Voormalig RAF-lid Knut Folkerts inzet van Nederlands-Duits conflict

Woordbreuk

Voormalig RAF-lid Knut Folkerts is onderwerp geworden van een justitieel conflict tussen Nederland en Duitsland. De Nederlandse justitie neemt daarmee niet alleen een diplomatiek risico maar gaat ook voorbij aan eerdere afspraken.

In december 2003 wordt Knut Folkerts, ex-lid van de Duitse Rote Armee Fraktion, aangehouden op het Turkse vliegveld Izmir. Nederland blijkt hem in oktober 2001 op de internationale opsporingslijst te hebben geplaatst. Normaal gesproken zouden de Turkse autoriteiten contact hebben opgenomen met Nederland om de vangst te melden en te overleggen over bijvoorbeeld voorlopige hechtenis in afwachting van een officieel uitleveringsverzoek. Of dat is gebeurd, is niet bekend. Wel bekend is dat Folkerts na enig oponthoud gewoon mag doorreizen. Minder bekend zijn de gevolgen van dit incident. De kortstondige arrestatie luidt het begin in van procedures over en weer, die nu zijn uitgemond in een justitieel conflict tussen Nederland en Duitsland.

De Nederlandse justitie heeft in juli 2005 van de Duitsers geëist dat Folkerts alsnog zijn Hollandse straf gaat uitzitten. Drie maanden eerder had Folkerts op zijn beurt een bodemprocedure tegen Nederland aangespannen met onder meer de eis hem van de internationale opsporingslijst te schrappen. De aanhouding in Turkije was voor hem een verrassing.

Sinds 1995 is Folkerts vrij man, na achttien jaar in de cel te hebben gezeten voor zijn aandeel in de RAF. Oorspronkelijk was hij in 1980 door een Duitse rechter veroordeeld tot levenslang. In 1995 komt hij echter onder voorwaar den vrij. Folkerts heeft dan inmiddels afstand genomen van de gewapende strijd van de RAF. Met de vrijlating van Folkerts en andere RAF-leden zet Duitsland een symbolische punt achter deze gewelddadige geschiedenis die de bondsrepubliek sinds de jaren zeventig in de greep heeft gehouden. Folkerts leeft sindsdien in de veronderstelling dat ook zijn verleden een afgesloten hoofdstuk is.

Tot dat afgesloten hoofdstuk behoort volgens Folkerts ook de gevangenisstraf van twintig jaar die hij in december 1977 kreeg opgelegd door de rechtbank van Utrecht voor het doodschieten van de Utrechtse agent Arie Kranenburg. De Nederlandse autoriteiten denken daar nu anders over. Volgens Nederland heeft Fol kerts die straf nooit uitgezeten en moet hij dat dus alsnog doen. Nederland beschuldigt Duitsland inmiddels zelfs openlijk van woordbreuk. Justitiewoordvoerder Martin Bruinsma stelt dat er indertijd glasheldere afspraken zijn gemaakt. Duitsland zou Folkerts tot levenslang veroordelen. In ruil daarvoor zag Nederland af van het voltrekken van de gevangenisstraf van twintig jaar. Mocht Folkerts voortijdig vrijgelaten worden, dan zou Duitsland ervoor zorgen dat hij de Nederlandse straf alsnog in een Duitse cel zou uitzitten. «Omdat Folkerts vroegtijdig uit de levenslange gevangenisstraf is ontslagen, zonder dat Duitsland zoals afgesproken het Utrechtse vonnis voltrok, voelen wij ons niet meer aan de gemaakte afspraken gebonden», aldus Bruinsma in de Berliner Zeitung van 2 september. Het is de officiële beleidslijn van het departement in Den Haag.

Maar uit de officiële correspondentie tussen Nederland en Duitsland blijkt niets van dergelijke afspraken. Het ligt eerder omgekeerd. Nederland heeft in 1980 juist willens en wetens afstand gedaan van de uitvoering van het vonnis van de Utrechtse rechtbank.

Daarvoor moeten we terug naar de onderhandelingen die de Nederlandse en Duitse autoriteiten voeren na de arrestatie van Fol kerts in Utrecht. De Duitsers willen Folkerts namelijk óók berechten voor zijn aandeel in de RAF. De autoriteiten komen vrij snel tot een vergelijk. Folkerts wordt eerst in Nederland be recht. Vervolgens zal hij tijdelijk uitgeleverd worden aan Duitsland, om ook daar berecht te worden. Na de rechtszaak in Duitsland zal Folkerts teruggeleverd worden aan Nederland, om hier zijn straf van twintig jaar uit te zitten. Daarna zal Nederland hem weer aan Duitsland uitleveren, waar Folkerts zijn Duitse straf zal moeten uitzitten.

In 1980, als Folkerts in Duitsland tot levenslang is veroordeeld, neemt zijn advocaat contact op met het Nederlandse ministerie van Justitie met de vraag hoe het nu zit met de teruglevering aan Nederland. Uit het antwoord van Justitie blijkt dat de autoriteiten in Den Haag intussen een andere kijk op de zaak hebben gekregen. Folkerts hoeft niet langer terug naar Nederland om daar eerst zijn straf uit te zitten.

De redenen die toenmalig staatssecretaris Haars van Justitie daarvoor heeft zijn opmerkelijk, zo blijkt uit een brief van 7 november 1980. Als Nederland zou vasthouden aan de gemaakte afspraken zou dat betekenen dat «het tijdstip waarop Folkerts ooit in de vrije samen leving terug zou kunnen keren, dan waarschijnlijk aanmerkelijk verder in de toekomst komt te liggen». En dat vindt Nederland geen goede zaak. Nederland wil daarom niet dat beide straffen achter elkaar uitgevoerd worden. Bovendien blijkt uit deze woorden dat Nederland rekening houdt met de mogelijkheid dat Folkerts niet levenslang in de gevangenis zal blijven, maar volgens de geldende Duitse regels aangaande levenslange straffen eerder zal kunnen vrijkomen.

Daarnaast vindt de staatssecretaris dat «de aan Folkerts in Duitsland opgelegde straf voldoende aan de kennelijke wil van de Rechtbank Utrecht tegemoet komt, dat Folkerts gedurende lange tijd uit de maatschappij verwijderd blijft». Het langdurig verblijf van Folkerts achter Duitse tralies komt er wat de Nederlandse autoriteiten betreft de facto op neer dat het vonnis van de Utrechtse rechtbank wordt geëffectueerd.

De regering beseft dat deze nieuwe opstelling betekent dat Folkerts nooit meer in Nederland zijn straf zal uitzitten. «Daarbij aanvaardt zij dat als gevolg van de definitieve uitlevering van Folkerts de Duitse bondsregering niet langer verplicht en evenmin in staat zal zijn Fol kerts ooit aan de Nederlandse justitie ter be schikking te stellen teneinde alsnog zijn Nederlandse straf te ondergaan.»

Nederland houdt slechts één slag om de arm: als Folkerts uit zijn Duitse cel weet te ontsnappen, houdt Nederland zich het recht voor om te «bezien welke mogelijkheden bestaan om te bevorderen dat hij alsnog zijn Nederlandse straf uitzit». Maar nergens wordt ge steld dat Folkerts wel de Utrechtse straf moet uitzitten als zijn levenslange straf voortijdig beëindigd wordt.

Folkerts vlucht niet, zit achttien jaar vast, waarvan vier jaar in isolatie en de rest in extra beveiligde gevangenissen onder verzwaard regime. Hij komt volgens de normale gang van zaken in Duitsland in 1995 voorwaardelijk vrij nadat hij afstand heeft genomen van de gewapende strijd van de RAF.

Niet alleen Folkerts ging ervan uit dat Nederland had afgezien van voltrekking van het Utrechtse vonnis. De Duitse autoriteiten verkeerden in dezelfde veronderstelling, zo blijkt in 1992 wanneer de Generalbundes anwalt onderzoekt of Folkerts in aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidstelling. De procureur-generaal verwijst naar een nota van 2 december 1980 van de Nederlandse regering: «Dat betekent, dat de door de rechtbank van Utrecht opgelegde vrijheidsstraf van twintig jaar alleen op uitdrukkelijk verzoek van Nederland ten uitvoer gelegd zal worden. In haar nota van 2 december 1980 heeft de Nederlandse regering tot uitdrukking gebracht, dat van haar een dergelijk verzoek niet te verwachten valt, als de veroordeelde in Duitsland de levenslange gevangenisstraf uitzit. (…) Dit rechtvaardigt de aanname dat de Nederlandse regering, ook als de veroordeelde voorwaardelijk vrijkomt, niet om overname van het vonnis zal verzoeken.»

In andere documenten rond de voorwaardelijke invrijheidstelling van Folkerts betrekken de Duitse autoriteiten dezelfde stelling: Nederland heeft feitelijk afgezien van de executie van het Utrechtse vonnis.

In december 1995 meldt de toenmalige advocaat van Folkerts de voorwaardelijke vrijlating van zijn cliënt aan het ministerie van Justitie. Hij voegt de uitspraak van het Gerechtshof van Stuttgart bij. De Nederlandse autoriteiten ne men daarop contact op met de Duitse en verzoeken om meer informatie. In september 1996 wordt het Nederlandse ministerie van Justitie ook door de Duitse procureur-generaal in Karls ruhe geïnformeerd over de voorwaardelijke invrijheidstelling van Folkerts. Van Nederlandse zijde komt dan geen reactie, geen protest en ook geen verzoek om Folkerts alsnog zijn Nederlandse straf uit te laten zitten. Folkerts zelf ontvangt evenmin een oproep van de Nederlandse autoriteiten om zich te melden.

De vraag is waarom Nederland pas tien jaar later, in juli 2005, wel tot handelen overgaat, Duitsland van woordbreuk beschuldigt en voltrekking van het Utrechtse vonnis eist. Het kan zijn dat achter de schermen grote druk is uitgeoefend door politie en justitie uit Utrecht, die de schietpartij uit 1977 nooit zijn vergeten. Nu terrorismebestrijding een hot issue is, lijkt het maatschappelijke klimaat rijper voor het vereffenen van oude rekeningen dan in 1995.

Het kan ook zijn dat die druk extra werd verhoogd toen duidelijk werd dat Folkerts zelf de aanval koos en in april van dit jaar een bodem procedure begon tegen de Nederlandse staat met als inzet dat de overheid de internationale signalering moet intrekken en moet afzien van pogingen om Folkerts alsnog de Nederlandse straf uit te laten zitten.

De hernieuwde pogingen om Folkerts achter slot en grendel te krijgen, kwamen uiteindelijk in augustus 2005 in de openbaarheid via weduwe Joke Kranenburg.

Alle aandacht is sindsdien gericht op de begrijpelijke smart van Kranenburg en het schandaal dat Folkerts als vrij man rondloopt zonder ooit te hebben geboet voor de moord op agent Kranenburg. Dat Nederland zelf in 1980 bewust heeft afgezien van voltrekking van het Nederlandse vonnis verdwijnt zo naar de achtergrond. Ook de uitdrukkelijke Nederlandse wens om Folkerts zijn straffen niet achter elkaar te laten uitzitten, omdat hij dan waar schijnlijk nooit meer vrij zou komen, wordt zo onder het tapijt geveegd.

Levenslang is levenslang, heet het plotseling anno 2005. Voor terroristen geen genade. Als die verduvelde Duitsers Folkerts eerder vrijlaten, zullen we alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat hij alsnog twintig jaar achter de tralies verdwijnt. Die verontwaardiging, tien jaar na de vrijlating van Folkerts, komt nogal raadsel achtig over. Maar de boodschap is duidelijk: Nederland is niet soft on terrorism. En om die boodschap te verkondigen wordt een leugentje niet geschuwd en desnoods de grote buur geschoffeerd.