Woord voor wenkbrauw

Het draaide alles om cirkels. Was mijn voorlopige conclusie. De zojuist ingetreden kalmte deed mij eens te meer overwegen de reden van onze komst, waarvan ik nogal eigenzinnig de woordvoerder wenste te zijn, in gepaste termen kenbaar te maken.

Terwijl ik trachtte op het Latijnse woord voor wenkbrauw te komen en mijzelf tegelijkertijd voorhield zowel het woord bier als glas helemaal te vermijden, onderbreekt de schone nachtwaakster haar dansoefening en zegt: ‘Komt u maar mee.’ Alleen tegen de bebloede jongeman uiteraard, die er bij dit veel verhullend vage licht opvallend vroeg-expressionistisch uitziet, en leidt hem aan haar arm de praktijkruimte binnen. Alhoewel ik in de verte nog een oppernachtzuster waarneem, die zich gedragen weet op de schouders van twee met de neusgaten aan elkaar vastgenaaide illegale tegenvoeters, was vanaf dat moment het ziekenhuis het ziekenhuis niet meer. Maar wat dan wel? Een eiland. Dat klinkt altijd mooi. Een mens vergelijken met een eiland klinkt nog mooier. Inmiddels alom geaccepteerd. Uit de Engelse taal. Zal wel weer Kipling zijn. Wijsneus. Een ziekenhuis kan ook een eiland zijn. Soms. Zelfs een ui zou een eiland kunnen zijn. Eens bevond ik mij op een uivormig eiland. Eens. Anderen spraken mij ooit van een eivormig uiland. Ik bevond mij op een drijvend eiland. In de verte de kusten van het gefantaseerde intellect. Geen bootje in zicht en ook verder zonder eigen onderkomen. In gezelschap van de tweebenige rechtop lopende partner van de kapotte man achter de deur. Vooropgesteld dat ik van wat zich daar afspeelde niets wist, suggereer ik daarmee tevens dat het er voor niemand ook maar iets toe doet. Daarenboven, waar ik op uit was, en zonder enige steekhoudende informatie te verschaffen, verklein ik met de vorige zin de reikwijdte van ons (met welk woord ik de mogelijkheden vergroot) eiland. Waarbuiten iedereen in onrustige slaap was. Allemaal in bed. Nietsvermoedend, alsof het onaangeklede asperges zijn. Allerminst kaarsrecht. Abrupt de dekens weggetrokken kun je de meesten zo verkopen voor oude kropsla, uitgelopen hopscheut, buikzieke bellefleur of verflenst bosje postelein.