Woorden weven

De Amerikaanse journalist E.B. White (1899-1985) beschikte over een scherpe, geestige pen. Hij was jarenlang medewerker van de New Yorker en winnaar van de Pulitzerprijs. Hij schreef drie kinderboeken, waarvan er - in elk geval in de Engelssprekende landen - één klassiek is geworden: Charlotte’s web (1952). Lange tijd leidde dat een schimmig bestaan bij uitgeverij Strengholt. Zojuist verscheen het tot mijn vreugde in een nieuwe vertaling en een klassiek ogende uitgave bij Lemniscaat.

White zet een vriendelijke samenzwering op touw tegen de wereld van de volwassenen. Plaats van handeling is een ouderwetse Amerikaanse boerderij, waar de jaarmarkt nog altijd dé gebeurtenis is. Er wordt een niet levensvatbaar geacht varkentje geboren, dat door dochter Veerle met de fles wordt grootgebracht. Helaas dreigt in het licht van de kersttijd ook voor big Wilbur het lot van spek, ham en karbonaadjes. Vanaf dat moment wordt de rol van reddende engel overgenomen door Charlotte.
Charlotte is een altruïstische spin met de gave van het woord. In haar web weeft zij mededelingen over de uitzonderlijkheid van het varken: ‘zo'n big’, 'geweldig’ of 'stralend’. En de mensen staan met open mond bij het bijna religieuze 'wonder van het web’, omdat ze zoals de auteur vaststelt alles geloven wat gedrukt staat. Dat een klein meisje de dieren kan verstaan lijkt hen echter uitgesloten en weinigen staan erbij stil hoe wonderbaarlijk ook het weven van een tekstloos web is. Met succes prijst Charlotte Wilbur aan als hét varken van de jaarmarkt, waarna hij nog lang en gelukkig voortleeft, want een gelauwerd varken eet je niet op.
White schreef een wensvervullend, geestig en wijs verhaal, dat doortrokken is van zijn liefde voor het buitenleven. Hij schiep een ongebruikelijke held. Charlotte is een moederlijke, verstandige spin. De lezer krijgt de nodige biologische informatie, onder andere over de eierzak, waaruit na Charlotte’s onafwendbare verscheiden haar nakomelingschap in vijfhonderdveertienvoud te voorschijn wriemelt.
Zo is Wilbur tot in lengte van dagen van vriendinnen voorzien. Want het is uit vriendschap dat Charlotte heeft gehandeld: 'Het leven van een spin heeft iets akeligs, met al dat vangen en eten van vliegen. Door jou te helpen, heb ik mijn leven misschien iets verbeterd. Dat kan nooit kwaad.’
Ook de andere dieren krijgen van de auteur een eigen karakter en een tamelijk denkerige instelling mee. Wilbur is uit de aard van het verhaal nogal op zichzelf gericht, maar aandoenlijk in zijn pogingen om alles wat in het web staat ook werkelijk te zijn. Prijsfiguur is de vileine rat Tommel die tussen alle vriendelijke landelijkheid met verve zijn onhebbelijke, egoïstische rol speelt. En allemaal zijn ze even prachtig getekend door Garth Williams, beroemd geworden om zijn illustraties in de Kleine huisboeken van Ingalls Wilder. Had ik nog een kind van een jaar of acht voorhanden, ik sloeg onmiddellijk aan het voorlezen.