Woongroepen

De mij sympathieke Joris van Casteren heeft (in De Groene van 9 december) een teleurstellend stuk geschreven.

Toen hij mij benaderde was mijn inzet om mensen die in gemeenschappelijk eigendom wonen (en allen een eigenaarsaandeel in het huis hebben) te waarschuwen. Want, zoals in mijn geval blijkt, kan bij gemeenschappelijk eigendom iedere willekeurige meerderheid naar de rechter stappen en zeggen dat een willekeurige minderheid hun niet bevalt en dus wegmoet. Zelfs als, zoals in mijn minimale woongroep, volgens de onderlinge overeenkomst besluiten alleen met algemene stemmen genomen kunnen worden en dus niemand zijn/haar huis uitgezet kan worden. Want de rechter ging er eenvoudigweg van uit dat hij niet kon nagaan wie gelijk had, maar dat ik en mijn dochter nu eenmaal een minderheid vormden. Dit betekent dus dat je als mede-eigenaar kennelijk geen woonrechten hebt (ik woonde reeds 21 jaar in dat pand). Omdat de anderen niet wilden splitsen, was mijn grachtenetage (met het mooiste uitzicht van Amsterdam) ook niet veel waard en heb ik een hoge hypotheek moeten nemen om een huis met veel minder waarde te kunnen kopen. Het ging mij erom deze absurde situatie aan de kaak te stellen, niet om een ruzie in een woongroep weer te geven (waarbij mij tevens woorden in de mond zijn gelegd die ik niet geuit heb). Hoe met de pers om te gaan om zulke misvattingen te voorkomen? Amsterdam, SASKIA POLDERVAART