het nog altijd moeilijk. In een woongroep krijgt ze ondersteuning.’
Poldervaart gelooft niet dat haar geval het zoveelste bewijs is van de definitieve Werdegang van het fenomeen woongroep. 'Het aantal woongroepen is niet meer dan in de jaren zeventig. Toch vind je er in Amsterdam nog zo'n drieduizend en in Nijmegen nog wel meer. Het zal blijven als kritiek op de beperkte tweerelatie. Niet van: de kinderen van de buren kunnen doodvallen. Dat is typisch deze tijd, no-nonsense en minder gemeenschappelijk. Er zijn er nog velen die een alternatief willen voor het wonen in gezinsverband. Het gezin functioneert onbevredigend, je ziet het aan de echtscheidingen en neurosen die ontstaan.’ Poldervaart en haar dochter hebben inmiddels een huisje in de Jordaan gevonden.